’Nu doe ik het zo, misschien is het volgend jaar weer anders’

Uit angst voor blessures heeft Bram Som radicaal met het verleden gebroken. (FOTO PATRICK POST, SPORTSTATION) Beeld Patrick Post / Sportstation
Uit angst voor blessures heeft Bram Som radicaal met het verleden gebroken. (FOTO PATRICK POST, SPORTSTATION)Beeld Patrick Post / Sportstation

Angst en wanhoop hebben Bram Som (29) van de

Met een grijns meldt Bram Som dat hij prima keerpunten maakt. De Europese kampioen op de 800 meter hardlopen duikt zowaar regelmatig het zwembad in.

Op elke twee dagen looptraining staat tegenwoordig een alternatieve trainingsdag op het programma. Dan zit Som voor de conditie op de fiets of voert hij de hartslag op met borstcrawl. Het zijn oefenvormen die veel minder blessurerisico’s met zich meebrengen dan de vele loopkilometers die hij in het verleden maakte.

De angst voor blessures is een van de redenen dat de atleet radicaal met het verleden heeft gebroken. De andere reden hing met kwetsuren samen: tussen 2001 en nu bedroeg zijn vooruitgang slechts een halve seconde. De combinatie van die twee heeft hem vorig jaar wanhopig gemaakt.

Er valt nog een verandering op te tekenen. Vorig jaar om deze tijd riep de Som ondanks wéér een blessure dat hij in Peking voor de hoofdprijs zou gaan. Maar de Olympische Spelen haalde hij niet eens. Nu waagt hij zich voor de WK van augustus in Berlijn niet eens aan de voorspelling dat hij de finale zal halen.

Hij zegt bezig te zijn aan een zoektocht naar wat voor zijn lichaam het beste is. Daarbij kijkt hij slechts naar de Olympische Spelen in 2012. Elke prijs die hij onderweg wint is meegenomen.

Som, die zegt te kampen met een blessuretrauma, heeft met zijn handelwijze alles van de wanhopige atleet. In de aanloop naar de Spelen van Peking brak hij met Honoré Hoedt, met wie hij in 2006 met de Europese titel zijn grootste succes behaalde. Na vorig seizoen schoof hij ook opvolger Grete Koens terzijde en formeerde hij een alternatief begeleidingsteam om zich heen.

Slechts mentaal begeleider Marco Hoogerland, die hem leerde voor zichzelf op te komen, is gehandhaafd. De trainingsschema’s worden gemaakt door Ruben Jongkind, een conditietrainer die geen ervaring heeft met topatleten, en de Duitse bewegingswetenschapper aan de universiteit van Berlijn Florian Kügler.

De twee zijn afkomstig uit de triatlon, waarin zij nooit de top hebben bereikt. Daarom hebben zij volgens Som alle mogelijke trainingstheorieën tegen het licht gehouden om hun eigen methode te ontwikkelen. Uiteraard zijn de oude schema’s van Som geanalyseerd. „Florian heeft me voor gek verklaard. Ben jij een marathonloper, vroeg hij me.”

Som heeft voor zichzelf vastgesteld dat hij zijn beste tijden liep met weinig training. Jarenlang heeft hij onder Hoedt te veel gedaan. Pas nu zet hij vraagtekens bij de standaard trainingsweken van 100 tot 120 kilometer, „waarvan slechts één procent specifiek in wedstrijdtempo werd gedaan. Nu doe ik wekelijks 50 kilometer, waarvan er 10 tot 15 zijn voor in- en uitlopen. De rest is rammen op de baan.”

Som doet nu zes trainingen per week in plaats van twaalf, al moet hij daarvoor worden afgeremd door zijn nieuwe trainers. De omvang heeft plaatsgemaakt voor kwaliteit. Dat klinkt logisch voor een middenafstandloper, al doet hij verdacht veel van die baantrainingen op spikes. Dat is vragen om blessures.

Som: „Op het ene punt een schepje eraf, op het andere een schepje erbij. Ik ben zoveel frisser dat ik dat wel aan kan. Ik kijk nu uit naar elke training, terwijl ik vroeger uitkeek naar een rustdag. Dat is een belangrijk verschil.”

De aanstaande vader zegt weer de gretigheid van een negentienjarige te voelen. „Alles is nieuw, ik vlieg erin als een jonge hond. Die onbevangenheid leidt tot betere trainingsresultaten.”

Of daarmee de juiste weg wordt bewandeld, is gissen. „Dit is een mooi theoretisch verhaal, in de praktijk moet blijken of het werkt. Ik tast tot en met 2011 af wat voor mij de goede werkwijze is. Die pas ik in 2012 toe om op de Spelen om een medaille te winnen. Nu doe ik het zo, misschien is het volgend jaar weer anders.”

Hij ontleent zelfvertrouwen aan de eerste resultaten. Twee weken geleden won hij solerend een wedstrijdje in Zutphen in 1.46,49, iets meer dan een halve seconde boven de WK limiet. Zaterdag versloeg hij in Lisse op de 1000 meter zijn oude trainingspartner Arnoud Okken, ook al een oud-atleet van Hoedt die na een periode van blessures terug wil komen op internationaal niveau.

(Trouw) Beeld Patrick Post / Sportstation
(Trouw)Beeld Patrick Post / Sportstation
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden