Noorwegen

Trekken door prachtig Sürland, het minst belopen gebied van Noorwegen. Geen mens die je stoort, alleen de wind maakt lawaai. „Iedereen is gefocust op de fjorden. Hier komt geen hond.”

Het binnenland van Zuid-Noorwegen ligt er roerloos en verlaten bij. Veel bergen en heuvels, talrijke meren, hier en daar een bevroren sneeuwbultje, een smalle en kronkelige asfaltweg. Af en toe passeert er een auto op de Suleskarvegen, of een camper, maar druk kun je het niet noemen. De route is een monument om te behouden: een oude tolweg, die Sirdal en Setesdal – toch twee toeristische trekpleisters in Noorwegen – met elkaar verbindt.

Sportfietsers genieten van een ritje over deze route, die naar het dak van Sürland (Zuid-Noorwegen) klimt – een hoogvlakte op 1050 meter – en daarna weer pittig afdaalt. Je moet voortdurend alert blijven: handen aan het stuur en weinig tijd om te genieten van deze machtig mooie regio die de fjorden verbindt met de Noorse bergen.

Het is gelukkig vrij stil op rijksweg 45. Voor het meeste oponthoud zorgen de schapen, die vaak voor geen stok of getoeter aan de kant gaan. Het grootste deel van het jaar hoeft dat ook niet, want dan staan ze op stal en is de Suleskarvegen vanwege sneeuwval dicht voor het verkeer.

Maar nu is het augustus. Op een parkeerterreintje langs de weg staat een verdwaalde auto, het busje van Hessel Haker. Lochemer van afkomst, 32 jaar en recreatief ondernemer. Drie jaar geleden heeft hij aan de Suleskarvegen in het Setesdal camping Brokkestüylen in Brokke overgenomen. Hessel volgde een opleiding in bosbeheer en natuurbehoud, maar is ook een doorgewinterde beoefenaar van buitensporten en gidst wandelaars, fietsers, klimmers en kanoërs.

Achter een heuvel liggen acht van Hessels kajaks. Hij gaat met gasten en vrijwilligers op stap en maakt twee bootjes los. Kajaks te water in een klein meer, wat etenswaren en andere spullen aan boord en peddelen met z’n zessen. Na een stevig kwartier wordt de overkant van het meer bereikt. De vaartuigjes op de kant en samen slepen we ze een paar honderd meter voort. Een volgend meertje, weer de boten te water en peddelen naar de overkant. Dit ritueel herhaalt zich nog een paar maal. Soms een kleiner meer, soms een langere ’trektocht’.

Dan doemt op het land een Lappentent op. Die heeft Hessel aan het begin van het seizoen op een houten vlonder opgezet; er staan een kachel, een gasfles en wat bankjes in. Er kan gekookt en zelfs geslapen worden. Aan de paal hangt een zaag, twee stallantaarns zorgen voor de verlichting, in een hoek ligt een stoffer-en-blik om de tent weer schoon achter te kunnen laten.

De bodem rond de tent is sponsachtig. Eerst planten wij onze voeten nog met zorg neer, maar al gauw kijken we niet meer waar we lopen. Alleen waar bessen groeien doen we voorzichtig. Want we hebben trek, vooral in die zure oranje moltebaer die zeer gedijt in dit zompige landschap en in Noorwegen een delicatesse is.

Maar eerst hebben we hout nodig om de kachel te stoken. Dat wil zeggen takjes van struiken, want meer groeit hier niet. En dan is er warme chocolademelk: een kostbare verrassing, zeker voor degene die bij een van de landingsoperaties een nat pak heeft gehaald. „Oh stom”, zegt Hessel. „Ik ben de slagroom vergeten.”

Hij houdt van koken; in de Lappentent heeft hij zo een warm hapje voor elkaar. Ook op zijn camping wordt veel gekookt en stookt hij graag voor kinderen een vuur op om wat lekkers klaar te maken. Hessel heeft goede hoop op succes voor Brokkestüylen, waar hij steeds meer hutten heeft opgeknapt: in de winter voor skiërs en langlaufers, in de zomer voor families. Tenten staan er ook, caravans worden niet toegelaten. Vrijwilligers, vooral Nederlandse jongeren die zijn website hebben gevonden, helpen hem in de vakantietijd – tegen kost en inwoning. Er worden nieuwe wandelpaden uitgezet, er moeten markeringsbordjes uitgezaagd worden, kippen en ander kleinvee vragen aandacht, hutjes worden geschilderd. „Ik wil niet alleen een camping zijn. Tot nu toe moest ik het vooral van de zomer hebben, maar ik ga nu ook winterreizen doen: met ijsvissen, sneeuwschoenen, maar ook sneeuwscooters. Er komen steeds meer mogelijkheden in de omgeving. Mineralenmuseum, raften, zilversmeden, folklore, volksmuziek.”

Als kind kwam Hessel al elk jaar met vakantie in Noorwegen, overal heeft hij gewandeld. Nu mikt hij ook vooral op families, zijn omzet is afgelopen jaar met vijftig procent gestegen. „Iedereen is gefocust op de Hardangervidda of op de fjorden; hier komt geen hond. Dit is het minst belopen gebied van Noorwegen. Terwijl het een prachtig landschapspark is.”

Vanaf de Lappentent klauteren we over het golvende terrein naar de hoogste heuvel en laten ons uitwaaien, een genot in het zuinige zonnetje. Dit is toch een mooi leven: in de verste verten geen mens te zien, ook geen eland of rendier trouwens. Alleen de wind maakt lawaai. Dan is het tijd om de kajaks weer op te zoeken en terug te peddelen.

Er zitten in Noorwegen veel buitenlanders in het toerisme, ook Nederlanders. Hessel houdt wel contact met ze. Zoals met Ulrike Schenk en Bea Reuter, twee jonge Duitse vrouwen die op een dik uur rijden in Botelid bij üseral het project ’Friluftsliv’ hebben opgezet – leven in de vrije natuur met eenvoudige middelen. Zij hebben in Hamburg een opleiding bewegingswetenschappen gedaan en zijn al even verslingerd aan de Noorse natuur als Hessel. Zij maken tochten te voet of op ski’s in de bergen en door het heuvelland, trekken van hut naar hut, schuilen op een ijsmatje in een sneeuwhol of onder rotsblokken, spotten dieren, plukken paddestoelen en bessen en bereiden daar bij een kampvuur of in een hut een maaltijd van.

Nog weer enkele dalen en een paar uur rijden verder, vlakbij de zuidkust in Kvinesdal, werkt Marije Heida als assistent-manager in het design- en golfhotel Utsikten. Het is een onderkomen met een superuitzicht waar je bepaald geen ijsmatje nodig hebt, maar waar door de regionale VVV van Flekkefjord intens gezocht wordt naar nieuwe wandelmogelijkheden. Marije brengt ons in contact met twee oudere mannen, die er alles aan doen om de omgeving op de wandelkaart te zetten en nieuwe routes te markeren. Elk pad hebben ze al eens belopen, voor zichzelf of voor de regionale VVV. De een vertelt daar honderduit over, terwijl de ander met een kapmes vooruit snelt en elke ongerechtigheid wegmaait. Het is een feest om met deze Muppet-karakters de heuvels in te gaan. We lopen een paar uur in de buurt van het hotel. Geen flauw idee waar we zijn op de kaart, maar dankzij de twee ambassadeurs van Noorwegen zuidland maakt dat niets uit. En dan te bedenken dat Sürland eigenlijk op een steenworp afstand van Nederland ligt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden