Nuttig, maar geen wondermiddel

A ntidepressiva zijn medicijnen die een behoorlijke groep mensen psychisch lijden besparen. Een depressie, ook als die later kort van duur blijkt te zijn, is zwaar. Zeker in een tijd waarin van mensen wordt verwacht dat ze binnen korte tijd weer op niveau functioneren: op het werk, in het gezin of in een ander sociaal verband. Voor de groep mensen die lijdt aan een ernstige, langdurige depressie of aan zware angstklachten, kunnen deze middelen nog belangrijker zijn.

Er klinken al langer geluiden dat deze vooruitgang ook een negatieve kant heeft. Waar vroeger psychisch lijden werd gezien als onderdeel van het leven, is de neiging groot dat nu te scharen onder de categorie psychische ziekte. Eerder werd al gesproken van een 'depressie-epidemie' en inmiddels blijkt dat van alle Nederlanders ruim veertig procent in het leven ooit een psychiatrische diagnose ontvangt. Dat is te veel, zeggen wetenschappers en zeker ook psychiaters. Iedereen is ontevreden over het feit dat jaarlijks meer dan een miljoen Nederlanders deze pillen ontvangen.

Afgelopen weekeinde wees de Nederlandse arts Dick Bijl op het wetenschappelijk bewijs dat er inmiddels bestaat voor de magere effectiviteit van de werkzame stof in antidepressiva. In navolging van zijn Deense collega Peter Gøtzsche stelt hij vast dat weliswaar de helft van de slikkers opknapt, maar dat dit voor een groot gedeelte ook zou gebeuren wanneer men een placebo zou slikken. Wie daarnaast ook nog strengere regels voor medicijnonderzoek toepast, komt dan tot de conclusie dat van slechts twee procent van de voorschrijvingen de chemische werking echt bewezen is. Veel mensen lopen wel kans op nare bijwerkingen. Dat klinkt heel streng, maar in deze krant bevestigde hoogleraar en depressiespecialist Pim Cuijpers dit mechanisme.

Psychiaters dingen op deze conclusies terecht het een en ander af. Die betreffen immers alle patiënten en zeggen weinig over specifieke groepen - denk aan mensen met ernstige depressies. Bovendien is het onmogelijk van tevoren patiënten aan te wijzen bij wie een pil werkt of niet, en ook al knapt iemand op dankzij het placebo-effect, hij of zij is wel opgeknapt. Het zou onmenselijk zijn alle patiënten die pillen te onthouden.

Dat laatste moge zonder meer waar zijn, de conclusies van Gøtzsche en Bijl zijn een scherpe aansporing voor een terughoudender inzetten van deze medicijnen - door artsen, maar ook door gebruikers zelf, die op basis van deze kritische, maar relevantie informatie hun pillengebruik kunnen heroverwegen. Daarnaast is er een rol voor de samenleving. Die moet niet accepteren dat wie echt psychotherapie nodig heeft, een half jaar moet wachten en daarom sneller kiest voor pillen.

De mening van de krant, verwoord door leden van de hoofdredactie en senior redacteuren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden