Nuttige lessen van het populisme

Beeld anp

Als politici de kiezers willen overtuigen dat financiële steun aan landen als Griekenland nodig is, zullen ze met méér dan economische argumenten moeten komen. Kiezers willen ook zien dat politici net zo boos zijn.

Ajax dat kansloos verliest van Real Madrid - dat is de eurocrisis in een notendop. En als je kijkt naar de financiën van de clubs, valt een 3-0 uitslag op het veld eigenlijk nog mee. Ajax is schuldenvrij en Madrid staat voor maar liefst 327 miljoen in het rood - de strenge begrotingsdiscipline in de noordelijke eurolanden versus de spilzucht in het zuiden. De echte problemen ontstaan pas als deze uiteenlopende levensstijlen met elkaar verknoopt raken. Mag je serieus verwachten dat het electoraat landen gaat sponsoren die chronisch op te grote voet leven?

Kernvraag
Veel te lang hebben politici en beleidsmakers dit vraagstuk voor zich uitgeschoven. Moet het Europese noodfonds (nu nog 750 miljard euro) worden opgehoogd (naar 1500 of zelfs 2000 miljard euro) of is een geregisseerd failliet de beste oplossing? Hoewel belangrijke vragen, gaan ze voorbij aan de kernvraag van de crisis: waarom moet de een opdraaien voor de schuld van de ander?

Hier wreekt zich op dramatische manier het democratisch tekort van Europa. Terwijl men beter kon weten. De Franse en Nederlandse afwijzing in 2005 van de Europese Grondwet - die zo niet mocht heten - was al een teken aan de wand, maar werd gezien als de zoveelste uitbarsting van de onderbuik. 'Agressief populisme' ontwaarde Joost Lagendijk, toenmalig Europarlementariër namens GroenLinks.

Geen verwantschap
Maar zulke analyses gingen veelal voorbij aan de redenen die burgers gaven voor hun stemgedrag: ze hadden geen zin in de machtsoverdracht naar een Unie waarmee ze zich nauwelijks verbonden voelden. Waarom zouden we ons lot verknopen met landen waarmee in de meeste gevallen alleen een geografische verwantschap bestaat? En die een geheel eigen interpretatie geven aan het begrip 'begrotingsdiscipline'?

Dit gebrek aan draagvlak mag nauwelijks verbazen. Zelden hebben politici zich serieus bekommerd om het electoraat, terwijl ze dit wel hadden moeten doen. Fijntjes herinnert de Vlaamse publicist David van Reybrouck hen hier aan in zijn 'Pleidooi voor populisme'. Vóór zijn huidige bestseller 'Congo' publiceerde hij dit politiek-filosofische pamflet, dat binnenkort opnieuw wordt uitgegeven.

Populisme
Iedereen heeft er de mond vol van, schreef hij - 'De gulheid waarmee politici en commentatoren het begrip strooien is groter dan die waarmee bij de bevrijding chocoladerepen werden uitgedeeld' - maar wat wordt er nu eigenlijk bedoeld met populisme? Echte analyses zijn zeldzaam en in die leemte voorziet Van Reybrouck.

Kritisch is hij over het 'duistere populisme', dat politiek reduceert tot een kwestie van 'U vraagt, wij draaien'. Tegelijk waakt hij ervoor om het populisme categorisch af te wijzen. Een gezonde dosis daarvan zit zelfs ingebakken in onze representatieve democratie: op eigen houtje opereren zit er niet in voor onze politici; tot de volgende verkiezingen krijgen ze een mandaat, waardoor het electoraat altijd op de achtergrond aanwezig is. Van Reybrouck: 'De burger wil niet alleen een output die hem ten goede komt, maar ook een output waarin hij zich herkennen kan. Enige mate van identificatie met de volksvertegenwoordiging is van belang.'

In dat eerste - 'goede output' - zijn onze politici zeer bedreven. Wetten maken en regels bedenken kunnen ze wel in Den Haag en Brussel. Maar het tweede element - 'identificatie met de volksvertegenwoordiging' - wordt stevig verwaarloosd.

Dwingende argumenten
De voorvechters van de Europese Unie, en haar voorlopers, hebben nooit echt hun best gedaan om de harten te winnen, maar helemaal bont maakte de ministersploeg het in 2005. Hoe zeiden ze het ook alweer? We moesten vóór de Europese Grondwet stemmen, 'anders zou het licht uit gaan' (Laurens-Jan Brinkhorst). En volgens toenmalig minister van justitie Donner lag er zelfs oorlog op de loer. Is dat overtuigen en enthousiasmeren? Of is dat dreigen?

Omdat het legitimiteitprobleem van Europa nooit is opgelost, keert het nu heviger dan ooit terug. De Grondwet erdoor krijgen was echter een peuleschil vergeleken met de uitdaging waar politici nu voor staan: hoe kun je aan je kiezers verantwoorden dat ze jarenlang financieel wanbeleid van de Grieken moeten compenseren?

Zelfde valkuil
In elk geval niet zoals nu gebeurt. Het gros van de politici stapt in dezelfde valkuil als in 2005. Nieuwe steun aan Griekenland onderbouwen ze met een dreigend visioen aan de horizon: niet bijspringen zou op den duur nóg kostbaarder voor ons zijn. Europa is cruciaal voor onze economie, aldus premier Rutte, 'een derde van onze welvaart komt uit export naar de EU.'

Maar met alleen financiële argumenten kom je er niet.
De premier moet zijn beleid verdedigen tegenover een electoraat dat almaar sceptischer wordt en dat kost bloed, zweet en tranen, benadrukt ook Van Reybrouck. 'Democratie is per definitie tijdverlies, prutswerk, inefficiëntie. Een schoonheidsprijs zullen we er niet mee verdienen. Maar het is de enige manier om iedereen een beetje gelukkig te houden, of op zijn minst niet helemaal ongelukkig te maken. Rust in de tent, daar is het om te doen.'

Deze opgave - rust in de tent - wordt steeds groter. Uit een recente peiling van Maurice de Hond blijkt dat inmiddels een meerderheid tegen steun is aan probleemlanden. Bijna net zoveel mensen willen dat Griekenland uit de eurozone wordt gezet, opnieuw een scenario waarvan economen en beleidsmakers zeggen dat ze de economie grote schade kan berokkenen.

Wie zijn billen brandt..
Zijn burgers zelfs bereid om tegen de eigen portemonnee te stemmen? Wie de groeiende weerzin tegen ophoging van het noodfonds beschouwt als irrationeel gedrag, miskent de politieke dimensie van het vraagstuk. Voor burgers is de eurocrisis geen megarekensom met anonieme getallen. Het huishoudboekje is belangrijk, maar minstens zo zwaar weegt de vraag waarom wij ervoor moeten opdraaien dat Grieken op te grote voet hebben geleefd. Immers, wie zijn billen brandt, moet op de blaren zitten. De oplossing die - wellicht - het meest voordelig is, kan dus tegelijk hoogst onrechtvaardig voelen.

Aan zulke sentimenten kunnen politici niet zomaar aan voorbij gaan. In een representatieve democratie horen verontwaardiging en boosheid een plek te krijgen; ook dát is vertegenwoordiging. Tegen deze achtergrond wordt de stugge opstelling van Jan-Kees de Jager een stuk begrijpelijker. Hij schuift de lessen van het populisme nu eens niet terzijde.

Hij moet op zijn minst laten zien dat hij zijn huid zo duur mogelijk verkoopt in Europa. Voor de geringschattende opmerking dat zijn spierballentaal 'slechts' voor de bühne is, is dan ook geen enkele reden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden