Nou nou, de schrijver kent zijn klassieken

2016-08-30 10:10:56 WASSENAAR - Bibliotheek tijdens de opening van Museum Voorlinden. ANP BAS CZERWINSKI Beeld ANP

Rob Schouten buigt zich over het muurbloempje van de roman. Literaire motto’s, moet dat echt?

Toen ik nog jong en ambitieus was, vierentwintig jaar oud in 1978, debuteerde ik met een dichtbundel ‘Gedichten 1’, die ik opsierde met een motto van Arnaut Daniel, de twaalfde-eeuwse Occitaanse troubadour: ‘Tot quant es gela / mas ieu non puesc frezir’. ‘Alles is bevroren maar ik kan niet bevriezen’ (dat wil zeggen vanwege de liefde).

Wat een aanstellerij, ik had die Arnaut Daniel zelf niet eens gelezen maar kende het citaat via Ezra Pound die ik ook maar hapsnap had gelezen, voornamelijk omdat ik dacht dat je Pound gelezen moest hebben. En wat wilde ik eigenlijk zeggen met dat citaat? Mijn bundel ging beslist niet over de kou en ook niet over het gevoel dat ik warm en vol liefde was. Nee, ik vrees dat ik het voornamelijk koos omdat het goed en belezen stond, iets zei over wat ik wilde laten zien.

Dat is het eerste wat motto’s doen, ze stralen op de schrijver af, meer dan op het boek dat volgt. Als we ze tenminste al lezen, want motto’s zijn ook de muurbloempjes van de literatuur, vaak blijven ze ongelezen of worden direct weer vergeten. We kunnen eigenlijk ook best zonder die ‘korte tekst die de bedoeling van iets weergeeft’ zoals Wikipedia het motto omschrijft.

Een verplicht nummer

Literaire motto’s waren vroeger, toen literatuur nog beoefend werd door mensen die niet in nieuwsshows optraden of publieke prijzen in ontvangst namen, helemaal niet vanzelfsprekend. Neem ‘De avonden’ van Gerard van het Reve, geen motto. Of Vestdijks ‘Terug tot Ina Damman’, niks. ‘Willem Mertens’ levensspiegel’ van J. van Oudshoorn, geen behoefte aan een motto; ‘Villa des Roses’ van Willem Elsschot: nada, niente, Du Perrons ‘Land van herkomst’: geen.

Nee dan de literatuur van onze eigen tijd waarin het literaire motto haast een verplicht nummer is geworden. Je hebt natuurlijk de keurige motto’s die iets zeggen over het boek dat je gaat lezen. Neem het citaat waarmee David Pefko zijn jongste roman ‘Daar komen de vliegen’ uitmonstert: ‘Even if they got nothing for it, it was cheap at that price’, een uitspraak van Charles Ponzi. Charles Ponzi? vraagt de lezer zich misschien af, maar Ponzi is de man van de Ponzi-fraude, waaraan beleggersmagnaat Bernie Madoff zich schuldig maakte en op die casus is Pefko’s boek gebaseerd. Het sláat dus tenminste ergens op.

Maar evenzovele motto’s en citaten lijken vooral bedoeld om mee te geuren. Een veelgelezen boek van mijn generatie was ‘Ranonkel’, roman van Jacques Hamelink. Motto: ‘Calamum quassatum non conteret, et linum fugans non extinguet’. Profetia Isaiae XLII, 3. Dat was indrukwekkend Latijn en het stuurde je de Bijbel in, Jesaja 42:3: ‘Het geknakte riet zal hij niet verbreken en de kwijnende vlaspit zal hij niet uitdoven’. Dat heeft beslist iets met het thema van de voortwoekerende natuur in Hamelinks boek te maken maar waarom moest het in het Latijn? Wilde de schrijver ons verbluffen met zijn kennis van de Vulgata?

Op mij maakte het de indruk van dezelfde opschepperij die ik in het motto van mijn eigen eersteling had gelegd. Gestudeerd overkomen, schrijver kent zijn klassieken. Nog een voorbeeld, wat moeten we met ‘...ed ecco che traboccavo d’amore per questo altrove altravolta altrimento muto en vueto? Een citaat van Italo Calvino waar de kersverse roman ‘En het sneeuwde in Rome’ van Stefan van Dierendonck mee begint. Op naar het woordenboek? Het verzameld werk van Calvino in vertaling doorbladeren? Of gewoon maar laten zitten en proberen het verhaal zonder begrip van deze regel te snappen?

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Rob Schouten Beeld Maartje Geels

Mottotrommel

Je kunt natuurlijk ook laten zien hoe breed je wel bent en een gulle greep in de mottotrommel doen, zoals Auke Hulst demonstreert in zijn toekomstroman ‘Slaap zacht Johnny Idaho’, met liefst drie motto’s uit drie totaal verschillende registers, een lapje Byron, een toefje Gilgamesj-epos, een snufje Bertrand Russell. Boodschap toch vooral: ik ben van alle leesmarkten thuis.

Of je laat de lezer juist lekker in het ongewisse zoals De Vlaming Koen Peeters in ‘De mensengenezer’ met zijn mysterieuze ‘Carabouya, carabouya. / Alleman moet leven, / wit en zwart moet leven’. Pas een bezoek aan het internet leerde dat-ie het uit een krantenartikel over Congo van een zekere M. Duprez heeft geplukt.

Of hier, iets heel anders, Heere Heeresma met ‘Geef die mok eens door, Jet’ (dat ik dat boek nog bezit!), een lullig realistisch verhaal waarvan de schrijver op de achterkant liet drukken ‘Goede wijn behoeft geen krans. En dit beroemde boek geen nadere explicatie’. Maar wel een motto dus, en wel van Riekus Waskowsky, uit diens dichtbundel ‘Slechts de namen der grote drinkers leven voort’: ‘Most hom nog bruken / of zel ik ’t kerset aandoun?’ Net als bij Hamelink een soort geheimtaal, maar dan van een provinciale soort.

Ook wie de brontekst opzoekt, wordt er niet veel wijzer van, het enige wat je bij dat motto voelt, is dat Heeresma nadrukkelijk niet uit de hoogte wil doen. Die aardse, ironische bundel van Waskowsky zelf heeft dan weer als motto iets heel verantwoords en verhevens, namelijk een citaat uit T.S. Eliots meesterwerk ‘Four Quartets’: ‘Trying to learn to use words, and every attempt / Is a wholly new start, and a different kind of failure’. Een beetje een vlag op een modderschuit maar ook zo te zien een poëticaal beginsel: Waskowsky heeft kennelijk principes, al blijkt dat allerminst uit zijn gedichtjes zelf; het motto moet zijn poëzie als het ware ophalen.

En om nog even door te gaan, Four Quartets zelf kent natuurlijk ook weer een motto dat ontleend is aan Heraclitus en dat er natuurlijk in de oorspronkelijke taal staat, mocht men denken dat Eliot geen Grieks las. Heraclitus heeft dan weer geen motto, daar deden de oude Grieken niet aan, gelukkig maar.

Motto’s zijn dus nogal eens ijdel vertoon, een soort brevet van vermogen, je laat zien hoe het hoort. Een schrijver die met die bijwerking van het motto (en met wel meer literaire conventies) speelt is A.H.J. Dautzenberg. Hij laat zien dat motto’s soms de hoertjes der letteren zijn. 

Zijn roman ‘Wie zoet is’ kent liefst zeven motto’s, deels samenhangend met zijn verhaal maar ook zo te zien willekeurig getapt, bijvoorbeeld na een apocalyptische citaat over het Zevende Zegel uit Openbaring het nietszeggende motto ‘Het onderzoek duurt zeven weken’, uit de brochure ‘Opname in het Pieter Baan Centrum’; ha ha Dautzenberg, grappenmaker!

Uit het volle leven

Steeds vaker zie je dat schrijvers citaten uit het volle leven kiezen, als om die oude ivoren toren van de literatuur te relativeren. Die afdaling naar gewone straat- of reclameteksten heeft vooral plaatsgevonden via de popmuziek. Sinds in de jaren zestig de popmuziek de toon in de cultuur ging aangeven zijn ook popteksten motto-fähig geworden. 

In Philip Snijders ‘Bloed krijg je er nooit meer uit’ een tekst van de zanger Loudon Wainwright. Annegine Goemans beveelt ons haar roman ‘Honolulu King’ aan met ‘Feeling Good’ van Nina Simone. Lieke Kézér ‘De afwezigen’: ‘I like beautiful melodies telling me terrible things’ (Tom Waits). Geen wonder eigenlijk dat Bob Dylan de Nobelprijs voor literatuur heeft ontvangen.

Het is al met al vaak meer de geur dan de inhoud van het motto dat op het boek en vooral de schrijver afstraalt: mijn eigen Arnaut Daniel: ik ben niet van de straat, Heeresma’s Waskowsky: ik ben wel van de straat, Snijders Wainwright: ik ben van deze tijd. Hamelinks Jesaja: ik ben van vroeger.

‘Literary quotations are almost always inappropriate’. Aldus een advies over het schrijven van medische teksten van de Tulane-universiteit in New Orleans, door mij verder zonder context van het internet geplukt. Misschien moet ik dat maar eens voor in mijn volgende boek zetten. Of helemaal geen motto, nog beter.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden