Nou goed dan: het was bedrog

Gordon Heukeroth (Amsterdam, 1969) is zanger en presentator. Voor hij in 1991 doorbrak met 'Kon ik maar even bij je zijn', werkte hij als koopman op de Albert Cuypmarkt. In 1998 werd hij getroffen door een acute reumatische artritis. De ziekte, die hem nog altijd parten speelt, heeft de voortgang van zijn carrière niet in de weg gestaan. Gordon scoorde vorig jaar nog een grote hit en met zijn tv-programma Gordon Doorgedraaid bereikt hij een groot publiek.

1 Gij zult de Heer uw God aanbidden en hem liefhebben met geheel uw hart, geheel uw ziel en met al uw krachten

,,Toen ik acht was -en een beetje begon door te krijgen waar het nu eigenlijk allemaal over ging- hielden mijn ouders het katholieke geloof voor gezien. Ik ben opgevoed met begrippen als hemel en hel, maar ik heb er eerlijk gezegd nooit in geloofd. Het gekke is dat ik wel gevoelig ben voor mensen met bovennatuurlijke gaven.''

,,Ik heb één keer iets meegemaakt dat mij zó verschrikkelijk bang heeft gemaakt dat ik mij nooit meer met het 'bovenaardse' wil inlaten. Het was in de tijd dat het niet zo goed met mij ging. Ik had 'Kon ik maar even bij je zijn' opgenomen, maar geen radiostation wilde het draaien. Ik zat thuis te tobben; alles wat ik deed, was helemaal ruk. Belinda, een meisje met wie ik toen omging, zei op een dag: 'Je moet eens met mijn broer gaan praten. Hij is paranormaal begaafd, misschien kan hij zien wat jou dwarszit.' Ik maakte een afspraak -ik zal het nooit vergeten, het was bij haar thuis in de Wagenaarstraat in Amsterdam Oost- en het eerste wat haar enge broertje tegen mij zei was: 'We moeten onmiddellijk naar jouw huis. Er is iets niet in orde!' We kwamen daar aan en hij vroeg: 'Wat heb je hier uitgespookt?' Ik bekende dat ik wel eens, voor de grap, had geprobeerd om geesten op te roepen. Hij werd kwaad en begon als een waanzinnige alle ramen en deuren tegenover elkaar open te zetten. Daarna vertelde hij wat zich nog meer in mijn huis had afgespeeld, nare dingen die echt niemand kon weten. Ik werd verschrikkelijk bang en zei: 'Ik geloof dat ik hier helemaal niet mee door wil gaan.' Hij hield mijn hand vast en vroeg mij hem te vertrouwen. Door de tocht was het heel onrustig in huis, maar na een tijdje werd het stiller. 'Zo is het goed,' zei hij en we reden terug naar Belinda's huis. Daar moest ik op de bank gaan zitten en hem strak aankijken. Hij zei: 'Er is iemand bij je die een slechte invloed op jou heeft. We moeten er voor zorgen dat die persoon verdwijnt.' Ik keek naast me en zag ineens een griezelige, oude vrouw zitten. Zo eng, dat wil je niet geloven! Ik schrok me echt dood. Ik ben een nuchtere jongen -en ik weet dat dit hele verhaal belachelijk klinkt- maar ik heb die vrouw écht gezien. Belinda's broertje stuurde haar weg. Drie dagen lang ben ik in dat huis gebleven. Ik heb alleen maar gehuild. Op de vierde dag zette ik 's middags de radio aan en hoorde Frits Spits zeggen: 'Ik moet u nú toch iets laten horen dames en heren... Ik denk dat u uw auto maar even aan de kant moet zetten.' En wat denk je? Hij draaide mijn plaat. Vanaf dat moment liep alles voor mij op rolletjes.''

2 Gij zult de naam van de Heer uw God niet zonder eerbied gebruiken

,,Vloeken, schelden en dubbelzinnig zijn; het is de cultuur van de Amsterdamse Albert Cuypmarkt waarin ik ben grootgebracht. Televisiemakers houden bij een live-uitzending vaak hun hart vast: als-ie maar niet zo ordinair gaat doen! Toch ben ik, in vergelijking met tien jaar geleden, al een stuk keuriger geworden. Ik heb pas nog, zonder één schunnige opmerking te maken, Koffietijd gepresenteerd. Ik begrijp wel dat de mensen thuis, zo 's morgens vroeg, niet op mijn dubbelzinnigheden zitten te wachten. Maar het heeft niets met een 'houding' te maken. Ik wil mezelf niet overschreeuwen: ik bén gewoon zo. Ik ben het jochie uit Amsterdam-Noord dat moest opboksen tegen zijn oudere broers. Ik ben de marktverkoper die moest zien te overleven. Ik heb geleerd mij aan te passen, maar in wezen ben ik niet veranderd.''

3 Gij zult de dag des Heren heiligen

,,Op zondag denk ik terug aan mijn jeugd in Floradorp, aan mijn vader die het ontbijt klaarmaakte, aan het samen naar de paus kijken die het urbi et orbi uitspreekt. Het is de sfeer van vroeger die ik probeer terug te halen. Het is ook de dag waarop ik kaarsjes brand bij de foto van mijn vader. Hij is nu drie jaar dood. Ik mis hem nog steeds, maar minder heftig dan in het begin. Er zijn momenten waarop ik hardop zeg: 'Hee ouwe, ik kan je hulp nu wel gebruiken. Wees er even voor me.' En dat helpt.''

4 Eer uw vader en uw moeder

,,Ik was een moederskindje. Ik hing altijd aan haar rokken. Mijn vader was een alcoholist die regelmatig de boel kort en klein sloeg. Ik herinner me dat ik, als kleine jongen, onder de tafel kroop en wachtte tot het over ging. Maar hij heeft mij nooit geslagen. Hij koelde zijn woede vooral op het meubilair. Mijn moeder heeft hem een keer een asbak naar zijn kop gesmeten en hem in de tuin met een sneeuwlaars knock-out geslagen. Zij moest hem altijd uit de kroeg halen. Op een avond heeft ze er een steen door de ruit gegooid. Nee, het was niet echt een vrolijke boel bij ons thuis. Mijn broers en zussen zijn allemaal rond hun zeventiende uit huis gegaan; het was er gewoon niet uit te houden. Voor mij lag het iets ingewikkelder. Ik was de jongste. Ik werd tot op het bot verwend. Als hij niet dronk, was hij de allerliefste vader van de wereld. Mijn besluit om op mezelf te gaan wonen had ook daarmee te maken: ik wilde niet langer in de watten gelegd worden, ik móest op eigen benen staan. Ik ben naar de woningbouwvereniging gegaan, heb verteld dat ik thuis werd mishandeld, wat natuurlijk niet waar was, en kreeg twee maanden later een woning toegewezen. Mijn vader vond het vreselijk. Toen ik wegging, zei mijn moeder tegen hem: En als je nu niet stopt met drinken, raak je mij ook kwijt. Vanaf dat moment heeft hij haast geen fles meer aangeraakt.''

,,Doordat ik afstand had genomen, begon ik te begrijpen waarom mijn vader zoveel had gedronken. Hij moest een gezin met acht kinderen onderhouden en was getrouwd met een vrouw die in een droomwereld leefde. Zij kon helemaal niets zelfstandig; alles kwam op zijn schouders terecht. En doordat hij zo ging drinken, mislukten al zijn pogingen om het huishouden draaiende te houden. Hij werd rijschoolhouder. Prima baan, tot die keer waarop hij, helemaal kachel, een ernstig verkeersongeluk veroorzaakte. We hadden altijd schulden. Mijn moeder had geen idee hoe ze de financiën moest regelen. Als er weer eens een deurwaarder dreigde langs te komen, borg mijn vader alle goede spullen op, zette een paar krakkemikkige stoeltjes neer, gooide zelfs een paar stinkbommetjes in de kamer en wachtte op het bezoek. Zo'n deurwaarder kon niet anders concluderen dan dat er bij ons niets te halen viel en vertrok weer. Zo sleepte mijn vader ons door die ellende heen. Hij kon nooit op mijn moeder terugvallen en zeggen: 'Hoe zullen we dit gaan oplossen?' Zij had geen enkel idee. Ik heb het haar later wel kwalijk genomen. Als je zoveel zorgen alleen moet dragen, is het toch geen wonder dat je alcoholist wordt? Zo'n zes jaar voor zijn dood, kreeg ik een heel goed contact met mijn vader. Misschien was ik mij hier, in mijn rare jeugd, niet zo van bewust, maar ik weet nu zeker dat ik in wezen altijd zielsveel van die man heb gehouden.''

5 Gij zult niet doden

,,Ik ben geen type om lang te lijden. In december heb ik nog zo'n periode gehad. Ik dacht: ik wil dit niet meer verdragen. Nu kan ik door een paar flinke pijnstillers te slikken de boel nog onder controle houden, maar als die reuma straks voor vergroeiingen gaat zorgen, kap ik er liever mee. Daar denk ik wel vaker over na: homoseksueel zijn is toch een eenzame aangelegenheid. Wij zijn maar met z'n tweetjes. Als mijn vriend wegvalt, blijf ik alleen achter. Ik wil niet een oude, hulpbehoevende nicht worden, zo'n kankerpit die steeds maar klaagt: 'O, ik heb toch zo'n pijn in m'n lijer!' Dan kies ik liever voor zelfdoding. Denk ik. Ach, ik weet het ook niet. Mijn vader zei altijd: 'Een mens lijdt het meest om het lijden wat hij vreest, dat nimmer op komt dagen'. Misschien maak ik me druk om niets. En als het er op aan komt, hou ik waarschijnlijk toch te veel van het leven om er een einde aan te maken.''

6 Gij zult geen onkuisheid doen

,,Volgens de bijbel ben ik niet helemaal in orde. Sterker nog: een man die gemeenschap heeft met iemand van het mannelijk geslacht begaat een gruweldaad en zal ter dood gebracht worden. Ik hoorde dat voor het eerst toen ik elf of twaalf was en naar de film Spetters keek. Ik wist al vrij snel dat ik gemengde gevoelens had, maar ik ben er nooit zo mee bezig geweest. Ik heb zelfs, nadat ik mijn ouders had verteld dat ik van jongens hield, nog verkering met een meisje gehad. Ik heb toen ik doorbrak mijn homoseksualiteit verzwegen. Ja, ik dacht dat het nadelig was voor mijn carrière, dat is waar, maar ik vond ook dat niemand er iets mee te maken had. Waarom zou ik ineens iedereen alles moeten vertellen? Het heeft in ieder geval niets met schaamte te maken. Er is niets mis met homoseksualiteit. Kinderen aanranden, vrouwen verkrachten, iemand ergens toe dwingen: dat is pas onkuis.''

7 Gij zult niet stelen

Ben Cramer is ooit in de Gamma betrapt bij het stelen van een paar deurkrukken. Zoiets lulligs zal mij niet overkomen. Ik heb, jaren geleden, een paar grote wissellijsten bij V & D gepikt, maar toen had ik echt geen cent te makken. Dan ligt het toch iets anders. Toen ik nog op de markt werkte, heb ik ook wel eens mensen bestolen. Als iemand een T-shirt kwam kopen en ik had de juiste maat niet meer, dan knipte ik gewoon het labeltje eruit. Of ik maakte, met een dikke stift, van de S een L. Dat is in feite diefstal. Maar als ik zo'n shirt voor slechts vijf gulden verkocht aan hetzelfde zeikwijf dat vroeg: 'Blijft het mooi in de was?' dan had ik daar toch net wat minder moeite mee.''

8. Gij zult tegen uw naaste niet vals getuigen

,,Het aanprijzen van knoflookpillen een valse getuigenis? Nee, dat zie ik niet zo. Dat was gewoon een reclame-uiting. Het kwam natuurlijk wel slecht uit dat ik in die advertentie zei: 'Ik heb me nog nooit zo goed gevoeld', terwijl ik nog in dezelfde week mijn werk moest neerleggen vanwege een acute reuma-aanval. Ik had het bedrijf nog gewaarschuwd: 'Jongens, ik voel me helemaal niet zo lekker.' Maar ik zag er in die tijd zo goed uit -mooi strak, negentig kilo- dat ze mij gewoon niet geloofden. Trouwens: als ik die aanval toen niet had gehad, had niemand geweten dat ik aan die ziekte leed. Nou goed dan: het was bedrog. Ik gebruikte die rommel helemaal niet, maar ik kreeg ontzettend veel geld voor die campagne. En het ging niet over een of ander twijfelachtig medicijn, maar over knoflook, een eerlijk product waar nog nooit iemand aan is doodgegaan. Ik zie het probleem niet. Je denkt toch niet dat Anita Meyer haar Appelazijntabletjes slikt? Die bedrijven willen gewoon een bekende Nederlander die hun produkt aanprijst. Nou, prima. 'Ik voel me fantastisch dankzij de unieke knoflook-pil' - terwijl die rotzooi nog altijd ergens, ongeopend, op kantoor ligt, hahaha! Dat kan toch helemaal geen kwaad? Sodemieter op man! Bij valse getuigenis denk ik eerder aan de manier waarop de mensen in mijn vak met elkaar omgaan. Roddel en achterklap. Zelfs de artiesten die beweren zich er verre van te houden, doen ongemerkt toch mee. Ik hou wel van een goede roddel op z'n tijd. Pas als het kwetsend wordt -grove leugens die nog in de bladen komen ook- ben ik er op tegen. Toen Story in 1996 meldde dat Marc Overmars en ik een homoseksuele relatie hadden, zijn wij naar de rechter gestapt. Ik heb dat vooral voor Overmars gedaan, want mij kon het niet zoveel schelen. Ik heb die jongen één keer ontmoet. Hij was, samen met nog wat spelers van Ajax, aan het stappen op het Leidseplein en ik heb toen even met hem gedanst. Dat was alles. We hebben die zaak natuurlijk gewonnen. Maar wat denk je dat de hoofdredacteur van Story, die smerige, vuile Evert Santegoeds, een paar weken terug in Het Parool zei? 'Gordon heeft die roddel zélf de wereld in geholpen.' Terwijl de rechtbank heeft bepaald dat hij 50000 gulden moet betalen voor iedere keer dat hij die zogenaamde affaire weer oprakelt. Hij heeft mij twee jaar geleden nog eens zo'n geintje geflikt. Ik had nota bene meegewerkt aan zijn tv-programma Vips -hij wilde graag schoon schip maken en ik dacht: waarom zou ik mijn goede wil niet tonen?- en een week later schrijft hij doodleuk dat ik een acteur uit Goudkust 'homoseksueel heb gemaakt'. Nu komt het echt niet meer goed tussen ons. Santegoeds is gewoon in- en in-slecht. Ik zou hem eigenlijk aan moeten pakken, maar ach, ik heb er gewoon geen zin meer in. Bovendien is die man, met zo'n rotkop, al voldoende gestraft.''

9 Gij zult geen onkuisheid begeren

,,Ik hou van seks en ik vind niet snel dat iets niet door de beugel kan. Alhoewel, toen een vriendin op een avond met een zwart masker, een zweepje en een enorme dildo mijn slaapkamer binnenstapte, heb ik gezegd: 'Dit gaat mij te ver'. Maar de fantasieën die ik zelf op dit gebied had, heb ik allemaal uitgeprobeerd. En er zit niets tussen waarvan ik nu spijt heb. Ik ben wel rustiger geworden. Het enige wat mijn vriend en ik nog wel eens doen is iemand uitnodigen om te blijven slapen. Want als we feesten, feesten we samen. Ik heb een fantastische, open relatie met Patrick. Wij weten wat we aan elkaar hebben. Met hem wil ik oud worden, maar ik hoop niet dat hij van mij verwacht dat ik het altijd alleen met hem zal doen want die vorm van trouw heb ik hem niet te bieden.''

10 Gij zult niet begeren wat uw naaste toebehoort

,,Ja, ik ben jaloers op Marco Borsato geweest. Ik heb wel eens gedacht dat hij de status heeft die mij míj toebehoort, want veel mensen in het vak vindt dat ik de beste zanger van Nederland ben. Ik heb in de afgelopen tien jaar grote hits gehad en ik ben niet één keer voor een Edison genomineerd. Dat is toch belachelijk? Maar de problemen met Marco zijn al begonnen in de periode dat wij allebei nog in het Soundmix-circuit zaten. Toen hij op een gegeven moment voor de Belgische televisie 'At this moment' zong, dacht ik: dan kan ik dat nummer wel in Veronica's Soundmixshow zingen. Daar was zijn moeder erg boos om. Borsato beweerde later dat ik haar een heks heb genoemd. Dat zou best kunnen, maar ik vind dat nogal onschuldig vergeleken met wat hij op een avond tegen mij heeft gezegd. John Ewbank, mijn producer, en ik hadden met 'Kon ik maar even bij je zijn' het grote succes gehaald en op zijn verjaardagsfeestje kwam ik Marco tegen. Ik stond hapjes klaar te maken en ineens komt Borsato naar mij toe en zegt: 'Ik had iedereen dit succes gegund. Behalve jou.' Niet veel later ging hij er met Ewbank vandoor. Maar ach... het is allkemaal verleden tjd. Alles is vergeven en vergeten. Borsato is een geweldige artiest; iemand die hoe dan ook de top zou halen. Over het verloop van mijn eigen zangcarriere ben ik minder tevreden. In zekere zin was het helemaal niet zo gunstig om te beginnen met een nummer 1 hit. Daarna kon het alleen maar minder worden. Bovendien werd ik als een 'watje' bestempeld omdat ik toevallig een Nederlandstalig liedje met een gevoelige tekst had gezongen. Terwijl ik een rouwdouw ben, zó van de straat. Misschien is er, qua muziekkeuze, een verkeerde inschatting gemaakt. Misschien had ik in het Engels moeten zingen. Misschien, ach, het is eigenlijk krankzinnig om hier over te zeuren als ik kijk naar wat ik allemaal heb bereikt. Het is mij allemaal aan komen waaien. Mijn succes heeft mij in die zin nooit verbaasd; ik stond, door mijn rare verschijning, op school al in het middelpunt van de belangstelling. Ik heb altijd aandacht gekregen. Vaak zonder erom te vragen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden