NOOTEBOOM, DE GLOBETROTTER

Half juni verschijnt bij de nieuwe uitgeverij Atlas 'De omweg naar Santiago', het Spaanse reisboek van Cees Nooteboom. Het verschijnt bijna gelijktijdig in Duitsland, waar hij tot grote hoogte is gestegen. 'Dat de Hollanders zo'n auteur hebben" , verzuchtte een gezaghebbend criticus op tv. Sindsdien trekt Nooteboom volle zalen als hij in Duitsland een lezing houdt. Een poging tot een gesprek.

Zijn onverwachte uitnodiging neem ik met beide handen aan, al valt die op Koninginnedag. Omdat het onzeker is of het treinverkeer in Duitsland geen hinder ondervindt van de stakingen, rijd ik met de auto naar Dusseldorf, waar de schrijver in een hotel logeert. Op de achterbank ligt een kruikje Vlaamse Bitter, de Oranje Bitter is uitverkocht.

In mijn koffertje zitten de drukproeven van zijn reisboek over Spanje, dat half juni bij Atlas verschijnt. Het gaat 'De omweg naar Santiago' heten, een toepasselijke titel blijkt na lezing van grote delen van Nootebooms manuscript: "Tien jaar geleden wilde ik naar Santiago rijden, en natuurlijk ben ik er gekomen, niet een maar meermalen, en tegelijkertijd was ik er niet geweest omdat ik er niet over had geschreven."

In het laatste hoofdstuk schrijft Nooteboom uiteindelijk over Santiago de Compostella, die middeleeuwse pelgrimsplaats in het verre Galicie, waar volgens de legende de beenderen van de heilige apostel Jacobus worden bewaard. Het is een adembenemend mooi slot geworden, alsof hij na al die zwerftochten langs honderden kerken, kroegen, koningen en kloosters, verspreid over heel Spanje, waar hij indringend en met veel kennis van zaken over schrijft, op zijn werkelijke plaats van bestemming is aangekomen.

Zijn queeste is ten einde. Maar niet voor lang. Want in hetzelfde hoofdstuk schrijft Nooteboom alweer: "De echte reiziger leeft van zijn verscheurdheid, van de spanning tussen het terugvinden en het weer loslaten, en tegelijkertijd is die verscheurdheid de essentie van zijn leven, hij hoort nergens, aan het overal, waarin hij voortdurend verkeert, zal altijd iets ontbreken, hij is de eeuwige pelgrim van het ontbrekende, van het verlies, en net als de echte pelgrims in deze stad is hij op zoek naar iets wat er toch weer verder lag dan het graf van een apostel of dan de kust van Finisterre, iets dat wenkt en onzichtbaar is, het onmogelijke."

In 'Het volgende verhaal', het boekenweekgeschenk uit 1991, door Nooteboom geschreven, komt Santiago de Compostella ook voor. Pater Fermi, een van Socrates' medepassagiers, heeft van zijn abt toestemming gekregen voor de pelgrimstocht naar Santiago "Een visioen had hij daarbij voor ogen gehad, de zuil in het voorportaal van de kathedraal waar nu al eeuwenlang de pelgrims na het voltooien van hun maandenlange tocht zich aan hadden vastgegrepen, zodat er op de plaats in het gepolijste marmer een negatieve hand was uitgesleten." Zover komt dom Fermi echter niet. In de straten van Santiago, op weg naar de kathedraal, wordt hij aangereden door een ambulance, hij sterft ter plekke.

Om vijf uur hebben we afgesproken in de lobby van het hotel, maar via de portier krijg ik een briefje van Nooteboom waarop hij om uitstel vraagt. Hij is doodmoe, en wil eerst nog douchen. Om zes uur komt hij naar beneden, hij ziet er inderdaad klein en verschrompeld uit, ondanks de schone kleren die hij heeft aangetrokken. Drie dagen ervoor heeft hij de laatste twee hoofdstukken voor zijn Spanjeboek ingeleverd, een slijtageslag. Verlangend kijkt hij uit naar zijn zomerverblijf op Menorca, waarvoor hij die middag in Dusseldorf een stapel cd's heeft gekocht.

Omdat door de staking ook het openbaar vervoer in het Ruhrgebied is lamgelegd, rijd ik Nooteboom naar Essen. Om het ijs te breken vertel ik hoe prachtig ik zijn Spaanse reisverhalen vind, een weldadige mengeling van literatuur, beeldende kunst en geschiedenis. Hij bedankt voor het compliment, maar vraagt tegelijk hoe de literaire kritiek in Nederland op zijn boek zal reageren. "Reisverhalen worden niet als literatuur beschouwd, vooral niet als ze eerst in de Avenue hebben gestaan" , schampert Nooteboom.

In Duitsland staat 'Die folgende Geschichte', de Duitse vertaling van het boekenweekgeschenk, al maanden op de bestsellerslijst in Der Spiegel. Negen drukken zijn er inmiddels verschenen, maar het houdt niet op. Ook 'Berliner Notizen', waarin Nooteboom als ooggetuige verslag doet van de val van de Berlijnse Muur, beleeft druk op druk. Zijn verzamelde gedichten, 'Rituelen', 'Een lied van schijn en wezen', 'Philip en de anderen' en 'In Nederland' zijn eveneens in Duitse vertaling verkrijgbaar.

Dit onverwacht grote succes dankt Nooteboom voor een deel aan Marcel ReichRanicki, een Duitse literatuurpaus, te vergelijken met Adriaan van Dis, die tijdens een uitzending van Das Literarische Quartet op de televisie 'Die folgende geschichte' tevoorschijn haalde en de volgende historische woorden sprak:

"Ik moet zeggen wat ik niet vaak zeg. Ik heb het boek niet helemaal begrepen. Ik moet het een tweede keer lezen. Maar wat ik begrepen heb van het boek heeft me diep getroffen. En ik betreur het buitengewoon dat ik de vorige boeken van Nooteboom allemaal over het hoofd heb gezien. Hij is een zeer belangrijke Europese schrijver, denk ik, en dit is een van de belangrijkste boeken, misschien wel het belangrijkste dat ik gelezen heb dit jaar. Ik ben diep onder de indruk van deze Nooteboom. Dat de Hollanders zo'n auteur hebben."

De lezing van Nooteboom in de stadsbibliotheek van Essen gaat gewoon door, ondanks de staking van het dienstdoende personeel. Twee werkwillige medewerksters slepen extra stoelen aan, zodat alle honderdvijftig toehoorders kunnen zitten. Nooteboom zelf zit vooraan achter een tafel, met zijn rug naar de ondergaande zon, een glas water onder handbereik. Hij leest met zachte, maar welluidende stem drie passages voor uit 'Berliner Notizen', gevolgd door twee langere fragmenten uit 'Die folgende Geschichte'. Ruim vijf kwartier is hij aan het woord, ononderbroken in het Duits. Alleen twee gedichten uit de cyclus Basho leest hij eerst in het Nederlands. Het publiek luistert aandachtig, zoals het een beschaafd publiek betaamt. Alleen bij de meer ironische zinsneden wordt zacht gegrinnikt.

Na afloop van de lezing worden geen vragen gesteld. "Dat is niet gebruikelijk in Duitsland" , zegt Nooteboom, die het ontbreken van het vragenuurtje allerminst betreurt. "Men vraagt toch altijd hetzelfde: of Herman Mussert zelfmoord heeft gepleegd en waarom ik zoveel reis." Meer behagen schept hij in het zetten van handtekeningen en het schrijven van opdrachten in de dichtbundels en de romans, die ter plaatse kunnen worden aangeschaft. Het signeren neemt bijna drie kwartier in beslag, sommige Essenaren hebben hun hele boekenkast van huis meegenomen voor een handtekening van de auteur.

Tegen half elf zit het erop. Op weg naar een pizzeria in de binnenstad van Essen vraag ik aan Nooteboom wat het geheim is van zijn succes in Duitsland. De lichtheid van toon, vermoedt hij. "Mijn boeken zijn ernstig, maar het lijkt of ze dat niet zijn. Dat trekt Duitsers aan. Uit de gesprekken die ik na afloop met de lezers voer, merk ik dat ze hele passages uit het hoofd kunnen citeren. Mijn boeken betekenen iets voor ze."

Terug in Dusseldorf wil Nooteboom nog wat drinken, en ik ook. We lopen naar een bar in de Altstadt. Het is druk op straat, in boompjes hangen gekleurde stroken papier, veel jongeren vieren alvast de eerste mei, een nationale feestdag in Duitsland. Gezeten achter een grote pils vergelijkt Nooteboom opnieuw de ontvangst van zijn boeken in Nederland met die in Duitsland. Waarom publiceren kranten als Die Zeit en Die Welt am Sontag wel lovende beschouwingen over 'Die folgende Geschichte' en waarom hebben Nederlandse recensenten dat boek massaal gekraakt, op een enkeling na? (Nooteboom weet nog precies welke criticus wat heeft geschreven.) Is het kinnesinne of Hollandse bekrompenheid? vraagt hij. En waar komt dat klimaat van onverschilligheid vandaan?

Op mijn beurt vraag ik wat hem zo verbeten maakt? Hij is rijk en beroemd, zijn boeken worden behalve in Duitsland ook in Italie, Frankrijk, Spanje, Griekenland, Engeland, Zweden, Denemarken, Hongarije, Roemenie en de Verenigde Staten gelezen, wat doen die negatieve kritieken er dan nog toe? Alles, zegt Nooteboom. "Ik ben en blijf een Nederlandse schrijver, die ook in zijn eigen taalgebied gewaardeerd en gerespecteerd wil worden."

Op vrijdagmorgen klettert de regen op de lichtkoker van de ontbijtzaal. Ik vraag me af of er nog vragen te bedenken zijn, die nooit eerder aan Nooteboom zijn gesteld. Zoveel is immers al bekend. Dat hij op 31 juli 1933 in Den Haag werd geboren als Cornelis Johannes Jacobus Maria Nooteboom. Dat zijn vader is omgekomen bij het bombardement op het Bezuidenhout. Dat hij vier maal van het gymnasium werd gestuurd, voor het laatst van het Augustianum in Eindhoven. Dat hij op zijn zeventiende door zijn stiefvader uit huis werd geschopt. Dat hij op tweeentwintigjarige leeftijd debuteerde met 'Philip en de anderen'.

Tegen tien uur sjouwt Nooteboom zijn zware koffer naar de auto, plus nog drie tassen vol boeken over beeldende kunst, geschiedenis en filosofie, die hij in Dusseldorf heeft gekocht, net als de cd's, ter voorbereiding op de zomer in Menorca.

Zo werkt hij altijd, legt hij uit. Hij koopt boeken, leest zich suf, ook als hij nog niet weet waarover hij wil schrijven. Zijn voorkeur gaat uit naar degelijke filosofische verhandelingen, maar ook singuliere uitgaven als 'Hoe dieren sterven?' hebben zijn warme belangstelling. Voor 'Het volgende verhaal' heeft hij bij voorbeeld rijkelijk geput uit dit boekwerk, bekent hij. De hele scene van de doodgraver, een kever met de kleuren van een vuursalamander, die in acht uur tijd van een dode rat een aaskogel maakt, heeft hij hier afgekeken. Later hoorde hij dat de Hongaarse schrijver Peter Nadasz dezelfde scene in een boek had verwerkt.

Vanuit Dusseldorf rijden we over Monchen Gladbach naar Roermond. Omdat het nog steeds regent, maant Nooteboom tot voorzichtigheid, hij heeft al eens eerder in een slip gezeten. Ik kijk naar hem, terwijl ik gas terugneem. Nooteboom, de globetrotter. Waar is hij niet allemaal geweest sinds zijn eerste reis naar Luxemburg in 1953? Hij heeft de halve aarde afgereisd, behalve in het Oostblok en China heeft hij in elk werelddeel zijn sporen nagelaten. Over al zijn reizen heeft hij reportages geschreven, voor Het Parool en de Volkskrant, later in glossy tijdschriften als Avenue, Elsevier en Zero.

Ik moet denken aan de verzuchting van Herman Mussert in 'Het volgende verhaal' en schiet in de lach: "Sinds ik ontslagen ben schrijf ik reisgidsen, een debiel gedoe waar ik mijn boterham mee verdien, maar nog lang niet zo stompzinnig als al die zogenaamde literaire reisschijvers die zo nodig hun kostbare ziel over de landschappen van de hele wereld moeten uitsmeren om de burgerij te epateren."

In Roermond wijst Nooteboom me de weg naar het huis van zijn schoonmoeder. Er is niemand thuis, maar hij heeft de sleutel. In de keuken zet hij koffie, uit een trommel tovert hij een paar koeken te voorschijn. Nooteboom vertelt hoe hij de zomermaanden op Menorca doorbrengt, in zijn boerenstulpje, zonder telefoon. Een week lang tolt hij na van alle drukte, maar dan neemt het paradijs de regie van hem over, de tijd wordt eindeloos en vier maanden lang krimpt de wereld in tot de omvang van het eiland.

Hij laat zien welke cd's hij in Dusseldorf heeft ingeslagen: Moderne psalmen van Schonberg, het trio opus 67 voor cello en piano van Sjostakowitsj, plus twee pianosuites en preludes van dezelfde componist, Harpsicord suites van Handel, een mis van Josquin dez Prez, Salva Regina, gezongen door de Benedictijner monniken van St. Maurice en de motetten 1, 2 en 3 van Monteverdi. Hij loopt naar de geluidsinstallatie om een pianosuite van Sjostakowitsj te laten horen, omdat hij bij deze muziek 'Het volgende verhaal' heeft geschreven, maar hij is niet tevreden over de uitvoering. Het tempo ligt te hoog, vindt Nooteboom. Op een eerdere cd, die helaas kapot is gegaan, speelde de pianist nog ijler waardoor het bijna middeleeuws klonk.

Ik vraag Nooteboom waarom hij wel over beeldende kunst schrijft en nauwelijks over muziek. In zijn boeken verwijst hij soms naar een compositie, maar hij doet er verder niets mee. In tegenstelling tot schilderijen of het tympaan van een kathedraal, die hij aan een diepgaande analyse onderwerpt. "Muziek ontsnapt aan het intellect, en leent zich daarom niet voor een analyse" , antwoordt Nooteboom. "Bovendien kan ik geen noten lezen. Je kan er alleen zinnig over muziek schrijven als je door het staketsel heen kunt kijken."

We drinken koffie, het gesprek springt heen en weer tussen Kyoto, waar hij in juni samen met zijn vriendin op reportage gaat voor een Duits magazine, en Spanje, het land dat hij al jaren als zijn tweede vaderland beschouwt. In Amsterdam komt hij nog maar zelden, het grootste deel van het jaar woont hij in Berlijn, als hij niet op reis is. Maar een jaar zonder Spanje, schrijft Nooteboom in 'De omweg naar Santiago', "een jaar zonder de leegte van dit land, zonder de kleuren van de aarde en de rotsen, is een verloren jaar."

Over Nederland laat hij zich in zijn boek heel wat negatiever uit. "Nederland is zijn ruimte kwijtgeraakt, en daarmee, vreemd genoeg, zijn tijd, als ik er nu nog kom proef ik een vluchtigheid, een neurotische onbestendigheid, alsof alles en iedereen haast heeft zich van zijn eigen geschiedenis te bevrijden en zo iets anders te zijn of te worden."

"Met Spanje" , zegt Nooteboom, "heb ik vanaf het begin een soort Seelenverwandtschaft gevoeld. Iemand vroeg mij eens waarom ik de meseta, de Spaanse hoogvlakte, zo mooi vind. Omdat ik denk, antwoordde ik, dat het er bij mij van binnen net zo uitziet. Net zo droog en zo versteend. Maar in dat droge landschap zijn oneindig veel nuances te onderscheiden. Tegelijkertijd herken ik in mijzelf ook de extreme kanten van Spanje. Ik ben niet polemisch van aard, maar conflicten vecht ik uit tot het bittere einde, zelfs lijfelijk als dat moet. Net als veel Spanjaarden heb ik last van een misplaatst eergevoel dat altijd blijft knagen zolang het conflict niet is uitgevochten."

We praten nog wat, maar tot een echt gesprek komt het niet. Nooteboom is te moe, hij wil boodschappen doen en naar de sauna, voor zijn vriendin met alle bagage uit Berlijn arriveert. Voor ik vertrek krijg ik de Duitse pocketeditie van 'Philip en de anderen' cadeau, met een onlangs geschreven nawoord. Hij zwaait me na als ik het tuinhek uitrijd.

Op de drukke provinciale weg van Nederweert naar Den Bosch, langs de Zuid Willemsvaart, hang ik kilometerslang achter een vrachtwagen, geladen met stalen deuren. Tot mijn oog valt op de rubberen spatlappen. Nooteboom staat er met grote letters op, uit Wychen. Pas bij Rosmalen, als de weg zich verbreedt, kan ik Nooteboom passeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden