O maar 't is zo erg!

Trouwjournalist Gerrit-Jan KleinJan groeide op met de verhalen van W.G. van de Hulst. Waar sommigen warme herinneringen koesteren, staan hem vooral de wroeging, angst en het schuldgevoel bij.

Ik bewaar een paar dikke albums waarin mijn kinderfoto's staan. Af en toe kijk ik er in. Ik zie dan een helblonde kleuter met appelrode wangen in een jaren tachtig decor. Meestal ben ik vrolijk. Er is in al die boeken maar één foto waarop ik sip kijk. Daarop is te zien hoe mijn moeder mij - ik zal een jaar of vier zijn - voorleest uit een dik boek. Dat is zo te zien geen plezierige ervaring.

De twee broertjes Kees en Ko spelen baldadig met de oude lappenbeer van hun zieke zusje, zo weet ik me nog te herinneren van het verhaal. Ze voelen zich erg schuldig wanneer de beer zoek raakt en hun zusje, Rietje heet ze, er steeds om vraagt. Citaat: "En Rietje snikt van verdriet. En de koorts brandt door haar lijfje. Arm kindje!" En boven op zolder? Daar liggen Kees en Ko in bed. Maar ze slapen niet. Wroeging is hun lot. "Ze doken diep weg, allebei. En ze luisterden toch. En ze hoorden toch dat verdrietige stemmetje van hun zusje. O, dat stemmetje deed hen pijn... daar vanbinnen, diep in hun hart..."

Dit is een episode uit het boek 'Bruun de beer', een verhaal van een van de bekendste kinderboekenschrijvers van Nederland: W.G. van de Hulst, die dit jaar 50 jaar geleden overleed. Ik ken vrijwel niemand die, mits opgegroeid in een kerkelijk protestants gezin, niets van Van de Hulst (1879-1963) heeft gelezen. Tot op de dag van vandaag zijn de boekjes in druk. Van de bijna honderd titels die Van de Hulst schreef, zijn miljoenen exemplaren verkocht. Ook is hij vertaald in het Duits, Engels en zelfs Japans.

Alleen al de titels als 'voetstapjes in de sneeuw', 'Van de boze koster' en 'De wilde jagers' roepen ruim vijfentwintig jaar na dato nog een hele wereld op. Een wereld bevolkt door kleuters, dominees, biddende moeders en boze kosters. Bekijk ik de foto van mijzelf als sip kijkende kleuter, dan weet ik me het medelijden met Rietje en de beklemming van Kees en Co nog haarfijn te herinneren.

Hoe is het om de verhalen na jaren weer te lezen? Ik heb de boekjes niet meegenomen toen ik uit huis ging. Te verdrietig. Daarom ga ik naar de bibliotheek. Op de kinderafdeling van de centrale bibliotheek in mijn woonplaats Utrecht vind ik nog twee dikke verhalenbundels. 'Verhalen van toen', staat op de kaft. De boeken zijn een paar jaar oud, maar nog bijna ongelezen. De bieb heeft de bundels met tegenzin in de collectie opgenomen, zo lijkt het wel. De ingeplakte flaptekst leest als een bijsluiter: 'De verhaaltjes zijn niet alleen vrolijk, maar ook verdrietig en zelfs angstig.' Niet echt een aanbeveling.

De boeken gingen over mijn eigen kleuterwereld, besef ik als ik blader door de omnibus en de welbekende zwart-wittekeningen zie. Neem die van de boze koster, schuifelend door zijn kerk. Op de afbeelding, dat wist ik als kind heel zeker, stond onze eigen Schildkerk. In de oudste kerk van Rijssen, het stadje op de biblebelt waar ik ben opgegroeid, stond net als op het plaatje zo'n hoge bank voor notabelen. Ook waren er dezelfde houten stoelen met rieten zittingen en gotische ramen. En het weggetje in het koren, de titel van een ander verhaal, speelde zich af rond de boerderij van mijn grootouders. Daar wuifde in de jaren tachtig maïs, geen koren meer. Maar dat hinderde niet. Want op de tekening herkende ik heel scherp de kerktoren van de hervormde kerk van Daarle, het dorp in Twente waar hun boerderij stond waar ze iedere zondag ter kerke gingen.

En Bruun, zo heette mijn eigen knuffel, een bruine beer met een zacht buikje.

De wereld van in de boekjes, dat was onze wereld, zo stelt Agnes Amelink ook vast in 'De gereformeerden' (2002), het inmiddels klassieke boek over de bloei en ondergang van de gereformeerde cultuur in Nederland. Kennelijk is mij vooral de bedrukte sfeer uit het oeuvre van Van de Hulst bijgebleven. Bij haar ligt het anders. Amelink, ook van gereformeerde huize, verkneukelt zich nog als ze aan een van de verhalen terugdenkt. Vervuld van nostalgie roemt ze het 'huiselijk realisme'. Hoewel Amelink tegelijk constateert dat in de christelijke boekjes 'voor hedendaagse begrippen wel erg veel dominees, kosters, biddende onderwijzers en moeders voorkomen en waarin de kinderen zelf zich er altijd van bewust zijn dat God alles ziet en alles weet.'

Van de Hulst vertelde zijn verhalen consequent vanuit het perspectief van het kind. Daarin schuilt het venijn, besef ik als ik het verhaal van Bruun teruglees. Uiteindelijk loopt het verhaal goed af en komt de beer weer bij het zusje terecht. 'Lieve Heer, vergeef ons het kwaad... Wij hebben er zo'n spijt van', bidden de jongetjes dan. Maar voordat het zover is, is het pagina's lang wroeging, angst en schuldgevoel wat de klok slaat. 'O, maar 't is zo verdrietig! 't Is zo erg', zijn de gevleugelde woorden op vrijwel elke pagina. Ik was niet bestand tegen het ontroostbare kleine zusje dat haar lappenknuffel mist. En dan die ziekte van het meisje! Dat arme kind heeft geen gewone koorts. Nee, Van de Hulst vond het nodig te melden dat de koorts 'brandt' door haar lijfje. Dit is niet spannend. Dit maakte mij als kind ronduit bedroefd.

De boeken van Van de Hulst zijn meer dan alleen een kinderverhaal. Van de Hulst, een godvrezende onderwijzer uit Utrecht, verpakte in zijn verhalen de orthodox-protestantse geloofsleer. Er waren, zo meende hij, in zijn tijd geen goede kinderboeken voorhanden. Hij constateerde 'het totale gemis aan zonde- en genadebesef.' Die theologische lacune loste Van de Hulst op door elk verhaal consequent te doordesemen met schuld en verlossing, zonde en genade. God ziet alles, is de boodschap. Het staat zelfs letterlijk in het verhaal van Bruun. Pekelzonden komen altijd te staan op gesprekken met het stemmetje-van-binnen. Van de Hulst, dat is een donderpreek in kleutertaal. Van de monotone preek van de dominee begreep ik als kind niets. Maar tegen de schuld-en-boetetheologie in de verhalen van Van de Hulst was geen kruid gewassen.. 'Leg dan je handjes maar in mijn handen, dan vertellen we samen alles aan de lieve Heer', maant een oma in een van de verhalen haar kleindochter. Pas als de zonden zijn opgebiecht, is het allemaal weer goed.

Wat je als kleuter krijgt ingeprent, raak je in je latere leven nog maar moeilijk kwijt. Ik heb het er nooit met een psychoanalyticus over gehad, maar ik zou niet gek opkijken als op de sofa blijkt dat er een verband is tussen Van de Hulst en de oppassende burger die er van mij geworden is. Het orthodoxe geloof in een God die alles ziet ben ik al jaren kwijt. Maar het stemmetje van binnen is gebleven. Gooi ik op maandag de stapel oude kranten gewoon bij de vuilnis, dan speelt direct het geweten op. Ook een kleine misstap leidt makkelijk tot grote rampspoed.

Terwijl links en rechts moeders vrolijk gekleurde boekjes uitzoeken, lees ik verder in het verhaal waarvan ik zo'n bezwaard gemoed kreeg. En inderdaad, het staat er nog precies zoals me een kwart eeuw geleden werd voorgelezen op de camelkleurige ribstof van de bank. De beer is nog steeds zoek. 'Kees deed stil zijn handen samen. Hij wilde bidden maar hij durfde niet goed. Voordat hij naar bed ging, had hij ook niet gebeden... Hij was er maar gauw ingedoken. Hij durfde niet te bidden. Ko had zijn gebedje wél opgezegd. Heel vlug op zijn knieën voor het bed. O nee, dat was niet echt bidden... Ko durfde óók niet. Ze hadden kwaad gedaan. Dat wisten ze wel... En ze hadden het niet eens aan moeder gezegd. Nee, dan durfde je niet eens te bidden. God ziet alles. O, hoor toch eens! Hoor toch eens! Rietje snikt: "Buun... kom nou!"

W.G. van de Hulst Festival
Utrecht, de stad waar Van de Hulst zijn hele leven woonde en werkte, eert de schrijver vanaf vandaag met een heus 'W.G. van de Hulst Festival'. De jubileumviering, die vanavond begint in de Utrechtse Geertekerk, strekt zich als een klein festival uit tot en met eind november. Zo vertellen op 28 oktober, zijn geboortedag, vier toonaangevende Nederlandse auteurs over hun ervaringen met het werk van Van de Hulst. Trouw-redacteur Iris Pronk leidt de avond, waaraan onder meer de schrijvers Nicolaas Matsier en Stephan Enter een bijdrage leveren.

Reageren?

Bent u ook groot geworden met W.G. van de Hulst? Koestert u warme herinneringen? Schrijf, in maximaal 150 woorden naar tijdpost@trouw.nl

Minder moraal
Naast W.G. van de Hulst zijn er uiteraard andere christelijke kinderboekenschrijvers, doorgaans minder moralistisch, waaraan hele generaties herinneringen hebben.

Populair is nog steeds Piet Prins, pseudoniem van het Tweede Kamerlid Piet Jongeling (1909 - 1985). Het bekendst is zijn negendelige jeugdboekenserie 'Snuf de Hond', over een herdershond die allerlei spannende avonturen meemaakt. Recentelijk verfilmde de EO de reeks.

Klaas Norel (1899-1971, gewoonlijk aangeduid als 'K. Norel') was ooit beroemd, maar raakt de laatste jaren in vergetelheid. Net als Piet Prins schreef hij veel over de Tweede Wereldoorlog. Zijn bestverkochte boek is 'Engelandvaarders', dat 42 drukken haalde. Het boek volgt de belevenissen van de Urker visserszoon Evert Gnodde en de Rotterdammer Jan Koekman tijdens de bezetting. De oorlog speelt ook een voorname rol in 'Reis door de nacht' van Anne de Vries (1904 - 1964), nog zo'n auteur die op menige kinderkamer te vinden was.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden