InterviewOproepkaart

Nu de formele dienstplicht ook geldt voor vrouwen, hoopt Defensie hun aandacht te trekken

De achttienjarige militair in opleiding Kirsten: “Toen ik het mijn familie vertelde, zeiden ze: dat wordt niks, ze zal wel kapster worden.”Beeld Herman Engbers

Nu de militaire dienstplicht ook voor vrouwen geldt, hoopt Defensie op meer vrouwen bij het leger.  Gaat dat lukken? Twee vrouwelijke militairen vertellen over hun ervaring.

Bij ruim honderdduizend tienermeiden viel afgelopen week een brief op de deurmat die tot fronsende wenkbrauwen moet hebben geleid. Afzender: de minister van Defensie. Alle 17-jarige meisjes krijgen vanaf nu - net zoals de jongens - een brief waarin staat dat zij worden ingeschreven voor de dienstplicht. “Alle jongens en meisjes in dit land hebben gelijke rechten en plichten”, beargumenteerde Minister Ank Bijleveld afgelopen week in een videoboodschap.

Het is voorlopig een formaliteit. Sinds 1997 is de opkomstplicht voor militaire dienst officieel opgeschort. Maar, zegt Bijleveld: “Als de veiligheid van Nederland ooit weer ernstig wordt bedreigd, dan kan het nodig zijn dat de dienstplichtigen wel het leger in moeten. Die kans is gelukkig niet groot, maar het zou kunnen.”

Jarenlang is er in de politiek gesteggeld over het gelijkstellen van de dienstplicht voor jongens en meisjes. Vrouwen bleven tot nu toe ontzien, vanwege hun achterstand op de arbeidsmarkt. Met een dienstplicht zouden zij die achterstand minder goed kunnen inhalen, was de gedachte. 

Maar de samenleving veranderde. In 2015 beloofde toenmalig Defensie-minister Hennis nader onderzoek te doen naar het gelijkstellen van de dienstplicht voor mannen en vrouwen na aanhoudende vragen van D66 en PvdA. Dat leidde uiteindelijk tot een aangenomen wetswijziging. 

Defensie grijpt de dienstplichtbrief aan om meer meisjes enthousiast te maken voor een baan in het leger. Dat wil nog niet echt lukken, anno 2020 is het Nederlandse leger nog altijd een mannenbolwerk. Het totaal aandeel vrouwelijke militairen binnen de krijgsmacht ligt nu op bijna 11 procent, slechts 1,3 procent meer dan vijf jaar geleden. 

Wel neemt het aandeel vrouwen dat wordt geworven mondjesmaat toe. Van 11 procent in 2015 naar 14 procent nu, maar dat vertaalt zich niet gelijk door naar de organisatie. Vrouwen verlaten de dienst namelijk eerder, mede omdat zij vinden dat het moederschap moeilijk is te combineren met militair zijn. 

Dat nu meer vrouwen worden geworven komt volgens Defensie mede door de inzet van campagnes die zich vanaf 2016, onder toenmalig minister Hennis, specifiek op vrouwen richten. Alles werd uit de kast gehaald om vrouwen te enthousiasmeren. Van video’s met stoere boksende vrouwen tot ladies nights. Zelfs werden influencers op de werkvloer ingezet. 

Met de campagnes wil Defensie afrekenen met het idee van een mannencultuur. Uit onderzoek van Defensie blijkt dat 70 procent van de vrouwen in Nederland niet weet dat zij überhaupt bij de krijgsmacht kunnen dienen. “We willen dat vrouwen een keuze maken op basis van de juiste informatie en niet aan de hand van vooroordelen”, zegt Luitenant ter zee der 1e klasse Suzanne van Opstal. Zij was de afgelopen jaren als campagnemanager bij Defensie verantwoordelijk voor de vrouwencampagnes. “Het is niet alleen maar schieten, vechten en de hindernisbaan. We zoeken collega’s voor diverse vakrichtingen, dus ook koks, verplegend personeel, en technici.”

Naast de - lichte - stijging van het aandeel vrouwen binnen Defensie, is ook de belangstelling toegenomen. Van de bezoekers van de website van de krijgsmacht is bijvoorbeeld 44 procent vrouw en de speciale voorlichtingsavonden voor vrouwen zitten de laatste jaren bomvol. Desondanks is er nog veel werk aan de winkel, zegt Defensie. De komende tijd volgen nieuwe campagnes om specifiek vrouwen enthousiast te maken voor het leger. De krijgsmacht wil ook meer moeite doen om hen te behouden.

Nicole de Wolf (48), kolonel bij de Landmacht, 30 jaar bij Defensie

“Zelf ging ik in 1990 op mijn achttiende, na de afronding van mijn eindexamen, naar de Koninklijke Militaire Academie in Breda. Bij de landmacht, dat leek mij wel wat. Vooral het avontuur trok aan. Dat het een mannenwereld was vond ik geen punt, omdat ik in die tijd toch al veel met jongens omging. En nu ik terugkijk wilde ik ook graag echt iets bijdragen aan de samenleving. Of dat nou in Nederland is of ergens anders in de wereld. Mijn handen beginnen te jeuken als ik om mij heen kijk naar de crisis die nu woedt.

“Na de opleiding werd ik commandant van een dienstplichtig peloton, met - uiteraard - alleen maar mannen. In 1995 veranderde dat en kreeg ik de leiding over een beroepspeloton. We reisden in 1996 voor een missie af naar Bosnië. Ik was 23, misschien 24, toen ik met 36 jonge mannen die kant op ging. Samen met een onderofficier en een chauffeur waren wij de enige drie vrouwen. Het was spannend met kans op beschietingen en er lagen oude landmijnen. Dan sta je daar als 24-jarige vrouw tussen al die mannen die naar jou kijken en zeggen: vertel het maar, wat gaan we doen?

“Desondanks merkte ik toen al nauwelijks verschil met mijn mannelijke collega’s. Je werd en wordt beoordeeld als militair en niet als vrouw. Als je als enige vrouw tussen vijftig of honderd mannelijke militairen op de kazerne staat krijg je op een positieve manier natuurlijk wel aandacht. Alles wat je doet wordt gezien.

“Meer vrouwen bij Defensie vind ik heel belangrijk. Ik wil niet generaliseren, maar vrouwen beschikken over het algemeen over wat meer empathisch vermogen en meer geduld. Hoewel mannen over het algemeen fysiek sterker zijn dan vrouwen, denk ik dat het fysieke maar in een beperkt aantal gevallen de doorslag geeft. Niet alle problemen vereisen een fysieke oplossing. Daarnaast gaan vrouwen niet altijd voor het succes van nu, maar zien zij beter in dat als je even wacht, het succes op langere termijn groter is.

“De enige keer dat ik wel iets merkte van de verschillen, was toen ik in de leeftijd kwam dat ik moeder kon worden. Wanneer komen de kinderen, vroegen collega’s dan. Ik had die behoefte niet, maar dan merk je wel: ik ben anders. Dat vragen ze niet aan een man.”

Kirsten (18)*, militair in opleiding, zes maanden bij Defensie

“Niemand had verwacht dat ik echt het leger in zou gaan. Toen ik het mijn familie vertelde, zeiden ze: dat wordt niks, ze zal wel kapster worden, of zoiets. Tot op de dag van vandaag is mijn omgeving nog steeds in shock. Dat komt omdat iedereen mij normaal gesproken ziet als een echt meisje-meisje. Maar eerlijk gezegd, als ik eenmaal in het veld sta, boeit het mij helemaal niet hoe ik eruit zie. Eigenlijk heb ik twee verschillende karakters. Op de kazerne ben ik half jongen en in het leven buiten het leger voel ik mij echt meisje.

“Al vanaf een jaar of 12 wist ik het zeker: ik wil het leger in. Mijn vader zat bij de Marine en vertelde vroeger allemaal stoere verhalen over zijn missie naar Cambodja en het schieten op de kazerne. Dat vond ik heel vet. Via een vriendinnetje op thaiboxen kwam ik op de VeVa. Dat is een mbo-opleiding waarbij je de basis van het militair zijn leert. Daar voelde ik mij op mijn plek. We gingen een week stage lopen op de kazerne waarbij we leerden camoufleren en in het bos sliepen. Heel spannend allemaal.

“Op 25 mei ben ik gestart aan de Algemene Militaire Opleiding. Op de kazerne in Havelte zijn we opgevangen door het 44 Pantserinfanteriebataljon dat ons gaat opleiden tot militair. In het peloton van achttien mensen zit nog een ander meisje. Je weet vooraf al dat je een van de weinige meiden bent, dus dat vond ik helemaal geen probleem. Het is heel gezellig tussen de jongens. Behalve dat we op aparte kamers slapen, worden we hetzelfde behandeld. Dat ik soms meer aandacht krijg van de jongens zou best kunnen, maar dat heb ik helemaal niet door, ha ha.

“De opleiding duurt 21 weken. Binnenkort doe ik de eindoefening, dat is fysiek wel zwaar. Dat jongens sterker zijn, maakt niet uit. Het is maar net waar je in gelooft en wat je doel is. Je moet het als groep doen en als je er hard voor traint, dan fix je het als meisje net zo goed. Wij hebben het misschien met sommige dingen zwaarder, maar willen hetzelfde behalen als de jongens. Dan moet je daar niet over piepen, ik kies er zelf voor.

“Ik kwam binnen als individu en kende niemand. Maar ik leerde al snel om mij heen te kijken, door te zetten en veel samen te werken. En je wordt harder. Dat merk ik nu al na een paar maanden. Als iemand een vervelende opmerking maakt dan haal ik mijn schouders op. Het zal wel, denk ik dan. 

“Mijn droom is om als soldaat tweede klasse bij de infanterie terecht te komen. Het lijkt mij heel vet om dan op uitzending te gaan, naar Afghanistan bijvoorbeeld. En mijn familie is dan misschien nog in shock, ze vinden het wel hartstikke gaaf dat ik nu militair ga worden.”

*Op verzoek van Defensie is Kirstens achternaam weggelaten. Deze is wel bij de redactie bekend.

Lees ook:

Met zulke arbeidsvoorwaarden wil niemand dienen in het Nederlands leger

Het salaris in het Nederlandse leger zal andere EU-burgers afschrikken om erbij te komen, schrijft defensie-analist Frans Ebbelaar op de opiniepagina

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden