Nova Zembla, de nationale evergreen

Iedere Nederlander kent het verhaal van de overwintering op Nova Zembla. Deze week gaat Reinout Oerlemans' verfilming in première, de zoveelste interpretatie van het reisverslag van Gerrit de Veer.

Volop ijs en ijsschotsen. Dat beeld van Nova Zembla staat op het netvlies van veel Nederlanders. Het strookt niet met de werkelijkheid, weet Louwrens Hacquebord, hoogleraar Arctische en Antarctische studiën aan de Rijksuniversiteit Groningen, uit eigen ervaring. Het Behouden Huys stond op een kale vlakte, kenmerkend voor het landschap op Nova Zembla.

Een expeditie onder leiding van Jacob van Heemskerck en Willem Barentsz, bedoeld om een noordelijke doorgang naar de Oost te vinden, strandde in het najaar van 1596. De bemanning moest tot ver in het voorjaar van 1597 op Nova Zembla blijven. In de eerste eeuwen nadat Gerrit de Veer het verhaal van deze overwintering had opgetekend, worstelden schilders en tekenaars ook met het natuurgetrouw afbeelden van ijsberen. Hacquebord: "In eerste instantie waren het meer een soort grote schapen. Pas heel langzaam werden het beren. Kwalijk nemen kun je het die mensen niet. Ze hadden nog nooit van hun leven een ijsbeer gezien."

Dat het noodgedwongen verblijf op Nova Zembla zich nestelde in het collectieve geheugen van Nederland heeft volgens Hacquebord te maken de manier waarop deze geschiedenis steeds weer nieuw leven werd ingeblazen. "Het verhaal is ook nauw verbonden met het ontstaan van de Nederlandse natie, met het begin van de Gouden Eeuw."

Gerrit de Veer De oerversie
Waerachtige Beschrijvinghe van drie seylagien, ter werelt noyt so vreemt gehoort (1598)

'De kronieken van Holland, Zeeland en Friesland tot aan het jaar 1517. En wat geschiedde sinds de heerschappij van Karel van Bourgondië, Vijfde Roomse Keizer' luidde de titel van een van de boeken die meegingen tijdens de zoektocht naar een noordelijke route richting de Oost in 1596. Een van de auteurs was Ellert de Veer, publicist en drukker, de vader van Gerrit de Veer. Die ging - ongeveer een kwart eeuw oud - mee op de expeditie.

Tot zijn belangrijkste taken behoorde het vastleggen van de reis in kaarten en verslagen. Gerrit had bij zijn vertrek uit Nederland geen vermoeden dat juist die journaals zouden maken dat niet zijn vader maar hij een schrijver van naam werd. Zelfs in de pikorde aan boord bungelde hij ergens onderaan. "De lichtste van allemaal", noemde hij zichzelf.

In mei 1598, een half jaar na de terugkeer van de overlevenden van de overwintering, verschenen de 'Waerachtige Beschrijvinghe'. Het boek bleek een onmiddellijk succes, kreeg herdrukken en werd vertaald. Hacquebord: "Reisjournaals waren de avonturenverhalen van de zeventiende eeuw. Er bestaan ook verslagen van overwinteringen op Spitsbergen en Jan Mayen, met meer doden en uitgebreidere natuurbeschrijvingen, maar die over het verblijf op Nova Zembla was de eerste."

Hendrik Tollens Patriottisch gedicht
Tafereel van de overwintering der Hollanders op Nova Zembla in de jaren 1596 en 1597 (1820)

Hendrik Tollens was de populairste Nederlandse dichter van de eerste helft van de negentiende eeuw. Als geen ander kon hij de Hollandse huiselijkheid bezingen. Tegelijkertijd draaide hij zijn hand niet om voor een flinke portie patriottisme. Hij won er menig prijsvraag mee, bijvoorbeeld die voor een nieuw Nederlands volkslied. Uit Tollens' pen vloeide 'Wien Neerlandsch bloed in de aders vloeit / Van vreemde smetten vrij / Wiens hart voor land en koning gloeit / Verheff' den zang als wij'. Soms gingen huiselijkheid en vaderlandsliefde samen: Tollens kwam met het beeld van Nederland als een gezin met koning Willem I aan het hoofd. Als vader, zo zag de vorst zichzelf ook graag.

In 1820 kreeg Tollens een gouden erepenning van de Hollandsche Maatschappij van Fraaije Kunsten en Wetenschappen voor zijn versie van het verhaal van de overwintering op Nova Zembla. Met het relaas van Gerrit de Veer had het 718 verzen tellende gedicht weinig te maken. Alsof de werkelijkheid nog niet verschrikkelijk genoeg was, dikte Tollens de boel nog een beetje aan: meer tranen (volop verlangen naar vrouw en kinderen), meer ijsberen. Op scholen leerden kinderen het gedicht van buiten.

Christiaan Portman Aangedikte historiestukken
De dood van Willem Barentsz op Nova Zembla, 1597 (1836)

Net als Tollens bespeelde de schilder Christiaan Portman met dit werk het nationale sentiment. De schoolplaat van Isings zou ruim een eeuw later dramatische omstandigheden laten zien, bij Portman is het nog net even gruwelijker: de luchten zijn donkerder, de ijsschotsen hoger. De vaderlandse driekleur wappert ondanks het sterfgeval in de top van de mast.

Portman specialiseerde zich in portretten en dit soort historiestukken. Daarbij spiegelde hij zich aan voorbeelden uit de Gouden Eeuw. De markt voor dit soort schilderijen bleek echter een stuk kleiner dan destijds. Portman raakte ze moeilijk kwijt. Niettemin maken een aantal van zijn werken deel uit van de collectie van het Rijksmuseum. 'De dood van Willem Barentsz op Nova Zembla, 1597' hangt in het National Maritime Museum in Londen.

W.H. Hasselbach & A. Lijssen Stichtelijke cantate
Nova Zembla, een cantate voor kinderkoor en soli begeleid door piano (1904)

"Drinkt met je billen bloot / Melk uit een kokosnoot / Je wordt vanzelf groot", luidt een deel van de tekst van de Kinderen voor Kinderen-klassieker 'Op een onbewoond eiland'. Ruim een eeuw geleden zongen schoolkinderen nog niet dit soort altijd-zon-niets-aan-de-hand-liedjes. De luchtige schoolmusical moest nog worden uitgevonden. Een cantate over de overwintering Nova Zembla werd begin twintigste eeuw wel als stichtelijk gezien. Juist door het verhaal te zingen zouden de kinderen beter doordrongen raken van de waarden die er in vervat waren: vaderlandsliefde, moed, durf en de kracht om tegenslag en ontberingen te doorstaan.

Libretto en muziek voor de cantate waren van de hand van twee leraren van de Rijkskweekschool voor Onderwijzers in Middelburg. Ze hadden al vaker met hetzelfde bijltje gehakt. Als rechtgeaarde Zeeuwen maakten ze ook een cantate over Michiel Adriaanszoon de Ruyter en over de Tachtigjarige Oorlog.

J.H. Isings Aanschouwelijk onderwijs
'Behouden Huys' op Nova Zembla (1951)

Veel van de schoolplaten die J.H. Isings maakte, transporteerden kinderen voor even naar een andere tijd. Aanschouwelijk onderwijs zoals aanschouwelijk onderwijs bedoeld was. Als er geen geschiedenis op het rooster stond, vormden de historische aquarellen een probaat middel tegen verveling tijdens saaie, andere lessen. In Isings' illustraties kon iedereen zich voor even verliezen.

De meeste actie is te zien op 'Behouden Huys' op Nova Zembla. Mens en natuur staan recht tegenover elkaar. De ijsbeer (Isings toog naar Artis om het dier na te tekenen) dreigt, maar straalt ook angst uit. De mannen van Van Heemskerck hebben de wapens in de aanslag, maar lijken evenmin helemaal gerust op de uitkomst van deze ontmoeting.

De achtergrond vertelt veel van de rest van het verhaal van de overwintering: het provisorisch in elkaar gezette Behouden Huys, het vastgelopen, lekke schip met daar omheen het opgestuwde ijs, de troosteloze luchten en de halfingesneeuwde vallen, uitgezet in de hoop er poolvossen mee te vangen.

Gerrit de Veer kon de ontberingen uit eerste hand vertellen. Hendrik Tollens gebruikte taal om het publiek de verschrikkingen te laten voelen ("De nevel stolt en vriest tot hagelgruis te zamen / De lucht wordt ijs, 't is niets dan ijzel wat wij âmen.'). J.H. Isings brandde het beeld van de ijs- en sneeuwvlakte op de netvliezen. Bij het publiek dat voor Nova Zembla naar de bioscopen gaat moet de poolwind zo'n beetje rond het hoofd waaien.

De film van Reinout Oerlemans (eerder regisseur van 'Komt een vrouw bij de dokter') is de eerste uit Nederland in 3D. Hij wil een episch verhaal vertellen. Zelf was Oerlemans al als kind geraakt door de geschiedenis van de overwintering, vooral door de overlevingsdrang, de doorzettingskracht en de heroïek die eruit spraken.

De jonge schrijver Gerrit de Veer is hoofdpersoon met wie de kijker het avontuur gaat beleven. Robert de Hoog vertolkt de rol. Omdat Oerlemans beseft dat de kijker niet louter ijzigheid wenst, is ook een amoureus verhaal door het scenario heengevlochten. "Liefde bevriest nooit" is het motto dat de film meekreeg. Op zijn moeilijkste momenten mag De Veer denken aan zijn liefde in Amsterdam, domineesdochter Catharina Plancius. Supermodel Doutzen Kroes maakt haar acteerdebuut in deze alles ontdooiende rol.

De regisseur neemt meer vrijheid. Zo brengt hij de bemanning terug tot twaalf man. Bij meer volk dat door het beeld schuift, verwachtte hij verwarring bij het publiek. Dat 'Wie was dat ook alweer?' wil hij voorkomen.

"Het verhaal van de overwintering is nooit eerder verfilmd", zegt Hacquebord. "Er gaat wel al heel lang een manuscript rond. Dat heb ik twintig, dertig jaar geleden al onder ogen gehad. Toen bestond er even niet zoveel belangstelling voor deze geschiedenis. Ik denk dat er nu wel momentum is. Veel mensen hebben wel gelachen met de opmerkingen van premier Balkenende over de VOC-mentaliteit, maar de trots op dit deel van de Nederlandse geschiedenis is toch echt een beetje terug. De film heb ik nog niet gezien. Ik hoop dat ze niet te veel overdreven hebben. In het verhaal zelf zit al drama genoeg."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden