Nu scoren voor minder kernwapens

Het tij is gunstiger dan ooit om het aantal kernwapens terug te dringen. We moeten die kans niet verprutsen.

Ruim twintig jaar na het einde van de Koude Oorlog is het tegengaan van de verspreiding van massavernietigingswapens belangrijker dan ooit: de risico’s die aan verspreiding kleven, zijn onaanvaardbaar, ook voor ons land. Dat nietsontziende fanatici bijvoorbeeld aan de haal zouden gaan met nucleair materiaal en nucleaire technologie is een nachtmerriescenario. Om die verspreiding tegen te gaan, is het óók nodig te ontwapenen: dat is in het belang van onze veiligheid. Kernwapenstaten mogen geen excuus bieden voor de verdere verspreiding van kernwapens.

In 2008 sprak ik mij uit voor een kernwapenvrije wereld. Twee jaar later kan ik constateren dat de kansen op succes groter zijn dan vele jaren lang voor mogelijk werd gehouden. President Obama heeft natuurlijk de doorbraak gegeven door, als vertegenwoordiger van een kernmacht, zijn morele verantwoordelijkheid te nemen en de deur open te zetten naar een wereld zonder kernwapens. In Praag kondigde Obama vorig jaar aan dat de Verenigde Staten hun arsenaal kernwapens zullen terugbrengen: bij de presentatie van hun nota over het kernwapenbeleid zullen wij horen om hoeveel wapens het precies gaat en op welke wijze de VS de rol van kernwapens in hun veiligheidsstrategie zullen verkleinen.

Binnenkort kunnen we ook de opvolger van het Start-Verdrag tussen de Russen en Amerikanen verwachten, dat moet leiden tot verdere reducties van het aantal strategische kernwapens. Met Obama’s leiderschap kan de ontwapeningsdiscussie in een stroomversnelling raken. Ik zie echt een kans: de omstandigheden om het aantal kernwapens terug te dringen zijn gunstiger dan ooit.

We moeten die kans niet verprutsen. Natuurlijk ligt het voortouw tot ontwapening bij de kernwapenmachten; de grootste twee – VS en Rusland, die samen beschikken over 95 procent van het arsenaal – voorop. Maar nu Obama een voorzet heeft gegeven, moeten we er samen voor zorgen dat het doelpunt daadwerkelijk wordt gescoord. Daar hebben we allemaal belang bij: de risico’s van een wereld met kernwapens zijn immers voor ons allemaal even groot. Obama heeft groot gelijk als hij zegt dat dit een zaak is die iederéén aangaat, overal.

Waar Nederland kan bijdragen, zullen we dat dus zeker doen, bijvoorbeeld in de Navo. Juist een organisatie die zich richt op veiligheid, moet zich ook richten op ontwapening. De herziening van het Strategisch Concept van het bondgenootschap biedt een uitgelezen mogelijkheid ons te bezinnen op de kernwapentaak van de Navo. Daarom heb ik in december vorig jaar het initiatief genomen om samen met België, Luxemburg, Duitsland en Noorwegen de discussie aan te zwengelen over wat de Navo kan bijdragen aan het wereldwijde streven naar non-proliferatie en kernontwapening.

Een paar weken terug hebben wij de secretaris-generaal van de Navo verzocht het nucleair beleid op de agenda te zetten van de volgende bijeenkomst van Navo-ministers op 23 april in Talinn. Daar wil ik een serieuze discussie voeren over de kernwapentaak. Dit onderwerp is nu inderdaad geagendeerd. In de aanloop naar het nieuwe Strategisch Concept van de Navo moeten we bepalen wat het minimumniveau is dat noodzakelijk is om vrede en stabiliteit te kunnen waarborgen.

Mijn inzet is allereerst te komen tot het terugbrengen van de directe inzetbaarheid van de kernwapens in Europa en een daadwerkelijke vermindering van hun aantal. We zullen wel zorgvuldig te werk moeten gaan en in nauw overleg met onze bondgenoten. Nieuwe Navo-partners, die een andere geschiedenis hebben dan wij, aarzelen om nucleaire afschrikking ter discussie te stellen. We moeten zoeken naar een vorm die recht doet aan hun zorgen. Zij moeten voelen dat hun veiligheid gewaarborgd is, ook in het geval van reducties. Zou het bijvoorbeeld een mogelijkheid zijn dat de Navo een nucleaire taak behoudt, zonder dat er permanent Amerikaanse kernwapens in Europa zijn? Naar mijn mening wel. In ieder geval is dit serieus te overwegen.

Een ander vereiste is, dat we de Amerikanen niet in de wielen rijden. Het zijn immers hun kernwapens waar we over spreken, en zij zijn degenen die in gesprek zijn met de Russen over verdere ontwapening. Als een positief signaal uit Europa die besprekingen kan helpen, en Russische stappen kan bevorderen, dan is dat zeker iets om bij stil te staan. Als het echter contraproductief zou werken (in de zin van ’wij doen alles en zij doen niets’), dan is dit beslist géén slimme zet.

Eerder heb ik gezegd dat Nederland of andere bondgenoten geen eenzijdige stappen zouden moeten zetten. Het streven is niet een kernwapenvrij Europa, maar een kernwapenvrije wereld. En dat zeg ik dan met name ook tegen diegenen die niet kunnen wachten om eenzijdige actie af te kondigen, in de geest van: ’opgeruimd staat netjes’. Dan bedrijf je schone handen politiek zonder een bijdrage te leveren aan de oplossing van het probleem.

Dit is een verkorte versie van de toespraak gisteren aan de Erasmus universiteit Rotterdam. Voor de volledige tekst, zie www.minbuza.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden