Nu nog een vrouw of Turk als eerste burger

De Feyenoordaanhang is er, als we hun scheldkannonades tijdens voetbalwedstrijden mogen geloven, van overtuigd dat Amsterdammers allemaal Joden zijn. Inderdaad was begin negentiende eeuw tien procent van de Amsterdamse bevolking Joods. Toen telde de stad tientallen synagogen en verschillende Joodse wijken. Maar pas sinds de bevrijding, als de gemeenschap op tragische wijze is uitgedund, kent Amsterdam ook een traditie van Joodse burgemeesters. De gisteren officieel voorgedragen Job Cohen is de vierde na Samkalden, Polak en Van Thijn.

Het heeft tot begin 1900 geduurd voor Joden 'salonfühig' genoeg waren voor een politieke functie, zegt Rena Fuks-Mansfeld, oud-hoogleraar Joodse geschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam. Juist als duizenden Joden niet terugkeren naar de hoofdstad en de Joodse buurten niet langer als zodanig herkenbaar zijn, worden Joden echt zichtbaar in de politiek. Ivo Samkalden wordt na de oorlog de eerste Joodse burgemeester. ,,Samkalden had er de pest over in als hij als Jood werd aangesproken'', vertelt Fuks-Mansfeld. ,,Hij was jurist en moest niets hebben van wat hij noemde 'jodengezeur'. Sentimenten passen niet in de politiek. Neem Polak: een lieve man, maar niet iemand die een stempel op de stad drukte.''

Goede burgemeesters zijn humaan, maar houden afstand. Vandaar, vindt Fuks-Mansfeld, is Patijn zo goed en zijn voorganger Van Thijn niet. ,,Ed van Thijn was juist omdat hij zijn Joods-zijn benadrukte, een minder goede burgemeester.'' De Joodse traditie in Amsterdam moet niet worden overdreven, vindt de hoogleraar, Cohen is natuurlijk op zijn bestuurlijke capaciteiten gekozen. ,,En dat hij Joods is, is een leuk detail want zoiets als 'Joods besturen' bestaat niet. In Cohens geval kun je net zo goed de SDAP/PvdA traditie van de stad noemen.''

Inderdaad komt de nieuwe burgemeester uit een links nest, zijn moeder was na de oorlog al wethouder voor de PvdA. Religieus is Cohen niet, zei hij bij zijn aantreden als staatssecretaris van justitie in het Nieuw Israelitisch Weekblad: ,,Het Nederlandse element is prominent aanwezig, het Joodse zit ergens in mijn achterhoofd. Ik heb er geen behoefte aan het naar voren te halen, maar vergeet het geen moment.'' En: ,,De beleving van Joods-zijn uit zich in herkenning met andere Joden. Een merkwaardig gevoel van verbondenheid. Gelijksoortige grapjes. En een sterke betrokkenheid bij Israël.''

Grote naoorlogse uitzondering is de niet-Joodse burgemeester Schelto Patijn. Die zei in het actualiteitenprogramma 'Buitenhof' zelfs dat hij zich bij zijn aantreden in 1994 enigszins onzeker voelde, omdat hij het niet is. Want, zei Patijn, de geschiedenis van Amsterdam is nu eenmaal nauw verbonden met de geschiedenis van de Joden.

Onderzoekster Odette Vlessing, verbonden aan het Amsterdamse Gemeente-Archief, kwam in 1974 uit Israël terug naar haar geboortestad Amsterdam: ,,Het viel me op hoeveel Jiddische woorden er hier in Amsterdam gebruikt worden: bajes, meier, mazzel.''

De eerste Joden die zich in de zeventiende eeuw in Amsterdam vestigden, waren Portugese handelaren. Zij namen hun overzeese handelsrelaties mee en leverden een belangrijke bijdrage aan de welvarendheid van de Gouden Eeuw. Toch zou het nog bijna tweehonderd jaar duren voor ze gelijke rechten kregen als Nederlanders. De Joodse gemeenschap zorgde zelf voor ondersteuning van haar armen. In het kielzog van de Portugezen kwamen ook veel arme Hoogduitse Joden naar Nederland. Rond het Waterlooplein waren de verpauperde Joodse buurten, in Oost woonde de Joodse arbeiders en in de Watergraafsmeer en Plantagebuurt de gegoede Joodse burgerij. In de jaren '30 werd Amsterdam-Zuid vooral bevolkt door Duitse joden, gevlucht voor de nazi's. Er waren speciale Joodse scholen die nu nog bestaan. Metz in de Leidsestraat, de Bijenkorf op de Dam werden opgericht door Joden.

Het Amsterdam van de 20ste eeuw, dat uitgroeide tot aan de Bijlmer en de Baarsjes, is echter veel meer multicultureel dan Joods. Joden zijn geïntegreerd, de meesten niet eens verbonden aan een gemeente. Een Marokkaanse of Turkse burgemeester, veel grotere minderheidsgroepen, zou misschien meer voor de hand liggen. Vlessing: ,,Dit is een andere tijd, aan de integratie van minderheden wordt veel meer aandacht besteed. Als je ziet hoelang het geduurd heeft voor Joden gelijke rechten kregen, dan denk ik dat het niet eens zo heel lang hoeft te duren voor we een Marokkaanse burgemeester hebben. Overigens heeft het nog langer geduurd voor vrouwen dan voor Joden voor ze gelijke rechten hadden -en op een vrouwelijke burgemeester wachten we ook nog steeds.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden