O wat mooi, net een schilderij

reportage | Bewoners van de Haagse achterstandswijk Escamp krijgen een uitstapje cadeau van het Gemeentemuseum en Natuurmonumenten. 'Aan welke schilder denkt u bij die koeien?'

Als Fiep Keij aan de Nieuwkoopse Plassen denkt, dan denkt ze aan vroeger. Ze gingen daar met het hele gezin naar toe als vader wilde sportvissen, "zo noemde je dat toen nog". Op een keer zaten ze in een roeiboot toen er een harde wind opstak. Het gezin stond doodsangsten uit, maar vader zei droogjes: 'Och Here wat een zegen, de wind houdt de regen tegen.'" Gegrinnik stijgt op uit het groepje om Fiep Keij heen.

Voor het wijkcentrum in de Haagse wijk Escamp zitten ze te wachten op de bus. Die zal hen vanmiddag naar de Nieuwkoopse Plassen brengen voor een boottochtje. Maar eerst is er een stop bij het Haags Gemeentemuseum, voor een bezoek aan de tentoonstelling 'Holland op z'n mooist'. Boottochtje en museumbezoek zijn een package deal, een cadeautje (zie kader) van het Gemeentemuseum voor de achterstandswijk die Escamp is.

De welzijnsorganisatie die de groep bijeengebracht heeft, denkt dat een middag de natuur beleven (in het museum en in het echt) verbroederend kan werken. Want het is een gemêleerde buurt: jong, oud, Hagenees en immigrant wonen er door elkaar. Sjaan Arkenbout woont er al haar leven lang. "Er is veel veranderd. Vroeger was elke buurvrouw je tante. Maar wie nu wat meer te besteden heeft, gaat hier weg. En dan komen er mensen uit andere culturen voor terug. Dat is wennen. Maar iedereen is een mens, zeg ik maar." Zelf heeft Arkenbout, die zich als vrijwilligster voor de buurt inzet, nooit overwogen te vertrekken. "Ik krijg al buikpijn bij het idee."

Terwijl de bus maar niet verschijnt, krijgen de wachtende Escampers waterflesjes en koekrepen. Tilly en Aad Riem kijken uit naar de middag, vertellen ze. Maar de tentoonstelling 'Holland op z'n mooist' hebben ze al gezien. Tilly Riem is lid van de schildersclub in Escamp en haar man Aad repareert de ezels. Sinds ze zelf schildert, zegt Tilly Riem, kijkt ze met extra interesse naar de werken in het museum. "Je kan er nog wat van leren, hoor."

Eenmaal in het museum ligt de groep een uur achter op schema. De gidsen loodsen de Escampers in hoog tempo langs de werken van de Haagse school. Riem bestudeert het schilderij 'De oorsprong', een bosgezicht van Matthijs Maris uit 1860. "Welke schilder komt nu op het idee om wortels van bomen te schilderen?"

Buiten wacht de bus met draaiende motor. Door het Groene Hart gaat het naar Nieuwkoop, waar Wim Beckers, gids van Natuurmonumenten, de Escampers aan boord van een bootje nodigt. We zijn hier op een plas, zegt hij, niet op een meer. Een plas is gegraven, doceert hij, en een meer is natuurlijk ontstaan. "Kijk dat doorkijkje", wijst Beckers, "dat ziet er al een beetje Haagse School-achtig uit, toch?" Tilly Riem maakt snel een foto.

Dit landschap, geeft Beckers toe, is niet één-op-één het landschap van de Haagse School. "Het lijkt erop. Dit zouden die schilders eventueel gezien kunnen hebben", zegt hij, terwijl hij schilderijlijstjes uitdeelt. Binnen de kaders van zo'n lijstje ziet het landschap er inderdaad schilderachtig uit, vindt Sjaan Arkenbout.

De aanblik van een kiekendief en de geur van vers gemaaid gras ontlokken oehs en ahs aan boord van het bootje. En kijk, wijst Beckers, hier groeien gele ratelaar, plomp en egelskop. Nee, zegt Tilly Riem, die heb je in Escamp niet. Maar die koningsvaren in dat weiland daar, die heeft ze dan ook weer in haar achtertuin.

Na een kleine twee uur varen legt Beckers de boot weer aan in Nieuwkoop. "Heeft u onderweg die koeien gezien?", vraagt hij. "En dacht u toen ook aan een schilderij van Roelofs?"

Met de wind viel het vandaag gelukkig mee, lacht Fiep Keij als ze weer op de wal staat. Ze wijst naar het water. "Voor mij is dit nostalgie. Nederland is echt heel mooi."

t-directeur Hans Buurman van het Gemeentemuseum Den Haag. "Zodat mensen bij de supermarkt tegen elkaar zeggen dat het mooi was. Natuurlijk kost het ons geld, maar het is ons wel wat waard dat Hagenaars in hun eigen stad niet alleen Sea Life bezoeken."

En omdat het museum 'voor iedereen' is, zegt Buurman, moeten ook mensen uit een wijk als Escamp de kans krijgen het te bezoeken.

"Misschien niet zozeer voor de Victory Boogie Woogie van Mondriaan, maar wel voor Delfts aardewerk of Hollandse landschappen. Want voor de natuur geldt wat ook voor kunst geldt: het is er, maar vaak weet je het niet. Wij vinden het belangrijk dat er natuur blijft bestaan in Nederland, en dat mensen af en toe de stad kunnen ontvluchten. Als museum hoeven we de wereld niet te veranderen, maar we willen wel het bewustzijn vergroten. Met zo'n excursie laten we zien wat de waarde is van knotwilgen en molens."

Ineens dendert de moderne tijd de gemoedelijke polder binnen

"Dat schilderij met die stoomlocomotief", vertelde adjunct-directeur Hans Buurman van het Gemeentemuseum Den Haag voorafgaand aan het bezoek van de bewoners van Escamp, dát zou iedereen moeten zien. Het is zijn persoonlijke favoriet en een van de topstukken van de tentoonstelling 'Holland op z'n mooist'. "Het geeft zo'n mooi vervlogen beeld. Waar toen de stoomtrein reed, ligt nu de A13." Buurman doelde op 'Il vient de loin' ('Hij komt van verre') uit 1887 van Constant Gabriël (1828-1903). Te zien is een polderlandschap met twee vissers bij een sloot. Vanuit de verte komt een stoomtrein aan rijden. 'Geen schilder heeft dit zo mooi in beeld gebracht als Gabriël', stelt de tentoonstellingscatalogus. 'In zijn schilderij dendert de moderne tijd in de gedaante van een ijzeren stoomlocomotief letterlijk de eens zo gemoedelijke polder binnen. Twee vissertjes zien hun rust bruut verstoord. Gabriël herkende in de rechte spoorrails en ritmische rijen van opeenvolgende telegraafpalen een perfect compositorisch middel om zijn polderlandschap diepte te geven.' Wat vinden de Escampers van Gabriëls werk? Aad Riem zet zijn bril op om het van dichtbij te bekijken. "Het is in ieder geval herkenbaar, dat vind ik wel goed", zegt hij. "Maar of het ook mooi is? Dat is een kwestie van smaak."

Wandelen, fietsen en varen door landschappen van de Haagse School

Samen met Natuurmonumenten organiseert het Gemeentemuseum Den Haag een programma met wandelingen en fietstochten door het landschap dat schilders van de Haagse School vastlegden:

Wandelexcursie Wolfheze met bezoek aan tentoonstelling: 8 juli, 11 tot 15 uur en 19 augustus, 11 tot 15 uur. Kosten voor leden van Natuurmonumenten 12,50 euro, voor niet-leden 20,00 euro.

Bootexcursie Nieuwkoopse Plassen: 26 juli, 14 tot 16 uur en 22 + 23 augustus, 14 tot 16 uur. Kosten voor leden van Natuurmonumenten 8 euro, voor niet-leden euro13.

Wandelexcursie bij eendenkooi Het Aalkeetbuiten: 12 september, 18 tot 20 uur en 26 september, 17.30 tot 19 uur. Kosten voor leden van Natuurmonumenten 5, niet-leden 8 euro.

Leden van Natuurmonumenten betalen tot 30 augustus 10 euro entree voor het Gemeentemuseum. De reguliere toegangsprijs is 13,50 euro.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden