Nu zelf eens een tekst schrijven

Bekende Nederlanders wagen zich de laatste jaren en masse aan een roman. Onder hen zijn opvallend veel acteurs. Hebben zij, toch ook taalkunstenaars, de literatuur iets speciaals te bieden?

'Zo'n goede acteur ben je, Maxime. Dat je dat ook al kan. Nu nog een boek schrijven, Maxime, of een babbelshow doen, een eigen babbelshow op de tv.' Sneer uit Hans Dagelets debuutroman 'De man met de vier o's', maar het klopt wel. Hoeveel acteurs hebben zich inmiddels niet aan het front van de literatuur gemeld met een eigen boek, roman, verhalenbundel? Ik noem wat namen: Loes Wouterson, Chiara Tissen, Aat Ceelen, Rik Launspach, Hans Croiset, Halina Reijn, Marieke van der Pol, Dolf de Vries, Edwin de Vries, de Vlaming Josse de Pauw. Allemaal van de planken naar de boekenplank.

Zeker, het hoort bij een bredere trend waarin BN'ers of halve BN'ers, gebruikmakend van hun elders verdiende faam, hun geluk ook eens in de literatuur beproeven. Maar niet alle toneelspelers zijn ook BN'ers en in elk geval is het opvallend dat de dienaars van de toneelkunst zoveel meer dan andere kunstenaars, zoals musici, schilders, balletdanseressen, de pen ter hand nemen.

Het klopt natuurlijk wel voor je gevoel, toneel en literatuur horen van oudsher bij elkaar. Shakespeare en Molière zijn ook grote schrijvers. Maar juist in Nederland bestaat er al decennialang een even onmiskenbare als irrationele waterscheiding tussen beide genres. Eigenlijk sinds in de jaren zestig de vernieuwingen op het toneel, na de roemruchte Aktie Tomaat, het gesubsidieerde klassieke toneel in zijn hemd zette en aandacht (en geld!) vroegen voor alternatieve vormen en manifestaties van toneel, experiment, jeugdtheater, vormingstoneel. Toneel dat het lang niet altijd hoofdzakelijk van taal moest hebben. Sindsdien leven literatuur en toneel gescheiden van tafel en bed.

Via een onverwachte omweg lijkt er nu toch weer toenadering te komen, al is het eenrichtingsverkeer: acteurs die zich op de letteren storten. Je kunt het je ook zo goed voorstellen van kunstenaars die altijd maar teksten van anderen moeten interpreteren en uitspreken, hun eigen ik kleurloos en leeg verborgen achter maskers. Dat ze, toch ook een soort taalkunstenaars, nu eens zelf hun verhaal willen doen. Laten zien dat ze meer kunnen dan andermans monologen en dialogen uitspreken. En dan niet, voor de hand liggend, met een eigen toneelstuk komen maar, ambitieuzer, met een roman.

Wat hebben al die acteurs de letterkunde te bieden? Is er iets wat hun boeken onderscheidt van het werk van auteurs uit andere hoeken? Heeft hun werk eigen stijl- of vormkenmerken? Heel makkelijk zullen die niet zijn aan te wijzen, want het doel van de acterende zij-instromers is immers mee te doen met de gevestigde literatuur, niet uit de boot te vallen. Maar toch.

Wat opvalt is dat in het gros van deze acteursboeken het verhaal heel direct en transparant wordt verteld. Geen ingewikkelde experimenten maar duidelijke verhaallijnen, klare taal.

Goede toneelteksten hebben altijd wat je noemt een 'subtekst': onder wat er gezegd of uitgeschreeuwd wordt, gaat een verborgen boodschap schuil, iets wat onuitgesproken wordt gesuggereerd. De eenvoud van de oppervlakte openbaart de complexiteit van de diepte. Veel schrijvende acteurs houden het ook in hun romans aan de oppervlakte opmerkelijk simpel, allicht gewend aan de gedachte dat er vanzelf wel iets onder hun teksten ontstaat.

Neem het vorig jaar verschenen 'King', een komedie van Aat Ceelen, acteur/regisseur bij De Mexicaanse hond, een en al transparantie, ook in kwade dagen: "Kings moeder was dood. Aan zijn vader had hij geen herinnering, die was op een dag weggegaan, voorgoed. Zijn moeder had ononderbroken gehuild, maanden, misschien wel jaren. King wist het niet meer."

Onlangs debuteerde de jonge (1983) actrice Anna Drijver met de roman 'Je blijft', over de grote liefde tussen het stel Dora en Daaf, waar de dood tussenkomt. Helder thema, onbevangen opgeschreven, met bijna iets kinderlijks, het paar past bijvoorbeeld 'als een duplosteen' in elkaar (duplosteen op het omslag natuurlijk). Niet toevallig noemt de uitgever het een 16+ boek, je zou je eens kunnen vergissen.

Hans Dagelet, multitalent want behalve toneelspeler ook nog muzikant in het ensemble Spinvis, debuteerde onlangs met de roman 'De man met de vier o's', een ruig portret van Otto Oonk, drugsverslaafd advocaat die eigenlijk niet precies weet hoe hij zijn leven moet leiden, en daarom maar van de ene prikkel naar de andere holt. Tot op zeker moment, deus ex machina, een Franssprekende vrouw zich meldt, die zegt zijn dochter te zijn uit een volstrekt vergeten relatie. Of Otto daarna ook iets met dochterlief begint is niet helemaal duidelijk (we hopen maar dat het slechts verbeelding is) maar even snel als ze gekomen is, is ze ook weer verdwenen.

Een van de opmerkelijke eigenschappen van Dagelets stijl in dit verhaal over een seksuele avonturier - met veel kont en kut - is het bijkans volledig ontbreken van de dialoog. Alles vindt ongeveer plaats in de indirecte rede, met zo nu en dan een monoloog of cri de coeur. Dagelets personages praten nauwelijks met elkaar. Je zou het kunnen lezen als een wraakactie op het vele gepraat op toneel.

Anderzijds laat de schrijver zijn toneelafkomst juist wél duidelijk blijken uit een soort regieaanwijzingen, als hij bijvoorbeeld een tafereel onderbreekt met 'doe hier maar muziek'. Maar het opmerkelijkste aan deze roman is toch wel de stijl, die van een verbluffende directheid is. Wat je er verder aan bijbedoelingen, suggesties, of subtekst ook onder wilt vermoeden, Dagelet houdt de oppervlakte kort en krachtig.

Je zou het een verhaal in telegramstijl kunnen noemen; mij persoonlijk deed het zo nu en dan zelfs denken aan een soort W.G. van de Hulst voor volwassenen. In deze trant (Otto heeft net weer een vrouw zijn hol binnen gesleept):

"Dit is nog eens investeren. De malaise ruimschoots weggewerkt.

Dan hoort hij de voordeurbel.

Hoe laat is het in godsnaam.

Het zal toch niet.

Het zal toch niet.

Net nu.

Hoe is het in vredesnaam mogelijk.

Doemscenario.

Kut met peren.

Het is wat het is, geen ontkomen meer aan."

Korte zinnen, een paar woorden en dan alweer een punt. Eenvoud en doorzichtigheid, dat is het devies, als er iets gemeden wordt is het stilistische moeilijkdoenerij.

Iets dergelijks, maar dan anders, valt ook op aan de roman 'Het kabinet van de familie Staal', van Yolanda Entius. Entius is al een tijdje bezig in de literatuur, dit is haar vierde roman, maar ze komt oorspronkelijk uit de toneelwereld. Ze speelde onder meer bij het theatergezelschap Mugmetdegoudentand.

'Het kabinet van de familie Staal' gaat over het gezin van Kobe en Muis, van wie dochter Mees het hele verhaal vertelt. Ook hier weer een transparante, simpele, bijna naïeve stem die verslag doet van de wederwaardigheden.

Die Kobe is een ontzettend tirannieke man, iemand voor wie je eigenlijk bang moet zijn omdat hij zo onvoorspelbaar driftig kan zijn, maar de vertelinstantie doet gewoon objectief verslag van de feiten. Je moet als lezer maar zien wat je er precies van vindt.

Eigenlijk lijkt veel van wat verteld wordt op het eerste gezicht terloops, terwijl het in feite bijdraagt aan een compleet beeld. Tekst is nooit een doel op zichzelf maar een bouwsteen in het hele verhaal. Hier, weer zo'n directe scène vol onderliggende onrust:

"In de zomer spelen we met andere kinderen en als Jan de Jong er is, moeten we een voor een bij hem in het tentje komen. In zijn onderbroek heeft hij een gummiknuppel die wij vast moeten pakken. "Pak maar," zegt hij. Jan de Jong is onze buurman in Den Haag. Hij heeft een zwarte motor waar hij elke zaterdag met een lapje over wrijft tot hij glimt als een laurierstaaf op de kermis. Na het poetsen gaat hij op het muurtje voor zijn huis zitten."

Wat je ziet is dat de heldere doorzichtigheid van de directe rede op het toneel door deze schrijvende acteurs wordt overgebracht op de indirecte rede van het verhaal. Bijna kinderlijk van eenvoud wordt het verhaal verteld. In zekere zin vertonen deze schrijvers in hun romans hetzelfde kunstje als op het toneel: je snapt wel wat ik bedoel.

Kort, luid en duidelijk, goed getimed, overtuigd van de kracht van het woord. De diepgang brengt de lezer die wel beter weet zelf maar aan, of niet.

Hans Dagelet, De man met de vier o's.
Querido, Amsterdam. ISBN 9789021439471; 264 blz, € 18,95

Yolanda Entius, Het kabinet van de familie Staal.
Cossee, Amsterdam. ISBN 9789059363069; 224 blz. € 18,90

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden