Nu het crisis is, stinkt het geld meer dan voorheen

Geld brengt niet het mooiste in ons naar boven. Die wijsheid vertolkte de Bijbel al (’de wortel van alle kwaad is geldzucht’) en nu weet ook Filosofie Magazine het.

Lodewijk Dros

Het maandblad presenteert morgen zijn ’poenenquête’, een onderzoek onder 500 Nederlanders en nog eens 1100 eigen lezers.

De bevindingen zijn ’uitdrukking van de historisch cruciale periode sinds de kredietcrisis’. Het bijzondere ervan is dat we ons niet meer wentelen in geld, maar een grotere reserve jegens rijkdom innemen.

Socioloog Ruut Veenhoven – als geluksprofessor de vaste commentator bij dergelijke onderzoeken – houdt vast aan de gedachte dat geld gelukkig maakt – maar niet in alle omstandigheden; in Die Zeit merkte hij al eens op dat je, als je eenmaal de armoede bent ontstegen, weinig geluk meer aan je bestaan toevoegt met veel extra geld. Belangrijker, zegt hij in Filosofie Magazine, is status. Die je met hard werken én geldmaken kunt bevorderen.

Sceptischer dan de wetenschapper is de gemiddelde Nederlander anno 2009. Geld maakt ons minder plezierige mensen. En zelfs corrupt, vindt de meerderheid.

Het interessantst zullen de uitkomsten van de poenenquête zijn als ze worden aangelegd tegen een herhaling als straks de crisis voorbij is. Dan moet blijken of ’de Nederlander’ in het jaar 2009 alleen maar een modieuze en dus voorbijgaande afkeer van geld heeft gehad, of dat hij echt meent dat geld stinkt. Nu is in ieder geval de steun voor staatsingrijpen bij banken en verzekeringsinstellingen torenhoog: negentig procent ziet graag een sterke overheid die de markt in de tang houdt.

Nu geld zijn tover wat kwijt is, zou de conclusie kunnen zijn dat luxe ’uit’ is. Maar bewijs daarvoor ontbreekt. Sterker nog: uit onderzoek dat Trouw deze zomer publiceerde, blijkt dat de Nederlander mooie kleding en luxe-eten erg waardeert. Maar geld lenen voor spullen die je niet echt nodig hebt, daar lopen we niet warm voor.

Alle getamboereer op de noodzaak onze planeet te redden van de ondergang ten spijt: de poenenquête onthult dat nog niet een op de tien Nederlanders duurzaam milieubeleid bovenaan het verlanglijstje heeft staan. Want zestig procent maakt zich soms of zelfs vaak zorgen over de financiële toekomst. Zoals Bertolt Brecht het in zijn ’Driestuiversopera’ zei: ’Erst das Fressen, dann die Moral’.

Al is dat niet het hele verhaal: Nederlanders geven aan goede doelen. Erg scheutig zijn ze daar niet mee: tweederde geeft minder dan honderd euro per jaar. In een toelichting zegt Pamala Wiepking, docent filantropische studies, in Filosofie Magazine dat het echte geefbedrag feitelijk veel hoger ligt: gemiddeld 250 euro per huishouden. Het verschil tussen de uitkomst van de enquête en de werkelijkheid valt te verklaren. „Mensen onderschatten zichzelf als je ze vraagt naar hun geefgedrag. Ze vergeten de kleine giften: aan de kerk, aan collectanten, de daklozenkrant.”

Maar riante donateurs zijn Nederlanders niet; Amerikanen geven 1600 euro per huishouden, stelt Wiepking. Waarbij ze niets zegt over de uiteenlopende bijdragen die Nederlanders en Amerikanen via de belastingen voor ondersteuning van de behoeftige medemens ophoesten.

Het vrije spel der economische krachten, in het tijdperk voor de kredietcrisis als hoogste doel bezongen, heeft zijn glans verloren. Er is niet alleen scepsis over de mogelijkheden van de vrije markt voor in de plaats gekomen, maar ook grote reserve tegenover de welvaartsverdeling. Van de ondervraagden in de poenenquête zegt zeventig procent de inkomsverschillen in Nederland te groot te vinden. En slechts een op de drie Nederlanders vindt het best dat Paul Witteman twee keer het salaris van premier Balkenende toucheert.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden