Review

Nooteboom leest het landschap zoals de schriftgeleerde een boek

Cees Nooteboom: De filosoof zonder ogen. De Arbeiderspers, Amsterdam; 305 blz. - ¿36,90, gebonden ¿ 49,90.

Nooteboom is in zijn werk nooit klakkeloos uitgeweest op de verduidelijking van de werkelijkheid. Integendeel, hij toont in zijn proza hoe duizelingwekkend, veelkleurig én tegenstrijdig de wereld kan zijn.

In Nootebooms reisverhalen, waaruit onlangs een keuze onder de titel 'De filosoof zonder ogen' verscheen, is het perspectief dan ook nimmer vanzelfsprekend. 'De reiziger, iemand, hij, ik', begint hij bijna stamelend een zin, alsof hij bang is niet genoeg ruimte te laten voor de verschillende inzichten die hij aan de dag gaat leggen.

Nooteboom kijkt nooit zomaar. Al tijdens het kijken kan hij het analyseren niet laten. Of hij nu geniet van een schilderij van Ghirlandaio in Florence, hoofdschuddend tussen de verveloze huizen loopt van Tallinn, de hoofdstad van Estland, of zich verwondert over de plek in Berlijn waar de Muur heeft gestaan - Nooteboom blijft zich altijd zeer bewust van zijn kennis van de plek en van zijn eigen blik: “De Muur die er niet meer is, is er dubbel, omdat je hem moet denken waar hij was”.

Nooteboom leest het landschap, zoals de schriftgeleerde een boek. Hij bestudeert plaatsen zonder veel onbevangenheid, en met de enorme last van traditie en wetenschap op zijn rug. Soms lijkt het zelfs of hij, voordat hij werkelijk heeft gekeken, al gezien heeft wat zich voor hem ontvouwt. En, jawel, zelfs van die eigenschap is Nooteboom zich bewust: “Het reizen naar plaatsen waar je al eerder, en intensief, geweest bent leidt tot dit soort gedachtegangen, als je wilt, meditaties. Je kunt reizen om je te verplaatsen, om je te amuseren, om iets nieuws te ondekken, om ergens anders juist niet te zijn, maar je kunt ook reizen om te herinneren, of om je te helpen bij het herinneren.”

Deze rationele visie leidt ertoe dat de beschrijvingen van de Europese oorden - Nooteboom blijft in deze bundel relatief dicht bij huis - stampvol zitten met associaties van literaire, kunstzinnige en historische aard. “Een heremietkreeftje, dat in verlaten schelpen van andere dieren kruipt”, noemt Nooteboom zichzelf ergens.

Steeds maakt hij in zijn verhalen de sporen van anderen zichtbaar. In Amsterdam bijvoorbeeld laat hij de voetstappen van onbekende zeventiende-eeuwse Indië-vaarders klinken en in Parijs de stemmen van protesterende studenten uit mei '68. De schim van Leonardo da Vinci duikt op in Milaan en Kafka dient zich onherroepelijk aan als Nooteboom in een Weens koffiehuis de afdeling 'Ambtsblatt' van de Wiener Zeitung leest.

Een mooie proeve van Nootebooms stijl, van zijn verhalen in verhalen en de steeds over elkaar heen golvende associaties, is zijn beschrijving van Venetië:

“Ik ga wat straten in en uit, wil aan de andere kant komen, maar dat lukt niet. De lichten van de stad kan ik nog maar nauwelijks zien. Zo zou het voorgeborchte er voor mij wel uit mogen zien, stegen zonder uitweg, plotselinge bruggen, hoeken, verlaten huizen, geluiden die nergens bijhoren, het roepen van de misthoorn, voetstappen die zich verwijderen, voorbijgangers zonder gezicht, en hun hoofden in shawls gewikkeld, een stad vol schimmen en de herinnering aan schimmen, Monteverdi, Proust, Wagner, Mann, Couperus, dwalend in de voortdurende nabijheid van dat zwarte, met dood bestreken water, geslepen als een marmeren grafsteen.”

In deze passage spiegelt de stijl de beschreven stad. Je verdwaalt in de lange, stapelende zin vol geluiden, herinneringen en de namen van beroemde kunstenaars net als in het labyrint van Venetië.

Nu kun je je natuurlijk afvragen of dit allemaal niet een beetje te veel van het goede is. Nooteboom is nogal eens verweten te opzettelijk en kitscherig te schrijven. Ik ben het daar niet mee eens. Hoewel hij zijn pen erg laat zwieren, en zijn zinnen maniëristisch en gepolijst zijn, is zijn stijl effectief.

In 'De filosoof zonder ogen' (nu ik de titel opnieuw opschrijf, vraag ik me ineens af of met deze filosoof behalve de figuur op een schilderij van De Chirico ook Nooteboom zelf wordt bedoeld, als teken van lichte zelfspot) brengt Nooteboom zoveel mogelijk indrukken die de reiziger op zijn pad komen, zo genuanceerd mogelijk over het voetlicht. Nooit vervalt hij daarbij tot reisgidsenwijsheid, of slap gebabbel over krakende hotelbedden en ander kleinzielig ongemak. Altijd opent zich achter hetgeen hij bekijkt een rijk panorama, zoals op de schilderijen van Jan van Eyck of Pierro della Francesca achter de statige portreten van edellieden en geestelijken een gedroomde stad opdoemt en een glinsterende rivier zich machtig naar de horizon slingert.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden