O jij bleke Galileeër

Wie zeggen jullie dat ik ben? vroeg Jezus aan zijn leerlingen. Geen flauw idee, zeggen velen vandaag. Zijn leerling Petrus gaf een joods antwoord: de Messias. Sindsdien hebben mensen steeds weer andere antwoorden gegeven.

De eerste leerlingen verwachtten dat hij in hun tijd Gods rijk op aarde zou brengen. Maar de latere kerk, gepokt en gemazeld door de hellenistische cultuur, gaf een ander antwoord: Jezus helpt mensen om tot vergoddelijking te komen. Vanuit de koepels van de oosterse kerken kijkt hij als de hemelse Godmens op ons neer. In de Middeleeuwen, met zijn oorlogen, hongersnood en epidemieën, werd hij de lijdende dienaar van God. In de kerk kwam het kruis centraal te staan.

In de achttiende eeuw kwam er een rationele benadering op. God heeft als een klokkenmaker de wereld in elkaar gepuzzeld en Jezus is de redelijkheid zelf. Wonderen passen daar niet bij. Volgens de theoloog Venturini sleepte Jezus een kruik goede wijn mee naar de bruiloft in Kana. Maar Johannes, die in zijn evangelie over het feest vertelt, was zo tipsy en bejaard dat hij dacht dat er water in wijn was veranderd. In de negentiende eeuw zagen velen Jezus als een moralistische leraar die met een zuinig mondje alle lol uit het leven zoog. 'Jij hebt gewonnen, O jij bleke Galileeër; de wereld is door jouw adem grijs geworden', dichtte Swinburne. Dit accent op ethiek domineerde ook in de twintigste eeuw ('Schoon mijn zonden vele zijn, maak om Jezus' wil mij rein') en radicaliseerde in de bevrijdingstheologie: Jezus neemt het op voor de armen.

Wie zeggen jullie dat ik ben? Los van behoudende gelovigen, lijkt onze tijd de eerste te zijn die geen duidelijk antwoord heeft op Jezus' vraag. Misschien is dat wel een goed teken. Deze rondzwervende jonge rabbi met gras in zijn haar bracht geen dogma's, maar ontketende een spirituele dynamiek. In zijn gelijkenissen goochelt hij voortdurend met paradoxen, wat zijn verkondiging tot een vorm van straattheater maakt.

Onverwachts prijst hij de onrechtvaardige rentmeester, de zondige tollenaar, de ketterse Samaritaan. Dat ondermijnt onze gemakzuchtige opvattingen over wat goed is en slecht, gelovig en ongelovig. De meeste kritiek kreeg Jezus dan ook van mensen die erg overtuigd waren van hun religieuze gelijk. Zijn parabels willen ons van binnen uit openbreken zodat we nieuwe mogelijkheden zien - als flitsen van zijn komende rijk.

Terwijl vroeger ijverig naar 'de historische Jezus' werd gezocht, zijn we ons vandaag meer bewust geworden van het mysterie van zijn verschijning en van het raadsel van ons bestaan. Het leven blijkt niet zwart-wit te zijn, de armen helpen is veel ingewikkelder dan we dachten, en uit wetenschappelijk onderzoek blijkt de wereld even wonderlijk als water dat in wijn verandert. Voor de kerk is dit lastig. Anders dan vroeger kun je niet meer zo gemakkelijk mensen verzamelen rond een duidelijke leer, moraal of engagement waarmee je je identificeren kunt.

Ook ik kijk naar Jezus door de bril van mijn tijd en cultuur. Toch heb ik sterk de indruk dat onze huidige verlegenheid in de buurt komt van waar hij in zijn gelijkenissen op uit is. Voorbij onze gekoesterde opvattingen wil hij ons openen voor het ongrijpbare geheim van het bestaan - uiteindelijk voor God.

Wie zeggen jullie dat ik ben? Stilte is ook een antwoord. Aandachtige stilte, waarbij we onze onrustige verwachtingen en meningen los in de hand houden. Misschien dat dan zijn rijk dichterbij komt.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden