Noren beheersen de erepodia Onderonsje op combinatie en dubbelslag op schans

Van onze sportredactie HAFJELL, LILLEHAMMER - Met nog twee dagen voor de boeg kunnen de Olympische Winterspelen niet meer stuk voor Noorwegen. De teller staat op 25 stuks eremetaal. Drie meer dan de Russen, die dankzij een iets betere score aan goud wel aan de leiding gaan van het medailleklassement.

Gisteren beleefden de Noren de succesvolste dag in hun geschiedenis van de Winterspelen. Eerst werden alle drie medailles in de combinatie skien in de wacht gespleept; even later ging werd het ook goud en zilver op de 90-meterschans.

Noorwegen begroette tien gouden, elf zilveren en vier bronzen medailles. Daarmee is het record van Albertville (negen goud, zes zilver en vijf brons) al verbeterd. Noorwegen heeft in het slotweekeinde nog kans op meer eremetaal, onder meer op de 50 kilometer skilopen met Vegard Ulvang.

Droom-team

Gistermiddag was het hele erepodium in Hafjell na de combinatie van het skien, afdaling en slalom, bezet met Noren. Lasse Kjus, die het eerste Noorse alpine-goud behaalde, KjetilAndre Aamodt en Harald Strand Nilsen zorgden voor een Noors volksfeest in Hafjell.

Het was voor het eerst sinds 1956 dat drie mannelijke skiers uit een land alle medailles veroverden op een onderdeel. Destijds ging het om de Oostenrijkers Sailer, Molterer en Schuster op de reuzenslalom. Dat kunststukje uit 1956 was alleen in 1964 nog eens herhaald, door Oostenrijkse vrouwen op de afdaling.

“Ons droom-team”, zo noemt bondstrainer Bartsch het duo KjusAamodt. Hij doelt op de letterlijke betekenis van het woord. Wegens hun nonchalance en de voorliefde voor uitslapen. De felheid die ze kenmerkt in de wedstrijden, ontbreekt in het dagelijkse leven.

De collega's van Kjus en Aamodt lachen geregeld over de fratsen van de verstrooide slapies die kamer en vriendschap delen. In hun vrije tijd liggen ze het liefst voor de televisie. Ze vergeten van alles, als ze naar de training gaan: helmen, stokken, soms zelfs de ski's.

Broederlijk verdeelden ze zelfs de prijzen in de combi-wedstrijden van dit seizoen tot nog toe; een keer won Kjus, een keer Aamodt. De derde plaats van Nilsen was zonder meer een verrassing. Na de afdaling stond hij nog 21e. In de eerste slalom, langs 61 poortjes, werkte hij zich op tot de zesde plaats. In de tweede, toen 56 poortjes waren gestoken, klom hij naar de bronzen positie. Hij verdreef Mader, Moe en Accola van het podium.

Kjus is sterk als een eland. Hij is gewoon al zijn gewicht in de strijd te gooien bij de afdaling. In 1991 leek zijn loopbaan voorbij, toen hij zwaar ten val kwam tijdens een training in Chili. De rechterschouder vloog uit de kom, een zenuw scheurde af. Sindsdien heeft hij nauwelijks gevoel in de rechterarm en is hij voor 15 procent invalide verklaard.

Maar ook een val tijdens de training voor het WK van hetzelfde jaar in Saalbach, waarbij hij een hersenschudding opliep en vier tanden verloor, was hij snel vergeten. Bijzonder bij Kjus is, dat hij het best presteert in de wat ondergewaardeerde combinatie. De 23-jarige atleet uit Siggerud was daarop in 1993 wereldkampioen. In de afdaling van de Spelen was hij slechts zestiende.

Aamodt, kampioen op de Super G van Albertville, was ondanks het zilver tevreden. Hij haalde twee keer zilver (combinatie en afdaling) en een keer brons (super G). “Dit is mijn mooiste dag als skier”, zei Aamodt. “Ik heb mijn derde medaille en mijn beste vriend heeft goud.”

“Seier'n er var”, (De zege is van ons) zongen 30 000 Noren op de berg, onder wie kroonprins Haakon en prinses Martha Louise. “Ongelooflijk, dat ons dit is gelukt in eigen land”, zei Kjus.

Bredesen

Vijftien kilometer zuidelijker, bij de springschans in het Olympisch Park van Lillehammer, kreeg het Noorse volksfeest later in de middag een vervolg.

Als een adelaar verwezenlijkte Espen Bredesen gisteren zijn lang gekoesterde droom: een Olympische titel vanaf de springschans met een recordsprong van 104 meter. De Duitsers onder aanvoering van Dieter Thoma (brons) en Jens Weissflog (vierde) verstoorden dit keer niet het Noorse feestje. Het zilver kwam ook in handen van een Noor, Lasse Ottesen. “Dit is prachtig, ik heb een ongelooflijk gevoel. Het is een bevrijding voor me”, erkende Bredesen, die de afgelopen week voor eigen publiek twee gevoelige nederlagen leed tegen Weissflog.

Dat hij na de tegenvallers niet als kanshebber werd getipt, werkte ontspannend. “Hoe minder pressie, hoe beter ik presteer.” Na zijn eerste zweefvlucht had Bredesen al de beste sprong (100,5 meter en 140,5 punten) van alle deelnemers laten noteren, voor zijn landgenoot Ottesen en de Japanner Kasai.

Weissflog diende zich, na twee gouden medailles, tevreden te stellen met een vierde plek. “Ik had te weinig thermiek bij de eerste sprong”, zei de Duitser later. Kritiek had hij op de jurering: “Zonder iets af te dingen op de overwinning, maar de jury was bepaald niet tegen de Noren. Ze hadden de puntentelling moeten opwaarderen omdat we allen het kritische punt van negentig meter ruimschoots passeerden. Kennelijk moest vandaag per se een Noor winnen.”

De sneer was het antwoord op aantijgingen in de pers. Hij zou Masahiko Harada uit zijn concentratie hebben gehaald, waardoor Japan de landentitel verspeelde.

Het doorgaans sportieve Noorse publiek begeleidde beide sprongen van Weissflog met een fluitconcert en gejoel. De Duitser reageerde na zijn laatste sprong vergelijkbaar: hij stak zijn middelvinger omhoog.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden