Novak wist het al op zijn zesde

reportage | Novak Djokovic, de Servische nummer één van de wereld, speelt vandaag de halve finale van de Australian Open. Bij de tennisclub waar 'Nole' als jochie van zes zijn eerste ballen sloeg, bladdert de verf intussen van de muren. Een nieuwe icoon dient zich nog niet aan.

Dusan Grujic draait zich om. De voorzitter van tennisclub Partizan in Belgrado wijst naar buiten. "Daar zag ik hem voor het eerst spelen. Hij trainde altijd op baan één. Vlak voor de kantine."

De gravelbaan waar Novak Djokovic in zijn jeugd speelde, ligt nu bedekt onder een besneeuwd groen zeil, geheel in lijn met de kleur van de muren, gordijnen, stoelen en tafelkleedjes op het complex.

Tweeëntwintig jaar geleden stapte Djokovic door de poorten van 'Teniski klub Partizan', aan de hand van jeugdcoach Jelena Gencic. De trainster gaf hoog op van haar nieuwe pupil, een jochie van zes jaar oud. Hij had aan het hek gestaan bij de tennisbaan in het skiresort Kopaonik, waar Djokovic' ouders een restaurant hadden. "Ze zei dat hij een wereldwonder was", weet Grujic nog. "Iemand die voor altijd herinnerd zou worden."

Eerst haalde Grujic zijn schouders op. Het zal wel. "Ik ben geen tennisexpert, ik kon dat niet op het eerste oog zien." Toch vielen de bijzondere kwaliteiten van de kleine fanatiekeling met het pikzwarte haar en de lichtbruine ogen hem al snel op. 'Nole', de bijnaam waaronder Djokovic in Servië bekendstaat, was anders dan de andere kinderen.

"Hij was op jonge leeftijd al heel professioneel. Hij pakte zijn tas altijd zelf in en wist precies wat hij mee moest nemen. Extra sokken, handdoeken. Bij andere kinderen deden de ouders dat. Hij regelde dat allemaal zelf."

Volgens Grujic kwam het talent nooit te laat op de training en klaagde hij zelden. Van jongs af aan was hij elke dag bezig met zijn droom: een groot tennisser worden. Dat voornemen stak Djokovic niet onder stoelen of banken. Aan wie het maar wilde horen vertelde hij over zijn plannen. "Hij riep overal dat hij nummer één van de wereld zou worden. Ik had dat nog nooit gehoord uit de mond van een jochie van zes, zeven jaar. Dat was iets unieks."

In die tijd komt Djokovic een keer op de nationale televisie in een kinderprogramma. Met een petje achterstevoren op zijn hoofd vertelt hij bloedserieus dat hij tennis ziet als een baan. Hij moet trainen, want hij wil een grandslamkampioen worden. Was getekend, Novak Djokovic. Zes jaar oud.

Sommige mensen moesten erom lachen, anderen namen hem serieus. Hoe dan ook, Djokovic werd een icoon in de club. Foto's aan de muur in het clubhuis herinneren aan die tijd. De hele wand hangt vol met beelden van Djokovic en andere talenten uit zijn generatie. De bar staat vol met bekers.

Ook Viktor Troicki, nummer 26 van de wereld, en Ana Ivanovic, nummer 23 bij de vrouwen, sieren de wand. Net als Jelena Dokic, de voormalige nummer 4 van de wereld die haar carrière eveneens bij Partizan begon.

Af en toe wordt er een lege plek gezocht voor een nieuwe lijst, als Djokovic een volgende mijlpaal bereikt in zijn carrière. Welke foto er als eerste werd opgehangen, weet Grujic niet meer. Over de eerstvolgende kan volgens hem geen twijfel bestaan: Djokovic met de titel op de Australian Open, waar hij het vandaag in de halve finale tegen Roger Federer opneemt.

Schulden

Nu is Djokovic grootverdiener, maar in zijn jeugd ontbrak het aan luxe. Zijn ouders moesten hard werken om rond te komen. Bij Partizan trainde hun zoon gratis. Toen Djokovic ging reizen om toernooien te spelen stak zijn vader zich in de schulden zonder te weten of hij het geld ooit terug kon betalen. Hij maakte zich er niet populair mee.

Als zijn ouders aan het werk waren, bracht opa de kleine Nole naar de training. Waren ze klaar, dan liepen de twee samen terug naar de tramhalte, een druk kruispunt over richting lijn 12. Een kwartier verder, langs met graffiti bespoten betonnen flats, waren ze weer thuis.

Thuis, dat was de arbeiderswijk Banjica. Oud-buurtgenoot Darko Milojevic wijst naar het veld waar hij in zijn jeugd veel met Djokovic en de andere kinderen uit de wijk voetbalde. Op de achtergrond de rood-wit gekleurde flatgebouwen. In de buurt was het jonge talent een kind als alle anderen. "Het enige verschil met de rest was dat hij altijd als eerste werd gekozen in het voetbalteam", vertelt Milojevic. "Omdat hij goed kon bewegen."

Milojevic lijkt op de nummer één van de wereld. Zelfde gezicht, identiek kapsel. Hij lacht om de vergelijking. "Iedereen lijkt hier op Nole."

De twee gingen naar dezelfde school, een paar honderd meter verderop. Djokovic was volgens Milojevic een goede student. Hij hield van de vakken Servisch, Engels en scheikunde. Wiskunde vond hij minder leuk. "Toen hij veertien was ging hij meer reizen en maakte hij zijn school op een andere manier af."

Milojevic zoekt het appartement waar zijn illustere buurtgenoot vroeger woonde. Hij tuurt naar de naamplaatjes bij nummer 112. Grbovic, Mirkovic, Zivadinovic. Geen Djokovic. "Ze wonen hier natuurlijk niet meer."

De wijk is trots op haar held. "Nole Majstore NO: 1", is met graffiti op de muur gespoten bij nummer 112. Letterlijk: Nole meester nummer één. Djokovic is niet de enige gevierde sporter uit de wijk. Er komen ook een hoop topwaterpoloërs vandaan die in het nationale team spelen. Hoe dat komt? Milojevic haalt zijn schouders op. "Vruchtbare grond", grapt hij.

Eén ding hebben ze in ieder geval met elkaar gemeen. In de arme wijk Banjica moet je vechten voor een goed bestaan. En de oorlog loopt als een rode draad door hun jeugd. Djokovic vierde in 1999 zijn twaalfde verjaardag toen hij de vliegtuigen van de Navo over de stad hoorde razen tijdens de Kosovo-oorlog. In de maanden dat Belgrado werd gebombardeerd, waren de scholen dicht.

De tennisclub bleef open. 's Nachts werd er vaak in de schuilkelder geslapen, overdag werd er gewoon getraind. Soms speelde Djokovic bij Partizan, andere keren zocht zijn coach Gencic naar een alternatieve locatie. Meestal werden er plekken uitgekozen die net waren gebombardeerd, vanuit de gedachte dat daar het gevaar geweken was.

Mede door Djokovic komt Servië tegenwoordig op een positieve manier in het nieuws. Daar is de voorzitter van tennisclub Partizan blij mee. "Nole is een betere ambassadeur voor ons land dan het hele kabinet bij elkaar", aldus Grujic.

Weinig veranderd

Toch heeft zijn succes voor het tennis in Servië nog maar weinig betekend. Afgezien van de foto's is er sinds Djokovic' vertrek bij Partizan weinig veranderd. In de kleedkamer staat nog steeds dezelfde massagetafel, het leer inmiddels gescheurd. Verf bladdert van de wand en veel tegels in de douche zijn in de loop der jaren van de wand gevallen.

De kantine wordt verwarmd door een open haard. De conciërge gooit er om de zoveel tijd wat kolen bij. Grujic verontschuldigt zich voor de eenvoud van zijn club. "Servië is een arm land", vertelt hij.

Jaren geleden begon de voorzitter met de bouw van een extra baan met grote tribunes. Met de uitbreiding wil hij proberen weer een tennistoernooi naar Servië halen. In 2012 was het Serbia Open, gehouden in het Novak tennis center, Djokovic' eigen tenniscentrum, het laatste ATP-toernooi dat in het land werd georganiseerd. Het toernooi stopte uit geldgebrek.

Zonde, vindt Grujic. "Wij hebben de nummer één van de wereld in huis en verdienen het om een professioneel toernooi in eigen stad en land te hebben."

Het centercourt staat op een prachtige plek met uitzicht over de skyline van Belgrado, naast de kleinere banen. Het is nog niet klaar, want geld wil de overheid er volgens Grujic niet aan uitgeven. Uit de betonnen rand van de tribunes steken stalen pinnen. "Er moet nog een tribune bij, zodat er meer mensen in kunnen."

Grujic hoopt dat er ooit een nieuwe kampioen op zijn baan zal spelen. Of hij die al gezien heeft onder de jonge talenten? Hij kijkt naar buiten, waar niet gespeeld wordt en de baan er troosteloos bij ligt.

Dan slaakt hij een diepe zucht. Zijn gezichtsuitdrukking zegt genoeg. Er is geen tweede Nole.

Klassieker tussen Djokovic en Federer

Met de halve finale op de Australian Open tussen Novak Djokovic en Roger Federer wordt vandaag een ware tennisklassieker gespeeld. Djokovic en Federer spelen op Melbourne Park voor de 45ste keer tegen elkaar. Van de vele duels die de rivalen met elkaar uitvochten, hebben Djokovic en Federer er elk 22 gewonnen.

De 28-jarige nummer één van de wereld uit Servië doet in Australië een gooi naar zijn elfde grandslamtitel. Federer hoopt zijn achttiende grote titel te winnen. Vorig jaar haalde Djokovic de eindzege bij drie van de vier grandslamtoernooien. Op Wimbledon en de US Open was hij de 34-jarige Zwitser in de finale de baas.

De andere halve finale op de Australian Open, die morgen wordt gespeeld, gaat tussen de Brit Andy Murray en de Canadees Milos Raonic.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden