Oane Wierdsma 1954-2008

(Trouw)

Mendelssohn in Ede, Haydn in Drachten, Hündel in Den Haag. Oane Wierdsma verheugde zich op de concerten die hij deze herfst zou geven. Op de bok voor koor en orkest kon de dirigent vergeten dat hij ongeneeslijk ziek was.

Als jochie van vijf waren de beentjes te kort voor de pedalen van het harmonium in de huiskamer. Dan klom de kleine krullenbol Oane Wierdsma bij grote broer Tjitte op schoot. Tjitte deed het voetenwerk, Oane pingelde melodietjes die hij in zijn hoofd had. Dat nummer zeven uit het gezin met negen kinderen van de rietdekker uit Franeker later naar het conservatorium ging, was niet verwonderlijk. Oane Wierdsma haalde er diploma’s koor- en orkestdirectie.

In de decennia erna doceerde hij aan de conservatoria van Amsterdam en Hilversum, en was hij vijftien jaar stafmedewerker bij Unisono, het landelijk steunpunt voor de Nederlandse koorwereld. Maar boven alles was Oane Wierdsma koordirigent. Amper twintig was hij, toen hij in Dokkum zijn eerste toonkunstkoor kreeg. De laatste jaren had hij vijf koren: christelijke oratoriumverenigingen in Drachten en Ede, toonkunstkoren in Zwolle, Groningen en Den Haag.

Elke avond nam hij de trein om ergens in Nederland te repeteren. Als de week tien dagen had gehad, waren er nog vijf koren bijgekomen. Groepen enthousiaste amateurzangers bij de hand nemen tot aan de concertzaal: een groter plezier kende hij niet.

En het was hem op het lijf geschreven. Al op het conservatorium bleek hij een opvallend talent te hebben om de dingen naar zijn hand te zetten en sfeer te maken. Daar kon het bijvoorbeeld gebeuren dat Oane zangles had, maar in plaats daarvan achter de piano kroop en de zangleraar overhaalde tot zingen.

Het was laat als hij na de repetities weer thuis in Bunnik arriveerde, vaak na middernacht. In het tuinhuisje rookte hij nog een sigaar, maakte een cryptogram. In de weekeinden waren er ook klussen. Hij gaf cursussen aan dirigenten, bespeelde hier of daar het orgel en maakte kamermuziek in een kwartet waar ook echtgenote Nancy deel van uitmaakte.

Oane was niet de voetbalvader die zaterdag bij zoon Tsjalling langs de lijn stond. Maar daar stond tegenover dat hij door de week overdag juist veel tijd had voor zijn twee kinderen. Dat kwam vooral goed uit toen Amarins en Tsjalling, die in 1991 en 1994 geboren werden, nog heel klein waren. Oane deed boodschappen en zorgde voor het avondeten, Nancy maakte lange dagen als klarinetdocente op het conservatorium in Rotterdam.

Oane had de Amerikaanse Nancy Braithwaite begin jaren tachtig ontmoet in Tanglewood, op het vermaarde zomerfestival voor jonge musici. Zij was net jarig in die periode. Oane bracht haar om zeven uur ’s ochtends een aubade. Twee minuten duurde het lied dat hij voor haar zong, onder begeleiding van een metronoom. Maar Nancy wist toen al dat die Friese dirigent de man was met wie ze zou trouwen.

Hij vertelde haar dat hij haar had gekozen omdat ze niet over zich heen liet lopen. Dat bleek bijvoorbeeld bij het eerste bezoek van Nancy aan Friesland. Het was winter en het sneeuwde en het jonge stel maakte een fietstocht van Franeker naar Bolsward. Zijn vriendin fietste te langzaam, vond Oane en hij maande haar tot doortrappen. Maar Nancy vertikte dat, stapte af en nam zich heilig voor het uit te maken als Oane zijn snelheid niet temperde.

Tientallen grote koorwerken voerde Wierdsma uit, meest religieuze. Matthüuspassion, requiems, missen. Maar zijn liefde voor groots en meeslepend leidde ook tot uitstapjes naar opera. De uitvoeringen, met beroepsorkest, waren hoogtepunten voor hem. Hij genoot ervan dat in de zaal alle ogen op hem gericht waren. In de zaal hing hij meestal ook een eigen cameraatje op dat op hem gericht stond. Dan kon hij thuis zien hoe hij geslagen had. En waar het beter had gekund.

Tegenover ijdelheid – nog even een kam door het mooie, golvende haar – stond potsierlijkheid. Als het warm weer was, kon de dirigent verschijnen in een flodderig T-shirt en een soort boxershort, met zijn harige benen daar onder uit. Daar lachten de koorleden om. En de allerkeurigsten keken misprijzend – en klaagden soms bij het bestuur – als hij banale grapjes maakte. Was de dirigent een rare vogel of deed hij maar alsof? Iets ertussen in moet het geweest zijn. Misschien waren pose en trukendoos nodig om het overwicht te houden.

Maar in de vriendschappen die hij in de muziekwereld opdeed liet hij, soms, het masker vallen. Dan was hij ontspannen. Dat merkten ze op de vaste adressen waar hij rondom concerten logeerde. Op een zo’n adres troffen ze Oane eens in de keuken aan terwijl hij uit eigen beweging rollade en bloemkool stond klaar te maken, als beloning voor het onderdak en omdat hij ervan hield het gezellig te maken en te hebben.

Caecilia Zwolle dirigeerde hij negen jaar, Gloria Deo in Drachten veertien, het Edese Excelsior bijna achttien. En in juni 2007 werd uitbundig gevierd dat hij al vijfentwintig jaar aan het Haags Toonkunstkoor verbonden was. Hij kreeg een erepenning van de stad. Den Haag was een vriendenclub, daar genoot Oane van. Andere koren hadden om andere redenen een speciaal plekje. In Drachten kon hij Fries praten, toonkunstkoor Bekker in Groningen was ambitieus en steeds op zoek naar artistieke uitdaging. Het was niet Wierdsma’s idee, en het deed hem verdriet, dat Bekker hem vorig jaar de bons gaf. Na vijftien jaar wou het koor een frisse wind. Met het Requiem van Verdi namen Bekker en Wierdsma afscheid van elkaar, maar toen de dirigent stierf was er ook uit Groningen een aardige delegatie bij de herdenkingsdienst. Oane zelf had daar de grote Utrechtse Domkerk voor uitgekozen. Hij wilde zoveel mogelijk zangers rondom de kist. De kerk van Bunnik was te klein.

Eind januari, kort na zijn vierenvijftigste verjaardag, vertelde de dirigent zijn koren dat hij ernstig ziek was. Het was de zangers al opgevallen dat hun mollige leidsman mager werd. Ze hadden zich afgevraagd of hij soms aan de lijn deed.

Wierdsma was open over zijn slokdarmkanker. Als gepassioneerd musicus was hij niet gewend thuis te blijven voor een griepje. En hij gaf ook nu niet op. Eigenlijk meldde hij zich alleen af rond de grote operatie in mei, waarbij zijn maag verwijderd werd. Lang was er hoop op genezing.

In augustus bleek dat longen en buikvlies ook waren aangetast. Amarins, zeventien en een veelbelovend violiste, trad op in Amsterdam op het Grachtenfestival en haar vader zou haar op piano begeleiden. Hij kon het niet opbrengen, kwam alleen luisteren.

Na de zomer hervatte hij wel de koorrepetities. De stem haperde, hij had hoestbuien, moest blijven zitten met een kussen onder zijn benen. Koorleden haalden hem op uit Bunnik en brachten hem weer terug, omdat hij te ziek was om te treinen. De herfstconcerten waren in aantocht! Zwolle had I Lombardi van Verdi op het programma, Den Haag werk van Hündel en Britten, Ede het oratorium Paulus van Felix Mendelssohn-Bartholdy.

Achter de schermen werden vervangers geregeld. Voor het geval dat. Maar Oane was vastberaden. Alleen hij wist waar zijn mensen konden stralen. En waar in de partituur de uitglijders verborgen zaten. Bovendien: de muziek leidde hem af van de sluipmoordenaar van binnen. Drachten zou 15 oktober de herfstreeks openen, met Die Schöpfung van Haydn.

’Onmacht’ was de titel van de mail waarmee Oane zich terugtrok. Twee dagen na de opvoering stierf hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden