Nu zijn we voor de Duitsers

Bier en lange tafels: het eerste Oktoberfest in Amersfoort, 2010. Beeld Bram Petraeus/HH

Als Duitsland maar geen kampioen wordt. Nog niet zo lang geleden was dat anti-Duitse sentiment wijdverbreid in Nederland. Maar dat is veranderd, vooral doordat Nederland veranderd is.

Robert (18) is voor Duitsland morgenavond. Hij is geboren en getogen in Amsterdam, maar zijn vader is Duitser, vandaar. "Als Nederland de finale had gehaald, was ik ook voor Duitsland geweest."

Zijn Nederlandse vrienden begrijpen dat wel. Sterker nog, zij zijn morgen óók voor Duitsland. Afgelopen dinsdag keek Robert met een hele club vrienden naar de halve finale tussen Duitsland en Brazilië. "Bij elk Duits doelpunt zaten we harder te juichen", vertelt Roberts vriend Stef (ook 18).

Natuurlijk hadden Robert en Stef gehoopt op een finale Nederland-Duitsland. "Dat zou toch extra bijzonder geweest zijn, extra spannend", zegt Stef. "Gewoon, omdat het buurlanden zijn, denk ik. Of misschien omdat ik van mijn ouders meegekregen heb dat dat altijd een beladen wedstrijd is." Waarom beladen? Hij haalt er zijn schouders over op.

Dodenherdenking
En dat is opmerkelijk. Want zo'n twintig jaar geleden dachten zijn leeftijdsgenoten van toen nog uitgesproken negatief over Duitsland en de Duitsers. Die waren 'overheersend', vond ruim zeventig procent van de jongeren tussen de vijftien en negentien jaar. Zestig procent vond hen 'arrogant', bijna de helft noemde hen zelfs 'oorlogszuchtig'.

Dat anti-Duitse sentiment heeft een lange geschiedenis en daarin speelde de Tweede Wereldoorlog altijd een grote rol. 'Eerst mijn fiets terug', was een standaardgrap van Nederlanders als ze met Duitsers te maken kregen; een verwijzing naar in de oorlog door Duitsers gevorderde fietsen. Of neem die grap over die Duitser die op 4 mei, tijdens de Dodenherdenking, de Dam oploopt. Als hij hem verteld wordt wat er vandaag herdacht wordt, zegt hij: 'Bij ons zijn in de oorlog ook erg veel doden gevallen.' Waarop hij te horen krijgt: 'Ja, maar dat vieren we morgen.'

Maar er is iets veranderd. Het anti-Duitse sentiment lijkt goeddeels verdwenen. Een kleine tien jaar geleden stelden onderzoekers van de Universiteit Utrecht al vast dat bepaalde stereotiepe beelden van Duitsers weliswaar nog niet verdwenen waren ('veel discipline', 'geen humor'), maar dat Nederlanders nu vooral hun verwantschap met Duitsers zagen. Tachtig procent van hen bleek Duitsers sympathiek te vinden - net zo sympathiek als Nederlanders zichzelf vonden.

Beeld Lennart Gäbel

Rond die tijd ontdekten Nederlanders Duitsland ook als vakantieland. In 2007 was Duitsland voor het eerst de populairste vakantiebestemming - tot die tijd was dat Frankrijk - en dat is sindsdien nooit meer veranderd. Duitsland leek van 'boze buurman' veranderd in goede buur.

Die trend lijkt zich te hebben doorgezet. Zelfs in hun voetbal lijken Duitsers nu op Nederlanders. Het Nederlands elftal speelt al twee WK's weinig meeslepend resultaatvoetbal, het soort voetbal waarmee Duitsland jarenlang successen boekte. Intussen wordt de Hollandse school, waarvoor Oranje ooit alom lof toegezwaaid kreeg, vooral door de Duitse Mannschaft in de praktijk gebracht.

En wij genieten ervan. Die Duitsers zijn net als wij. Ze werken hard. Ze hebben hun zaken op orde. Ze zijn vriendelijk. We houden van de Duitsers.

Geweld tegen buitenlanders
Vanwaar die omslag? Hoe valt die te verklaren? Jacco Pekelder is verbonden aan de Universiteit Utrecht, maar werkt tijdelijk in Saarbrücken ("Na een overwinning van Duitsland rijden hier urenlang toeterende auto's door de straten") en schreef er een boek over: 'Nieuw nabuurschap'. Hij zoekt de verklaring in de veranderende politieke verhoudingen in Europa.

"Begin jaren negentig was er van alles aan het veranderen. Duitsland begon voor het eerst sinds de oorlog weer een zelfstandige buitenlandse politiek te voeren. Maar het liet zich tegelijk weinig gelegen liggen aan de toekomst van Europa. Daarmee zorgde het voor een onveilig gevoel."

In diezelfde tijd, vervolgt Pekelder, maakte Nederland zich druk over het geweld in Duitsland tegen buitenlanders. In 1993 stichtten extreemrechtse jongeren brand in het huis van een Turks gezin in Solingen, met vijf doden als gevolg. In Nederland kwam daarop een protestactie op gang: zo'n 1,2 miljoen mensen stuurden een kaartje met de tekst 'Ik ben woedend' aan de Duitse regering. Pekelder: "Was de democratie in Duitsland stevig genoeg om een nieuwe opleving van extreemrechts aan te kunnen? Daaraan werd in Nederland getwijfeld."

Dat alles is verleden tijd. Allereerst is Duitsland zelf veranderd. "Neem Berlijn. Dat is een leukere, hippere, vrijere stad geworden, en in Nederland zien we dat ook", zegt Pekelder. Maar ook de verhoudingen in Europa zijn niet meer dezelfde. "Nederland en Duitsland trekken vaak samen op. Intussen breidt de Europese Unie zich uit en dat roept de vraag op: met wie hebben we nog iets gemeen? Met Duitsland veel meer dan met al die Oost-Europese landen, waarvan we in Nederland geen positief beeld hebben."

Trainer Louis van Gaal toont de door Bayern München gewonnen Duitse kampioensschaal, 2010. Beeld epa

Europa is misschien ver van het bed van veel Nederlanders, toch heeft het zeker invloed op het beeld dat zij hebben van Duitsland en de Duitsers, vindt ook Hanco Jürgens, wetenschappelijk medewerker van het Duitsland Instituut in Amsterdam. "Duitsland was altijd de grote buurman en anti-Duitse gevoelens zijn deels uit te leggen als de uiting van een calimerocomplex: het kleine landje dat zich afzet tegen z'n grote buur", zegt hij. "Maar wat vroeger Duitsland was, is tegenwoordig Brussel, dat bureaucratische monster. Dat is niet zo'n héél ander sentiment dan wat die grote buurman opriep."

Toch is het verdwijnen van anti-Duitse gevoelens niet zozeer het gevolg van ontwikkelingen in Europa, denkt Jürgens, als wel van wat er in Nederland zelf veranderd is. "Duitsland werkt als een spiegel van het Nederlandse zelfbeeld", zegt hij.

"Nederland heeft zichzelf jarenlang gezien als links en liberaal en vrijzinnig en frivool. Duitsland was daarvan een spiegelbeeld, dat was het land van 'Ordnung muss sein', van gezag en van gebrek aan humor. Het duidelijkste gezicht ervan was toenmalig bondskanselier Helmut Kohl, als toonbeeld van burgerlijkheid en conservatisme. Tegen dat Duitsland zetten we ons af."

Pim Fortuyn
Maar het Nederlandse zelfbeeld is veranderd, en de opkomst van Pim Fortuyn was daarvan een duidelijk signaal. Links voert niet meer de boventoon in het maatschappelijk debat, losjes omgaan met orde en regels wordt niet meer per se als iets goeds gezien, we laten ons er niet meer op voorstaan gidsland te zijn op het gebied van euthanasie en softdrugs. "Daarom hebben we Duitsland niet langer nodig als tegenbeeld."

En dat oorlogsverleden dan? Daarvoor geldt iets soortgelijks. In de jaren zestig en zeventig werd de Tweede Wereldoorlog een moreel richtsnoer voor wat goed en fout was. Daaraan werden allerlei maatschappelijke standpunten getoetst, bijvoorbeeld over de oorlog in Vietnam. Duitsland stond in zulke debatten uiteraard voor 'fout'.

Maar de oorlog is inmiddels letterlijk en figuurlijk lang geleden. Harde grappen over Duitsers en de oorlog (Hoe opent een Duitser een oester? Hij klopt erop en brult: 'Aufmachen!') die in de jaren zeventig en tachtig nog bon ton waren, worden nauwelijks nog gehoord.

Ook dat heeft te maken met ons zelfbeeld, zegt Jürgens. "Tegenwoordig denken we in Nederland niet meer alleen in termen van goed en fout over de Tweede Wereldoorlog. We zien veel meer dat we te maken hebben met een grijs verleden. En dat wij Nederlanders niet op alle fronten goed zijn, is nog eens bevestigd door onze rol rond de val van Srebrenica."

Foute Duitsers, Robert en Stef hebben er nauwelijks nog een voorstelling van. De Duitse spits Thomas Müller, die roept soms ergernis op, als-ie weer eens met veel misbaar over de grond rolt. Maar toch goed dat de Duitsers gewonnen hebben van "die stomme Brazilianen", zegt Stef. En hopelijk winnen ze zondag ook van "die vervelende Argentijnen", voegt Robert eraan toe.

Duitse toeristen op het strand van Egmond aan Zee, 2000. Beeld anp

Nederland wordt steeds meer een randverschijnsel
Er was een tijd dat Nederland voor de Duitsers een heus knuffelland was. Klein, maar reuze liberaal en vooruitstrevend, een paradijs van vrijheid en tolerantie. En wat een aardige mensen, zo gewoon, zo relaxed in de omgang. Heerlijk om er je strandvakantie door te brengen of om in de hoofdstad je eerste joint te roken.

Maar die tijd is inmiddels lang geleden. De afgelopen twintig jaar heeft de liefde van de Duitsers voor die schattige westerburen de ene knauw na de andere gekregen. Weekblad Der Spiegel was de eerste die de liefdesband verbrak. In een lang artikel onder de titel 'Frau Antje in de overgang' schreef Erich Wiedemann wat er allemaal aan het mislopen was in Nederland.

Het artikel was één lange klaagzang over uit de hand gelopen tolerantie. De gedoogpolitiek krijgt er flink van langs. Kraken, drugshandel, kleine criminaliteit, actieve euthanasie, het wordt allemaal gedoogd, en niet uit tolerantie en vrijzinnigheid, maar uit laksheid en halfslachtigheid.

De industrialisering van de landbouw, met als gevolg tomaten die naar zweet smaken, het ontbreken van milieubeleid, waardoor het land het meest vervuilde van West-Europa zou zijn, de gebrekkige verwerking van de geschiedenis, met name van het koloniale verleden en de Duitse bezetting, kortom: Nederland zondigde tegen alles wat in Duitsland heilig was.

Het artikel verscheen in de tijd dat Nederlanders meenden de Duitsers moreel de les te moeten lezen. Toen neonazi's in Solingen, Hoyerswerda en Mölln huizen van buitenlanders in brand staken, stuurden Hollanders massaal briefkaarten naar de Duitse regering met de tekst: 'Ik ben woedend'. De actie stuitte in Duitsland op geen enkel begrip.

Ondertussen is het toch al danig vertroebelde beeld van Nederland nog duisterder geworden door de opkomst van wat men in Duitsland steevast 'rechts-extreem populisme' noemt. Het verschijnsel Fortuyn was een schok voor de oosterburen, daar snapten ze niets van. En Wilders is in Duitse ogen een gevaar voor de vrede en veiligheid in Europa.

Ook de Nederlandse scepsis tegenover Europa wekt geen enkele sympathie in het land waar het Europese project tot de staatsraison behoort. Nederland wordt in Duitse ogen steeds meer een randverschijnsel. De Duitse media nemen Nederland ook steeds minder waar. Ons land is alleen nog maar nieuws wanneer de aanleiding blond is en Geert, Máxima of Sylvie heet.

Of Louis. Maar zelfs de trainer van het Nederlandse elftal kan niet op veel sympathie rekenen. De voormalige coach van Bayern München staat in Duitsland bekend als grimmig en autoritair. Er is wel waardering voor zijn verrijking van de Duitse taal met termen als 'Feierbiest' en 'Tod oder Gladiolen'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden