Nu Jos B. is gepakt klinkt weer de vraag: moet elke burger verplicht DNA afstaan?

Minister Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid (CDA). Beeld ANP

Mag justitie alle verdachten dwingen wangslijm af te staan? En ook burgers die toevallig in de buurt van een misdrijf waren? Steeds na geruchtmakende misdrijven schuift de grens over wat er mag in DNA-onderzoek een stukje op. Ten koste van de privacy.

Toegestroomde journalisten wilden van minister Grapperhaus van justitie en veiligheid weten of burgers verplicht moeten worden om mee te werken aan grootschalig DNA-verwantschapsonderzoek. Een vraag ingegeven door het feit dat Jos B., verdacht van de moord op de elfjarige Nicky Verstappen, mogelijk probeerde dit onderzoek te ontlopen. 

De minister wil erover discussiëren, zei hij.  Grapperhaus zei het debat open aan te willen gaan, uiteraard met oog op privacy en integriteit. Er zijn 'heel veel technologische ontwikkelingen die de pijn van nabestaanden kunnen verzachten', aldus de minister.

De discussie over DNA-onderzoek bij misdrijven is niet nieuw. De techniek schrijdt voort en daarmee komen er nieuwe opties in het vizier. Mogelijkheden in het laboratorium, die ook ethische gevolgen hebben. Dat vergt een zorgvuldige afweging tussen de rechten van de verdachte en het belang van de opsporing, de samenleving, slachtoffers en nabestaanden.

Afschrikwekkend

De belangen voor politie en justitie zijn evident. Een DNA-match is een stevig bewijs, ook al is het als enig bewijs voor een veroordeling niet voldoende. Met een grote DNA-database zoals die bij het Nederlands Forensisch Instituut worden zaken sneller opgelost, ook heel oude, al kan een veelheid aan sporen ook voor ruis zorgen. Veelplegers lopen makkelijker tegen de lamp. Justitie hoopt dat daar een afschrikwekkende werking van uitgaat.

Beeld Studio Vonq

Opname in een DNA-databank heeft tegelijkertijd consequenties voor de privacy van een burger, en kan inbreuk maken op de rechten van een verdachte. Niemand is in principe verplicht mee te werken aan zijn eigen veroordeling. Bovendien bevat DNA veel meer privacygevoelige informatie dan voor opsporing is vereist. En dan zijn toekomstige ontwikkelingen in het DNA-onderzoek nog niet eens voorzien. DNA bewaren van (voorlopig) onschuldige personen ligt dus heel gevoelig.

Daarom is het verrassend dat Grapperhaus vorige week zei zelfs te willen praten over een verplichting voor gewone burgers om mee te werken aan grootschalige DNA-verwantschapsonderzoeken. Zo'n plicht voor duizenden of tienduizenden mensen tegelijk is de meest verstrekkende inbreuk op de privacy.  

Het tekent een debat waarin technologie én geruchtmakende strafzaken de grenzen van wat kan, en mag, steeds wat verder hebben opgeschoven.

Gewelds- en zedendelicten

Aan het begin van deze eeuw neemt het gebruik van DNA-onderzoek in strafzaken een hoge vlucht. Aanvankelijk mag justitie alleen deelname afdwingen in individuele zaken, bij verdachten van gewelds- en zedendelicten waar vier jaar of meer celstraf op staat. Al snel gaan er stemmen op om alle veroordeelden te verplichten hun DNA te geven en dit bijeen te brengen in een landelijke databank. Die wet komt er in 2005.

Enkele partijen vinden dan al dat die verplichting voor meer mensen moet gelden. CDA, PvdA en VVD stellen voor dat ook personen die in de buurt van een delict zijn geweest hun erfelijk materiaal verplicht moeten afstaan. Aanleiding is de brute moord op een studente. Het DNA van een groep jongeren uit haar sociëteit is op vrijwillige basis onderzocht, terwijl de later ontdekte dader deelname had geweigerd.

In de jaren die volgen, voedt vooral de VVD de discussie. In 2008 pleit Kamerlid Fred Teeven voor een wet die mensen verplicht mee te werken aan DNA-onderzoek. CDA-justitieminister Ernst Hirsch Ballin ziet er niets in. Een paar jaar later, in 2011, is Teeven staatssecretaris en schaart het CDA zich wel achter een voorstel van zijn hand. 

Een heel dorp

Teeven stelt voor om kleine groepen mensen die wel betrokken, maar nog niet officieel verdacht zijn, te dwingen tot DNA-afname. Weer zorgt een wreed misdrijf voor brandstof in de discussie, de moord op een 88-jarige vrouw, waar een deel van de buurtgenoten weigert om DNA af staan. De PVV is dan gedoogpartner in het kabinet. Deze partij heeft een imago van zero tolerance, maar PVV-Kamerlid Lilian Helder is kritisch op Teevens voorstel. Met name, stelt ze in een debat, omdat ook onschuldige mensen worden verplicht mee te werken. Toenmalig Kamerlid Ad van der Steur is wel voor, maar een heel dorp verplichten gaat volgens hem te ver. Materiaal moet ook meteen na afloop worden vernietigd.

Die verplichting voor hele dorpen komt er niet. Maar de mogelijkheid om duizenden burgers op vrijwillige basis mee te laten doen aan een DNA-verwantschapsonderzoek komt er wel, in 2012. 

Motor in deze ontwikkeling is een zaak uit 1999, de moord op Marianne Vaatstra, die dan al jaren vastzit. De zaak Vaatstra voldoet aan de voorwaarden voor deze verruiming van DNA-onderzoek: op het delict staat een straf van acht jaar of meer én er ligt een goed DNA-spoor. Onder de ruim negenhonderd mannen die vrijwillig meedoen zit ook de dader. Dat is een onverwacht succes, omdat verwantschapsonderzoek vooral gezien wordt als een manier om onwillige verdachten via hun familieleden toch in het vizier te krijgen.

Match vaak cruciaal

De politieke discussie rond de verplichting tot medewerking richt zich de afgelopen jaren dan ook veel meer op verdachten en veroordeelden, dan op onschuldige burgers. Aanvankelijk gaat het de DNA-databank voor veroordeelden voor de wind. Sinds de oprichting in 2005 groeit het bestand van enkele duizenden profielen tot meer dan honderdduizend in 2012. 

Dat jaar concluderen onderzoekers van de Universiteit Leiden dat de databank succesvol is. En niet alleen in geruchtmakende zaken als de Puttense moordzaak en de moord op Andrea Luten. In ruim 7 procent van de gevallen is er bij opname van DNA een match met gegevens uit de databank, in de helft van de gevallen is deze DNA-match cruciaal voor het onderzoek. Tot 2012 zijn dat een paar duizend zaken. Dat wil niet zeggen dat een match ook meteen een veroordeling oplevert, nuanceren de onderzoekers.

Problemen met de databank zijn er ook. Die komen op gruwelijke wijze aan het licht in de zaak-Bart van U., de man die in 2014 oud-minister Els Borst vermoordt. Zijn DNA had allang vanwege een eerdere veroordeling voor wapenbezit in de databank moeten zitten. Dan was hij waarschijnlijk eerder opgespoord. Nu krijgt justitie hem pas in beeld als hij wordt vastgezet voor de moord op zijn zus, zijn tweede slachtoffer.

Alweer op vrije voeten

De politiek eist verbetering en zet de commissie-Hoekstra aan het werk. Die komt in 2015 met het advies DNA al eerder af te nemen, op het moment dat een verdachte wordt vastgezet. Na een veroordeling kan het DNA-profiel dan voorgoed in de databank worden opgenomen. Zo'n werkwijze moet voorkomen dat de politie met haar wattenstaafje achter het net vist. 

Want veel veroordeelden zijn alweer op vrije voeten tijdens de uitspraak in hun rechtszaak en geven geen gehoor aan een oproep. Hoe groot dit probleem is, komt eind dat jaar voor het eerst in het nieuws: bijna 12.000 profielen van veroordeelde misdadigers zijn kwijt. Toenmalig minister Ard van der Steur belooft beterschap, iets wat na hem ook minister Grapperhaus moet doen.

De Raad van State, die het advies van de commissie-Hoekstra bestudeert, oordeelt eind 2016 negatief. Zij baseert zich daarbij op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Dat stelt dat voor inbreuk op de privacy een dringende noodzaak moet zijn. Zo'n ingrijpende DNA-afnameplicht voor alle verdachten is niet proportioneel, volgens de Raad, in gewone woorden: te grof geschut.

Gedwongen afname alleen bij de verdachten zonder vaste woon-of verblijfplaats is waarschijnlijk juridisch wel te verdedigen. De minister laat deze laatste optie verder onderzoeken.

Haast

Dit voorjaar zijn de ontbrekende profielen in de databank weer groot nieuws. Nu missen er 21.000, op een totaal van 268.000 profielen. Het probleem lijkt structureel. De minister wil wachten op de evaluatie van de Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, die begin volgend jaar klaar zal zijn. Ook staat eind dit jaar nog een evaluatie van de regeling voor het DNA-verwantschapsonderzoek gepland.

De Kamer maant de minister in een debat dat voor de zomer om haast te maken. Ook wil een meerderheid van de Kamer dat het ministerie zich alsnog voorbereidt op een verplichting voor alle verdachten. Maar Grapperhaus zegt in dat debat: "We zullen eerst de huidige regeling helemaal moeten uitschrapen, hoe vervelend dat ook is". Wel wil hij studeren op een uitzondering voor verdachten die geen adres opgeven. 

Dan is de zomer voorbij en bereikt justitie een doorbraak in de zaak-Verstappen. Grapperhaus gooit het debat weer open.

Hoe denken politieke partijen over verplichte afname?

Geen verdere verruiming: alleen plicht voor veroordeelden
Van alle politieke partijen is D66 het meest kritisch op het plan om ook bij alle verdachten verplicht DNA af te nemen. "Schieten met een kanon op een mug", noemde D66-Kamerlid Maarten Groothuizen dit in het Kamerdebat voor de zomer, en 'onnodig stigmatiserend'. Er worden per jaar 52.000 verdachten vastgezet; 63 procent van hen wordt niet veroordeeld, of niet voor een delict dat DNA-afname rechtvaardigt. D66 wil dus de huidige situatie behouden, waarbij alleen veroordeelden in de DNA-database komen. Ook mag justitie al langer gedwongen DNA afnemen bij verdachten van een misdrijf waar meer dan vier jaar celstraf op staat. Groothuizen: "Het is goed dat er steeds meer zaken worden opgelost met DNA-afname, maar D66 is sceptisch over het verplichten van DNA-onderzoek van mensen die niet veroordeeld zijn. Dat is in de praktijk lastig uitvoerbaar. DNA afnemen van verdachten of omwonenden vraagt echt om zorgvuldigheid. Als je DNA eenmaal in die databank zit, kom je er niet zomaar uit. Het vernietigen achteraf gaat nog verre van goed." Partijen zijn het er in ieder geval over eens dat de huidige werkwijze rond de databank beter kan.

Alle verdachten moeten verplicht DNA afstaan
De meeste partijen zien dit als een oplossing voor het probleem dat er nog veel DNA-profielen van veroordeelden ontbreken. Die hebben bijvoorbeeld op het moment van hun veroordeling hun straf al uitgezeten en zijn met de noorderzon vertrokken. Als de politie verdachten DNA afneemt op het moment dat ze worden vastgezet (in verzekering gesteld), zo is het idee, kun je dit DNA na een veroordeling alsnog in de databank stoppen. Een motie van deze strekking wordt voor de zomer ingediend door de SGP, VVD, CDA, PvdA en PVV. Volgens Kamerlid Kees van der Staaij (SGP) kan dit 'veel leed voorkomen en de veiligheid van ons land vergroten'. De SP ondertekende niet, maar zou volgens Kamerlid Michiel van Nispen best bereid zijn 'kritisch mee te denken', of dit een begaanbare weg is onder bepaalde voorwaarden. "Het belangrijkste is dat de verdachte de verzekering krijgt dat zijn DNA na een vrijspraak, of een veroordeling die geen opname in de databank rechtvaardigt, weer verdwijnt." CDA-Kamerlid Chris van Dam oppert om hiervoor een soort eindtermijn in te voeren, die leidt tot vernietiging van het DNA-monster als het Openbaar Ministerie er niets mee doet.

Burgers moeten verplicht meewerken aan DNA-onderzoek
Een grootschalig onderzoek als in de zaak-Verstappen zal een uitzondering blijven, maar het komt vaker voor dat de politie in een onderzoek gewone burgers die bij de plaats van het misdrijf waren of tot de nauwe kennissenkring van het slachtoffer behoren, vraagt om DNA af te staan. En bij een verwantschapsonderzoek zijn per definitie grote groepen onschuldigen betrokken. Of ze hiertoe gedwongen kunnen worden, ligt politiek gevoelig. Juridisch lijkt het niet haalbaar. Toch heeft de VVD dit in het verleden meermalen ter sprake gebracht. De PVV is kritisch omdat het gaat om privacygevoelig materiaal van onschuldigen. Veel Kamerleden waren dan ook verbaasd dat minister Grapperhaus deze plicht voor gewone burgers toch opwierp vorige week. VVD-Kamerlid Foort van Oosten zegt dat er 'kennelijk beweging zit in de standpunten van Grapperhaus'. Zijn fractie wil over zo'n vergaande verruiming van de verplichting eerst goed discussiëren. CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg is voorstander. "We moeten er alles aan doen bij dit soort afschuwelijke misdrijven de dader op te sporen. Wanneer die niet gevonden kan worden, moet er een moment komen om grootschalige DNA-afname onder burgers te verplichten."

Lees ook: 

In de zoektocht naar DNA bleek uiteindelijk alles te kloppen

De combinatie van drie DNA-sporen was een voltreffer bij de opsporing van Jos B. Maar het is de vraag of ze alle drie overeind zullen blijven in een rechtszaak.

Nog zeker vijf hobbels te gaan voordat de ouders van Nicky Verstappen duidelijkheid hebben

Twintig jaar na dato hopen de nabestaanden van Nicky Verstappen antwoorden op hun vragen te krijgen. Maar er zijn nog zeker vijf hobbels te nemen voor het zover is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden