north sea jazz

DEN HAAG - Na een half uur wist ik weer waarom ik zo'n hekel heb aan een mega-manifestatie als het North Sea Jazz Festival. Ondanks het vroege uur was het overal al zo druk dat het bij een aantal zalen dringen was om nog iets te kunnen horen, laat staan zien. En ondanks de lage buitentemperaturen was het binnen al knap benauwd.

Na een paar uur wist ik weer precies waarom het North Sea Jazz Festival onmisbaar is. Vanwege de kans op (her)ontdekkingen. En de (her)ontdekkingen die er waren, maakten veel ongemak goed. De eerste ontdekking deed ik vrijdagavond tegen zevenen, toen ik in de Paulus Potterzaal de formatie rond de Engelse Aziaat Nithin Sawhney hoorde.

Niet zijn toetsenspel imponeerde, maar het vocale vuurwerk van zijn uit de Engels-Indiase en -Pakistaanse gemeenschap gerecruteerde metgezellen. Ongehoord waren de combinatie van tablas, akoestische gitaar met elektronische hi-tech-snufjes als samplers in vurige stukken waarin zelfs invloeden doorschemerden uit flamenco, techno en hiphop.

Een uurtje later was het opnieuw raak. In de Jan Steen-zaal maakte de Amerikaan Bennie Wallace zijn comeback. In de jaren tachtig was deze tenorsaxofonist er ineens, met een fors geluid dat zonder microfoonversterking tot achterin de zaal reikte; uit hem sprak een voorkeur voor traditionele jazz met een moderne aanpak. De laatste jaren hoorde je weinig van hem. Maar vrijdag bleek zijn geluid nog steeds moeiteloos de hele zaal te kunnen vullen. De microfoon stond er meer voor de sier.

Alle soorten

Bij een concert als dat van Nithin Sawhney kun je je afvragen, wat het - behalve de link met improvisatie - nog met jazz van doen heeft. Bij Bennie Wallace was er geen twijfel mogelijk. Toch was het optreden van Nithin Sawhney, dat plaatshad in het kader van het thema 'Decks'n Jazz' (waarbij 'decks' staat voor de inbreng van platenspelers en aanverwante elektronica), even op zijn plaats op het North Sea Jazz Festival als dat van Bennie Wallace. Een puur jazzfestival is het Haagse gebeuren immers allang niet meer. Het festijn biedt ruimte aan alle soorten jazz (van new orleans en dixieland via swing en bebop tot - dit jaar voor het eerst - vrije improvisatie), fusion, salsa, blues en alle deelgebieden die daar nog eens tussenin geklemd zitten.

Dat is helemaal niet slecht. Wie vrijdagavond de hele avond bivakkeerde in het Tuinpaviljoen - om er zomaar een locatie uit te pikken -, hoorde bewerkingen van Paul Simon-songs bij The New York Voices en het Metropole Orchestra, uitdagende moderne vocale jazz bij Cassandra Wilson, een opwindende mix van jazz, funk en rhythm'n blues bij Rahsaan Peterson, briljante pianojazz bij het trio van Abdullah Ibrahim (ook wel bekend als Dollar Brand) en tot slot een wervelend optreden van de Zuid-Afrikaanse zanggroep Ladysmith Black Mambazo met Ibrahim als gastsolist.

Een avondje Tuinpaviljoen bood de luisteraar, met andere woorden, een aardige gelegenheid om met verschillende muziekstijlen geconfronteerd te worden. Voor een verslaggever was zo'n aanpak echter niet weggelegd. Want het festival vond tegelijk plaats in dertien zalen, waarbij ik gemakshalve de concerten in de hal bij de hoofdingang niet meetel.

Als verslaggever leg je dus in een weekendje North Sea Jazz Festival heel wat kilometers af. Soms bleef ik ergens tien minuten luisteren, soms een half uurtje. Zelden langer. Ik besef dat die aanpak de musici soms onrecht aandeed, maar een alternatief was er eigenlijk niet. Laat ik daarom de tegenvallers vergeten en me hier strikt beperken tot de hoogtepunten: de verrassende ontdekkingen en feestelijke hernieuwde kennismakingen met oude bekenden.

Geel!

De Nederlandse groepen Geel! en V waren aangename ontdekkingen. Geel!, winnaar van het Nederlands Jazz Concours in Leeuwarden, maakte frisse fusionmuziek geënt op ouderwetse jazzrock uit de jaren zeventig. Violist Oene van Geel heeft goed naar Jean-Luc Ponty geluisterd - iets waarvoor hij zich beslist niet hoeft te schamen. V is een nieuwe groep van bassist Tony Overwater met onder meer saxofonist Yuri Honing en zangeres Fe Claassen. De groep bracht pittige versies van Joni Mitchell-songs en eigen werk, waarin Claassen zich liet kennen als een vocaliste met potentieël.

Overigens ben ik blij dat ik thuis een video mee heb laten lopen met de uitzending die de NPS van het jazzfestival verzorgde. Carl Craig Innerzone Orchestra was in de Paulus Potterzaal niet om aan te horen vanwege de opgevoerde baspatronen die tegen het lage plafond aanketsten. Thuis bleek het een leuke band met een interessante visie op moderne jazz en scratchers. Ook drum 'n bass-eenling Photek, die verscholen achter zijn draaitafels in het 'Decks'n Jazz'-programma een verloren indruk maakte, kwam op de beeldbuis beter over.

De Noorse trompettist Nils Petter Molvaer, die een dag later in deze vervelende zaal speelde, worstelde eveneens met de akoestiek. Op zijn recente plaat 'Khmer' toont hij zich een origineel navolger van Miles Davis' elektrische periode, ingebed in een moderne drum 'n bass-omgeving. Live overheerste een geluidsbrij.

Swingen

Een foutje van de organisatie was het op de vrijdag tegenover elkaar zetten van Cubanismo!, een salsagroep uit Cuba, en het latin ensemble van de in ons land verblijvende Venezolaanse percussionist Gerardo Rosales. Beiden brachten heerlijke swingende dansmuziek met jazzy solo's en verfijnde harmonieën. Hoewel ze allebei in een volle zaal stonden, hadden ze beter in dezelfde zaal kunnen spelen. Hetzelfde gold op zaterdag voor de salsa-hommage aan vibrafonist Cal Tjader en het zoveelste concert - maar wat voor een! - van de Afro Cuban All Stars. Als je je dan toch op een salsa- en latinjazz-publiek richt, waarom laat je dan niet alle ensembles die daarvoor in aanmerking komen in dezelfde zaal spelen?

Causeur

Bijzondere ontdekkingen en plezierige hernieuwde kennismakingen bood ook de zaterdag. Dat begon met de beminnelijk causeur en topsaxofonist Johnny Griffin. Evenals voor Bennie Wallace geldt voor Griffin: lang niets van gehoord. Maar de allang gepensioneerde saxofonist kan er best nog wat van. 'Body & Soul' vertolkte hij met overgave, Billie Holiday's 'Lover Man' met veel gevoel.

De jonge pianist Brad Mehldau, bijgestaan door zijn vaste begeleiders Larry Grenadier op bas en Jorge Rossy op drums wierp zich zondagmiddag in de Carel Willinkzaal op het ontginnen van de schoonheid van bekende jazzmelodiën. De wijze waarop hij stukken ontrafelt en er onverwachte hoekjes in ontdekt, wekte bij mij op den duur enige tegenzin. Mehldau is een perfectionist, die nooit eens een steekje laat vallen. Al luisterend hoopte ik stilletjes dat er ergens toch iets fout ging, waardoor hij plotseling wakker zou schrikken en zich gedwongen zien om een andere keuze te maken. Dat er ondertussen veel moois was te beleven, maakte gelukkig veel goed.

En dan het hoogtepunt van het festival: het moment dat ik bleef zitten en me niet meer druk maakte om wat voor moois ik mogelijk miste. Dat was het optreden van het Moscow Art Trio in de goed klinkende Mondriaanzaal. Misha Alperin (piano en mondorgel), Arkady Shilkloper (hoorn en flugelhorn) en Sergeij Sarostin (klarinet, rieten en zang) toonden zich muzikale genieën, die maar weinig nodig hebben om de meest schitterende muzikale bouwwerken op te trekken. Ze avonturierden in trio's, duo's en solo's met zo'n vanzelfsprekendheid dat je als luisteraar niet anders kon dan je eraan overgeven. Sarostins zang deed denken aan de woeste Russische steppen, Alperins hamerende pianospel zorgde voor de energie en Shilkloper is een hoornist uit duizenden: wat een prachtig geluid heeft die man.

En dan te weten dat er in het verre Rusland nog zoveel bijzondere musici rondlopen. Misschien iets voor de organisatie om aan te denken voor het festival van volgend jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden