Novem op kierenjacht in Hongarije

BOEDAPEST - Op kierenjacht in Hongarije, want het energieverbruik rijst er de pan uit. De Nederlandse onderneming voor energie en milieu (Novem) heeft de helpende hand toegestoken.

Samen met een lokaal Hongaars ingenieursbedrijf heeft de Novem inmiddels in twintig gemeenten en regio's in Hongarije een analyse van de energiesituatie genmaakt. Het leverde een scala aan maatregelen op. Enkele daarvan kosten weinig of niets en leveren een aanzienlijke besparing op. Kieren dichten, tochtstrips aanbrengen, radiatorkranen installeren, instrueren van het bedienend personeel: het werpt razendsnel vruchten af. Daarnaast zijn er maatregelen die wel vragen om een fikse investering, maar die zichzelf binnen korte tijd terugbetalen: aanbrengen van meet- en regelapparatuur, verbeteren van verwarmingssystemen of vervangen door gasgestookte ketels, energiezuinige lampen in straatlantaarns. Sommige maatregelen, zoals isolatie van bestaande woningen en aanbrengen van zonneboilers, zijn domweg te duur.

Het energieverbruik en de bijbehorende rekening van de Midden- en Oosteuropese burger zijn schrikbarend hoog. Zonder overheidssubsidie zou in bepaalde landen het hele maandsalaris opgaan aan het verwarmen van de huizen en het koken van eten.

Het toekomstbeeld wordt er niet warmer op nu de energieprijzen stijgen en in de pas gaan lopen met de wereldmarkt. In Hongarije heeft de regering recentelijk op aandrang van de milieubeweging een forse verhoging van de energieprijzen voorgesteld ; in andere landen bestaan vergelijkbare plannen.

Daarbij komt dat de aanvoer van olie en gas vanuit Rusland stagneert. Als het verbruik gelijk blijft zullen bedrijven die de hoge rekening niet meer kunnen betalen de poort sluiten. Burgers kunnen hun poorten niet sluiten en voor hen stijgen de energiekosten de pan uit.

De ellende is voor hen niet te overzien als de prijsstijging volgens verwachting doorzet. Zij hebben op dit moment geen keuze, zelfs niet om kou te lijden. De voorzieningen voor verwarming zijn van een zodanige kwaliteit dat zuinigheid niet mogelijk is. Allerlei simpele besparende voorzieningen die in Nederlandse huishoudens gewoon zijn, bestaan in Midden- en Oost-Europa eenvoudigweg niet. De installaties voor blokverwarming zijn sterk verouderd. De ketels die met kolen gestookt worden, staan in de kelder en het warme water wordt via één leiding door de radiatoren in het gebouw gepompt. Bewoners kunnen hun kachel niet hoog of laag en soms zelfs niet uit zetten.

Als het tijdens het stookseizoen te warm wordt, zit er niets anders op dan het raam open te zetten. Als individuele temperatuurregeling al mogelijk zou zijn, is er nauwelijks een prikkel om de kraan dicht te draaien. Er is geen meetapparatuur aanwezig en men betaalt een vast bedrag per inhoud van de woning. Wie zuinig is, draait op voor de verspilling van de buren.

Toch verhogen de regeringen de energieprijs. Ze dwingen zichzelf daarmee wel tot het geven van subsidies en het instellen van speciale tarieven voor de burgers. Als ze dit niet doen, zullen de sociale gevolgen niet te overzien zijn. De armoede is groot en nu al weigert een deel van de bevolking haar energierekeningen te betalen. Verzachting van het leed is noodzakelijk, al is het alleen maar om in het politieke zadel te blijven. De financiële last voor de overheid is echter niet lang vol te houden en uiteindelijk zal het huishoudelijk energieverbruik moeten dalen.

Het ligt voor de hand dat ondersteuningsprogramma's vanuit het westen zich met energiebesparing bij burgers bezig houden. Dat gebeurt echter maar mondjesmaat. Alleen Phare, het coördinerende orgaan van de Europese Unie (EU) voor hulp aan Midden- en Oost-Europa, legt hier de nadruk op. Toch heeft ook de Nederlandse overheid een besparingsproject opgezet. Dat is niet verrassend gezien de ervaring en kennis die in Nederland inmiddels is opgedaan met energiebesparingsprogramma's. Sinds de energiecrises van de jaren tachtig zijn gemeentelijke besparingsprojecten als paddestoelen uit de grond geschoten. De Novem voert in Hongarije een project uit waarbij in gemeenten wordt gekeken naar mogelijkheden om de energievraag te beperken. Het project is gefinancierd door de Nederlandse en Hongaarse regering. Hoewel het bestede bedrag in vergelijking met de meeste hulpprojecten klein is, is de bijdrage van de Hongaarse overheid (450 000 gulden) het hoogste bedrag dat ze ooit aan energiebesparing heeft uitgegeven.

Het gezamenlijke project kreeg een warm onthaal. Op de eerste openbare inschrijving reageerden ruim twintig gemeenten en regio's. Hieruit koos een stuurgroep vijf projecten die model konden staan voor andere steden en regio's. Deze voorbeeldgemeenten hebben een plan opgesteld en geld uitgetrokken voor het uitvoeren van de maatregelen. Het gedetailleerd doorrekenen van de kosten blijkt van groot belang om bestuurders achter voorgestelde verbeteringen te krijgen. Binnenkort worden de plannen van de vijftien vervolgprojecten gepresenteerd.

Al het werk wordt uitgevoerd door Hongaarse bedrijven. Dat maakt dit programma een vreemde eend in de bijt van de hulpprojecten.

Het ministerie van economische zaken geeft toe dat het bevorderen van de positie van het Nederlandse bedrijfsleven een belangrijk nevendoel van de hulpprojecten is. Voor de meeste projecten is geen probleem, maar bij energiebesparing bepalen andere factoren het succes van projecten dan bij doorsnee milieuhulp. Zo vallen energiebedrijven meestal onder de overheid en is het overheidsbeleid bepalend voor de rentabiliteit van maatregelen. Ook de energieprijs wordt door overheden vastgesteld. Het zal daardoor niet eenvoudig zijn om energiebesparingsprojecten voor consumenten onder de dit jaar verder aangescherpte criteria van het Nederlandse Programma Samenwerking Oost-Europa (PSO) te laten vallen.

Het gebrek aan aandacht voor energiebesparing is maar voor een deel te wijten aan de westerse hulpprogramma's. De Oosteuropese landen vragen zelf vooral om grotere investeringen in de energie-opwekking. Dit is een erfenis van het communistische verleden die, volgens Phare, een van de belangrijkste barrières is bij de verbetering van de energiesituatie. “In de centraal geplande economieën was de voornaamste taak van de energiesector het verzorgen van een betrouwbaar en overvloedig aanbod van energie aan zowel de industriële als de huishoudelijke consument.” De overheid had er alles voor over om de prijzen laag te houden. Niets mocht namelijk de produktie van staal, aluminium en andere industriële produkten belemmeren. Van de zo gecreëerde energieverslaving komt men maar langzaam af.

Dat merken ook de Nederlandse energiebedrijven die zich op de Midden- en Oosteuropese markt begeven. Via een speciaal daarvoor opgerichte organisatie, Netheco, willen zij investeren in de energiesector. Men denkt daarbij aan deelname in geprivatiseerde energiebedrijven. De Nederlandse bedrijven accepteren dat Hongaarse energiebedrijven zich vooral richten op de energieproduktie. Daarbij is overigens veel te verbeteren: efficiëntere blok- en wijkverwarming met gasgestookte warmte-krachtkoppeling, het aanleggen en opknappen van transportleidingen.

Hoe noodzakelijk deze verbetering ook zijn, ze laten de energieverspilling bij de consument ongemoeid. Het Novem-project probeert dat wel te doen. De burgers voelen het direct in hun portemonnee en in de temperatuur van hun woning.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden