Nuchtere Klasina Seinstra weet niet wat haar overkomt

Van een onzer verslaggeefsters LEEUWARDEN - Het duurde even voordat het tot Klasina Seinstra doordrong dat ze de vijftiende Elfstedentocht gewonnen had. Maar daarna was er ook geen houden meer aan. Ongeremd liet de 28-jarige Friezin haar emoties de vrije loop. Hijgend, huilend en lachend tegelijk probeerde ze greep te krijgen op iets dat nauwelijks te vatten was.

Al even emotioneel was de manier waarop Seinstra, na een lijdensweg van 7 uur, 49 minuten en 11 seconden, over de eindstreep kwam. Ze ging onderuit en bleef na een dramatische glijvlucht tussen de toeschouwers liggen. Overmand door vermoeidheid? Welnee, beweerde Seinstra. Ze had zich laten vallen omdat ze bang was geweest dat ze iemand van de sokken zou rijden. “Mijn schaatsen waren zo bot, dat ik niet kon remmen.”

Pas nadat omstanders haar omhoog hadden gehesen, kwam er weer leven in het rode schaatspak. “Wat een wind, zo'n harde wind”, was het eerste dat de kersverse winnares bedenken kon. De ogen hield ze gesloten, bang als ze was om wakker te worden uit de wondermooie droom. Pas toen ze merkte dat de droom niet ophield, durfde ze erin te geloven en gingen de vuisten omhoog. “Yes! Yes!”, schalde het door heel Leeuwarden.

Tussen de huilbuien door deed de postbode uit Sint Johannesga verslag van wat haar tussen de Zwette en de Bonkevaart allemaal overkomen was. Ergens tussen Sloten en Stavoren nam ze de koppositie over van Gretha Smit (20) en zodra het licht werd hield haar vriend, die langs het parcours op de motor meereed, een bordje omhoog. 'Eerste dame', had hij daar op geschreven. Ze sloot zich aan bij een groepje mannen, maar die gingen haar te snel. Ze liet zich terugzakken en kwam terecht in een groepje waarin ook Gretha Smit reed. Bij Dokkum reden de vrouwen bij de mannen weg en gingen samen verder. Tussen Bartlehiem en Oudkerk probeerde Smit enkele keren bij Seinstra weg te rijden, maar de Friezin pakte haar terug. Doodsbang was ze dat Gretha haar net zo te pakken zou nemen als op het NK natuurijs, vorige week in Ankeveen. Daar lieten de zusjes Gretha en Jenita Smit haar dertig kilometer lang al het kopwerk doen en haalde Jenita de moegestreden Seinstra vlak voor de finish alsnog in.

De teleurstelling over die nederlaag had in de laatste minuten van de Elfstedenstrijd inderdaad meegespeeld, gaf Seinstra toe. “Er gingen allerlei gedachten door mijn hoofd. Dit keer laat ik me niet verrassen, dacht ik. En: als ik nou nog verlies, vergeef ik het mezelf nooit. Op het laatste stuk ben ik achter Gretha gaan rijden. Ik dacht: op het NK moest ik het doen, nu ben jij aan de beurt.” Een paar honderd meter voor de finish zette Smit de sprint in. Seinstra ging mee en vloog één seconde eerder over de eindstreep. Bij de herinnering aan dat moment kwamen de tranen weer tevoorschijn. Ook onderweg had ze die niet altijd kunnen bedwingen. “Het publiek was schitterend. Al die mensen . . . Zoiets had ik nog nooit meegemaakt. Dat was zo'n belevenis, dat ik af en toe een traantje gelaten heb.”

Overigens hoeven we niet bang te zijn dat Seinstra het de rest van haar leven op een brullen zet zodra iemand het woord 'Elfstedentocht' uitspreekt. Onder normale omstandigheden is ze vrij nuchter, zegt ze geruststellend. Zonder noemenswaardige gevoelsuitbarstingen won ze tochten in Finland (Rovaniemi) en Oostenrijk (Weissensee en Plansee). “Van deze tocht had ik me ook niet zo veel voorgesteld. Net zoiets als de Oldambtrit, dacht ik. Maar toen ik bij het eerste dorpje kwam en al die mensen hoorde die ons aanmoedigden . . . Ik stond helemaal te trillen, en dan moet je nog schaatsen ook.”

Seinstra deed 59,53 minuten langer over de tocht dan Henk Angenent. Als ze met de mannen had meegedaan, was ze als zestigste binnengekomen. Een geweldige prestatie, die in geen verhouding staat tot de kruimeltjes zendtijd die de wedstrijd van de vrouwen op de televisie kreeg toebedeeld. Terwijl Seinstra en Smit hun laatste vijf kilometers uitvochten, liet de NOS beelden zien van de langebaanschaatsers Veldkamp en De Mareiros, die een slap verhaal hielden over de beroerde staat waarin hun lijf verkeerde. “Ach, dat stoort ons niet meer”, reageerde Jolanda Grimbergen, die als vijfde vrouw binnenkwam. “Daar zijn we zo langzamerhand wel aan gewend. “De buitenwereld mag dan weinig aandacht voor ons hebben, de herinnering aan deze tocht pakken ze me nooit meer af.”

Van de 45 wedstrijdrijdsters bleven er zestien binnen de tijdslimiet. Daar zat Lenie van der Hoorn (48) niet bij. De winnares van 1985 kwam half onderkoeld en net te laat binnen. “Alles is misgegaan”, bibberde ze. “In de kooi stond ik achterin, in het donker zag ik slecht, ik ben vaak gevallen en zat in een groepje waarin iedereen zich verschool, zodat ik het kopwerk moest doen. Maar het ergste is nog wel dat mijn zusje langs de kant stond met koffie, en dat iemand vlak voor mij die aanpakte.”

Tegenslag en leed was er ook bij de toerrijdsters. Zo hield Ingrid de Jong (18) uit Goutum het na 80 kilometer in Hindeloopen voor gezien. “Voor de wind ging het best, maar tegen de wind in ontstond er een domino-effect door alle mensen die tegen elkaar aanreden, omdat ze de scheuren wilden ontwijken. Ik heb meegedaan omdat ik wilde weten wat het is. Nou, dat weet ik nu. Het is iets waar je lamme voeten van krijgt.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden