Opinie

'Northern Light' subliem cadeau van Ton Simons aan Kathy Gosschalk

Hoe welsprekend kan dans toch zijn! Bij het 25-jarig jubileum en tevens afscheid van Kathy Gosschalk van De (beter háár) Rotterdamse Dansgroep werd zij afgelopen vrijdag door haar opvolger Ton Simons met heldere, indrukwekkende dans toegesproken: tien DRD-dansers vertolkten zijn briljante speech 'Northern Light'.

Gosschalk had zich geen prachtiger afsluiting kunnen wensen en de nieuwe directeur had ook geen treffender visitekaartje kunnen presenteren. Met zijn tweedelige 'Northern Light' op de Goldberg variaties van J.S. Bach, gespeeld door Glenn Gould, liet Simons zien dat het homogene gezelschap een kolfje naar zijn hand is.

Niet alleen met de al ruimschoots bewezen kwaliteiten van Gaby Allard, Caroline Harder, Kory Perigo of Ty Boomershine kan hij vlijmscherpe en toch vervloeiende lijnen, figuraties en adembenemende balansen scheppen. Ook nieuwkomers als Josien Kuypers en Iris van der Sar tonen al een sterke affiniteit met zijn technisch veeleisende stijl. Hoe doorwrocht en complex die ook is, zij weten dit de kracht van vanzelfsprekende eenvoud te geven.

Met 'Northern Light' deed Ton Simons meer dan het houden van een krachtig pleidooi voor pure dans in de traditie van Georges Balanchine en Merce Cunningham. Deze Nederlandse choreograaf die al 25 jaar vanuit New York het reilen en zeilen van de Rotterdamse dansers stuurt en in de vaart der dansgolven opstuwt, legde het vermogen van elke grote kunstenaar aan de dag en dat is de kunst om gangbare gezichtspunten open te breken.

Weer doet Simons dat even simpel als doeltreffend: de aria en eerste vijftien variaties in Goulds beroemde vertolking wekt hij tot dansleven in een setting met traditioneel perspectief, dus in een stroom van naar de zaal gerichte taferelen. Die suggestieve zuigkracht van het toneel naar de zaal wordt versterkt door twee staalkleurige wanden die in V-vorm zijn opgesteld. Ook die drastische ruimtebeperking verleent de dans een magnetisme, vergelijkbaar met het natuurverschijnsel noorderlicht.

Hier helpt geen tegenstribbelen meer. Je voelt je direct meegesleurd op weg naar het noorden. Tussen die twee sluisdeuren raakt de kijker ondergedompeld in kristalheldere dans, waarbij een geraffineerde belichting op deels zwarte, deels vleeskleurige kostuums voor sfeerwisseling zorgt. Als toeschouwer zou je met Goulds befaamde geneurie willen meehummen, ware het niet dat de solo's van Gaby Allard en Caroline Harder naar adem doen happen! Zo mooi! Zo perfect van balans en beheersing! Wanneer de laatste met haar hele lichaam tegen de wanden schurkt, krijgt die ontsnappingspoging ook een diepe tragiek. In haar poses verdringen weemoed, woede en geluk elkaar.

In het tweede deel met de vijftien variaties, afgesloten met dezelfde aria als het begin, heeft de choreograaf Harders uitvalspoging gerealiseerd. Alle dansers lijken letterlijk door het noorderlicht te zijn gegaan, getuige ook de glitters op hun bodystockings.

Iedereen in de zaal kreeg met het programma een klein kompasje mee en kon controleren dat deel II is gezet op de noord-zuid as van een open onbegrensde vlakte, waarin een centrale lichtkolom roteert. Op slag is de toelopende sluis van zo-even veranderd in een onbegrensd universum. Dansers zijn er rondsuizende planeten, sterren en meteorieten. En opnieuw poetst Gould hun danskunst met de platina van Bach.

In dit deel wordt het publiek echter bewust op afstand gehouden en soms zelfs eventjes verblind door het langs schietende schijnsel van de ballet-Brandaris midden op het toneel. Voor inzicht in dit sterrenstelsel hield Simons zich aan de muzikale structuur, waarbij elke derde variatie een canon is. Soms verwerkt hij daarin frases uit de variatie daarvoor, maar dan met verdraaiing van oriëntatiepunt of overzetting op een ander lichaamsdeel.

Hoe stuurloos dit eerst lijkt, ook nu weten zijn tien dansers aan die wanorde een strakke regie te geven. In deze kosmos klopt alles. De aria tot slot is aan superstar Gaby Allard, de danseres die de trek naar het Noorden ook zo magistraal opende. Tot slot lijkt zij, balancerend op de bal van haar voet aan dampkring en zwaartekracht ontsnapt. Hoe dit visioen te beschrijven? J. Slauerhoff waagde ooit in een liefdesgedicht voor de danseres Darja Collin: 'Denken is het lichtst, toch wordt het zwaar,/ En de dans kan 't lieve lichaam geven/ Ziel en zaligheid, en nimmer moe.'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden