Nuchter Nederland danst de flamenco

Nederland telt mee als flamencoland. Wat maakt de Nederflamenco zelfs voor Spanjaarden interessant?

Een blonde vrouw loopt het zaaltje achterin het tapasrestaurant Duende binnen. Ze heeft een plastic tas in haar hand. Daarin zit een paar flamencodansschoenen - van die elegante met een hakje - om straks ritmisch met haar voeten op de gitaarmuziek te kunnen roffelen. Eerst luistert de vrouw naar de Nederlandse Maria Spaans die, begeleid door twee gitaristen, over de pijnlijke schoonheid van het leven zingt. Spaans' klaaglijke uithalen en keelklanken - typerend voor flamencozang - snijden door de ziel; kinderen die daarnet nog kriskras door het zaaltje renden, staan met open mond ernaar te kijken.


Restaurant Duende is het flamencocentrum in Amsterdam, een van de oudste van de vele centra in Nederland. Ruim 25 jaar biedt Duende ruimte aan flamencoconcerten en 'peñas flamencas' met open podium en jamsessie. En wie wil kan meedoen, gewoon aan het tafeltje, want om flamenco te beoefenen hoef je niet per se op een podium te staan. In een hoekje van de ruimte liggen flyers om de Flamenco Biënnale te promoten, die de komende weken in Nederlandse theaters losbarst, alhoewel de meeste mensen hier er al lang naar uitkijken.


Maria Spaans beoefent zelf sinds 1990 flamencodans en later ook zang, en vormt als flamencoliefhebber van het eerste uur een schakel tussen het festival en de 'flamenco-achterban' zoals die zich onder andere in Duende ophoudt: ze organiseert de workshops die rond de biënnalevoorstellingen worden gehouden. Spaans is elk jaar ook de drijvende kracht achter het kleine festival Lleno de Flamenco in het Amsterdamse Paradiso, waar Nederlandse flamencoscholen zich aan elkaar presenteren.


Waar Spaans zich met haar Lleno richt op aficionados (liefhebbers van flamenco), focust de Flamenco Biënnale van artistiek leider Ernestina van de Noort op flamenco als hedendaagse podiumkunst. "Mij stond een festival voor ogen waarin de spannendste en nieuwste ontwikkelingen binnen de flamenco te zien zouden zijn. Ik wilde graag dat flamenco de dialoog aan zou gaan met andere muziek- en dansculturen." Dat haar doelstelling al na vijf edities is gelukt, blijkt wel uit het feit dat de Nederlandse Flamenco Biënnale wordt gezien als het avontuurlijkste en meest toonaangevende flamencofestival van Europa.


Van de Noort zoekt in haar programmering vooral de 'kruispunten' van flamenco op. Sprekend voorbeeld daarvan is de voorstelling 'Rebels Cross' van flamencodanseres Sara Cano en choreograaf Kalpana Raghuraman. "Beide dansmakers treden buiten de paden van hun eigen expressie - respectievelijk de flamencodans en de klassieke Indiase dans - en vinden elkaar in hun gezamenlijke roots."


Want wat wij nu als dé flamenco zien, een vaste muziek-, zang- en danscultuur uit het Zuid-Spaanse Andalusië, is volgens Van de Noort een smeltkroes van culturen: Arabisch, Noord-Afrikaans, zigeuner en Joods. Zo is er een directe lijn te trekken tussen flamencodans en Indiase dans, waarvan de handgebaren en stampbewegingen door zigeuners via de Zijderoute naar Andalusië zijn meegenomen. Van de Noort: "Wij nodigen flamenco-artiesten uit om die culturele rijkdom te exploreren." Zelfs de flamencofestivals in Sevilla, Jerez en Madrid kijken naar wat de Nederlandse Flamenco Biënnale op de rol heeft staan.


Van de Noort ziet met trots dat haar biënnaleprogrammering bijdraagt aan de 'emancipatie' van de flamenco in Spanje. "Buiten Andalusië werd flamenco toch vooral gezien als folklore. Dankzij de vraag naar flamenco-optredens in Europa kwam er erkenning en werden sommige artiesten in Spanje zelf beroemd."


Zo stond de door de biënnale geproduceerde voorstelling 'Qasida' van de flamencozangeres Rosario la Tremendita en de Iraanse klassieke zanger Mohammad Motamedi in een uitverkochte Carnegie Hall in New York. Maar bij de héle nieuwe flamencogeneratie van artiesten als Andrés Marin en Belén Maya is er een honger naar innovatie, merkt Van de Noort. Soms leidde de vernieuwing tot familievetes; flamenco wordt doorgaans van generatie op generatie overgedragen en de 'vaders en moeders' zaten aanvankelijk niet te wachten op dergelijke 'nieuwigheden'. "Maar ook door de puristen wordt tegenwoordig erkend dat flamenco een levende kunstvorm is die kan worden verrijkt met verschillende dansvormen en hedendaagse, klassieke en wereldmuziek."


Uitlaatklep voor de underdog


De in moderne dans geschoolde Maria Spaans (64) draait al bijna 35 jaar mee in de Nederlandse flamenco-scene, vanaf het moment dat er buiten Spanje brede interesse ontstond door de film 'Carmen' van Carlos Saura. Deze bioscoophit uit 1983 ging ver voorbij het cliché van polkadotjurken en rozen in het haar. Spaans: "De 'ziel' van flamenco werd in de film invoelbaar gemaakt en dat appelleerde in die tijd aan de behoefte aan vervulling". In de jaren tachtig werd de koers naar de maatschappelijke verzakelijking ingezet, gemeenschapszin maakte plaats voor de focus op het individu. Dat individu kon zich nog weleens verloren voelen, meent Spaans. "Daar was de belangstelling voor flamenco een reactie op. Flamenco is van oudsher een uitlaatklep voor de underdog. Gedurende de Spaanse inquisitie en het Franco-regime mocht en kon men niet zeggen wat men dacht, maar zich wel uiten middels flamenco."


Dat flamenco juist dáárom mensen aanspreekt merkt Spaans in het contact met flamencoscholen die optreden tijdens haar Lleno de Flamenco. "Ik zie dat ook andere culturen steeds meer vertegenwoordigd zijn: onder andere mensen van Marokkaanse, Syrische en Iraanse origine hebben flamenco als expressievorm gevonden."


Flamenco appelleert aan het 'gevoel van samen', denkt ook Ernestina van de Noort. "Flamenco roept op tot participeren, met een bekrachtigend 'olé' of je klapt mee op het ritme. Toen ik voor het eerst met flamenco in aanraking kwam, werd ik omvergeblazen; flamenco heeft iets van wat Nietzsche omschreef als de dionysische kreet, de extatische geestvervoering." Die kreet zit bij de nuchtere Nederlanders volgens Van de Noort verborgen, maar is er wél. "Flamenco is als clair-obscur: het gaat over verdriet dat op je pad komt, maar ook over het geluk dat je kunt ervaren - twee contrasten die tegelijkertijd op een barokke manier worden samengesmolten. Ook al versta je het niet, je vóelt het. Na afloop van een goede voorstelling ga je gelouterd naar huis."


Nederland telt mee als flamencoland. De legendarische Spaanse flamencogitarist Paco Peña stond aan de wieg van een flamenco-afdeling van het conservatorium in Rotterdam, en ook aan het Amsterdamse conservatorium kunnen studenten flamencogitaarmuziek studeren.


Tegenwoordig kom je zelfs een term als 'Nederflamenco' tegen, refererend aan Nederlandse flamencoartiesten. Luna Zegers bijvoorbeeld: als eerste niet-Spaanse flamencozangeres studeerde zij af aan het conservatorium van Barcelona. Of Tino van der Sman, die in de veeleisende flamenco-scene op veel applaus kan rekenen. De beide Nederflamenco-toppers presenteren tijdens de biënnale hun cd.

Flamenco Biënnale

De komende twee weken speelt de Flamenco Biënnale zich af in acht steden; naast Amsterdam, Antwerpen, Rotterdam, Utrecht, Den Haag en Eindhoven worden voor het eerst Amersfoort en Maastricht aangedaan. Ruim veertig flamencovoorstellingen en -concerten staan op het programma, omlijst door een uitgebreide randprogrammering van workshops, lezingen, jeugd- en amateurvoorstellingen.


Flamenco Biënnale, 13 t/m 29 januari, kijk voor meer informatie op www.flamencobiennale.nl


Lleno de Flamenco , 2 juli 2017 Paradiso Amsterdam, zie www.terremoto.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden