Nostalgie

Volgens mij ben jij nogal nostalgisch aan het worden, zoals wel meer mensen die ouder worden! Naast mij in de auto zat een collega-schrijver, jonger dan ik, zonder rijbewijs en zonder treinkaartje. We hadden allebei wat te doen gehad in de provincie en nu reed hij mee terug naar Amsterdam. Het klonk alsof hij nostalgie een tamelijk achterlijk of verwerpelijk sentiment vond: Niet dat ik iets op nostalgie tegen heb hoor! Ach Arie, zei ik, zo gaat dat. Op zekere leeftijd ontdek je dat de wereld waar je vroeger vanzelf in leefde voorbij is en dan ga je op zoek naar het oude geheim daarvan. Soms zie ik een huis en dat herinnert me zo sterk aan vroeger dat ik er wel als jongetje van tien in zou willen wegkruipen. Of opeens drijft een oud gevoel boven, een stemming, eenmalig en onherhaalbaar die kennelijk nog in mijn lobben is achtergebleven en die opeens opveert. Het is als met het koekje van Proust, het zijn synesthetische prikkels. Probeerde ik hem met Proust gunstig te stemmen? Want ik voelde dat hij nostalgie niet iets voor schrijvers vond maar meer iets voor ‘gewone’ mensen, die graag een wagenwiel zagen of in klederdracht bediend werden. Het idee van mijn nostalgie liet hem niet los. Misschien leefde ik überhaupt wel in het verleden. Was dat bijvoorbeeld niet ook de reden dat ik ‘Stemmen op schrift’ van Frits van Oostrom zo’n geweldig boek vond? Niet dat hij daar iets op tegen had, hoor. Ik had zin hem helemaal gelijk te geven, zodat hij het verder niet hoefde te halen. Ja, vroeger wilde ik geschiedenis studeren, zei ik, en als jongetje las ik eigenlijk voornamelijk historische jongensboeken, Fulco de minstreel en De held van Spionkop. Hij had gelijk, alleen al het noemen van die titels brachten een hele wereld op gang, niet eens zozeer van de betreffende helden alswel van mijzelf, liggend op het balatum voor de kolenkachel, boekenverslindend. En nu ik toch bezig was zag ik ook weer het heggetje waarlangs ik altijd achterom de tuin inliep, het verwaarloosde schuurtje, die vlierbesstruik. Alsof dat allemaal definitief van de aardbodem verdwenen was, terwijl er overal nog zulke heggetjes en struiken zijn, alleen niet die van mij. Misschien is nostalgie wel helemaal geen sentiment, bedacht ik, maar meer een soort kortsluiting in je hoofd: dat je als vijftigjarige weer tien wilt zijn, onschuldig en paradijselijk, maar dan wel met het vijftigjarige volle besef dat alles heerlijk is en dat je er dit keer met volle teugen van moet genieten. Niet zomaar ondergaan maar met je verstand aan. En dat dat allemaal niet kan. Een mengsel van vreugde en pijn. Opmerkelijk dat de jongere schrijver dat een vulgair soort inspiratie leek te vinden. Of misschien vond ik dat zelf wel en ervoer ik zijn vragen als kritisch omdat ik mezelf niet vertrouwde. Projectie. Thuisgekomen parkeerde ik mijn auto en zocht mijn huissleutel. Wat lag daar op straat? Een raar geel frummeltje. Toen ik beter keek bleek het een plastic plakplaatje van een sprookjesprinses voor op de autoruiten. Ik raapte het op, plakte het op mijn raam en dacht: kan mij het schelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden