Noorwegen is tegen

Is het verstandig om in een van de visrijkste gebieden op aarde - rond de eilanden Lofoten en Vesterålen - naar olie te boren?

ERIC FOKKE

Noorwegen is een bierbrouwer die anti-alcoholbijeenkomsten belegt", bromt een demonstrant op het marktplein van Kabelvåg op de Lofoten. Regenwouden beschermen en CO2-reductie bepleiten, maar zelf volop olie blijven boren en de schatkist spekken. "De beste klimaatmaatregel is olie en gas in de bodem laten zitten", klinkt het door de speakers.

Met de verkiezingen - vandaag gaan de Noren naar de stembus - is er ook weer debat over oliewinning rond de Lofoten, Vesterålen en Senja, eilanden boven de poolcirkel in Noorwegen. Het eerste weekend van augustus hield 'Natur og Ungdom', Natuur en Jeugd, op de Lofoten een goed bezochte manifestatie tegen olieboringen. De doorgaans brave Noorse jeugd dreigt met 'burgerlijke ongehoorzaamheid' als politici niet inzien dat dit wel de láátste plaats op aarde is waar je naar olie zou moeten boren.

Overdrijven ze niet een beetje? "Ik ben nog niet op elke plek op aarde geweest", zegt zeebioloog Erik Olsen, "maar dit gebied heeft een bijzondere biologische waarde en kwetsbaarheid." Olsen werkt voor het Noorse Instituut voor Zee-onderzoek (IMR) dat onlangs een rapport publiceerde over het ecosysteem van de Barentszzee en de zee rond Lofoten en Vesterålen.

Wereldwijd wordt op een oppervlakte van slechts 10 procent van de oceanen, 75 procent van álle vis gevangen. Lofoten en Vesterålen horen bij die 10 procent. Het water rond de eilanden behoort biologisch gezien tot de productiefste wateren op aarde.

Alleen al van 'skrei', de kabeljauw die in de winter vanuit de Barentszzee naar de Lofoten zwemt om te paaien, mocht dit jaar bijna een miljoen ton gevangen worden. Skrei is het allerlaatste grote kabeljauwbestand op deze planeet. Andere grote kabeljauwbestanden op de wereld zijn in het verleden kapot gevist en hebben zich nooit meer hersteld.

Er zwemt meer rond, zoals haring (quotum: een half miljoen ton), kool- en schelvis. Het totale jaarlijkse visquotum in de Noorse Zee (pakweg tussen midden Noorwegen, IJsland en Spitsbergen) en de Barentszzee (ten noorden van Noorwegen en Rusland) is zo'n drie miljoen ton, drie miljard kilo vis. 70 procent van deze voedselvoorraad passeert de Lofoten, Vesterålen en Senja in zijn meest kwetsbare fase - als eitje, larve of piepjong visje.

In water met tropische temperaturen komen visseneitjes al binnen een paar dagen uit. In arctische gebieden kan dat twee tot drie maanden duren. Hoewel Lofoten en Vesterålen boven de poolcirkel liggen, zijn ze gezegend met de aanvoer van wat warmer water door de Atlantische golfstroom. De skrei paait van begin februari tot begin april als het water 3 tot 6 graden Celsius is. Eitjes komen na zestien tot 24 dagen uit. Vervolgens duurt het nog vier maanden voordat een visje sterk genoeg is om van de bovenste waterlagen naar de bodem te zwemmen. Dat is dus een zeer lange periode waarin een grote dichtheid aan vislarven en -jongen wordt blootgesteld aan eventuele olielekkages.

Zeevogelhoofdstad
Het is niet alleen vis wat in dit gebied de klok slaat, er zijn ook grote vogelkolonies die soms van internationale betekenis zijn. Het Noorse Instituut voor Natuuronderzoek (NINA) noemt de Lofoten 'de zeevogelhoofdstad van Europa'. Alleen al op de eilanden Røst en Vaerøy van de Lofoten broedt 20 procent van de zeevogels van Noorwegen. Volgens de internationale organisatie BirdLife zijn de Lofoten een 'global Important Bird Area (IBA)' met de broedkolonies van kuifaalscholver en papegaaiduiker en een Europese IBA voor koningseiders en geelsnavelduikers waarvan 20 procent van het Europese bestand bij de eilanden overwintert. Een ongeluk met olie kan daarom ongeacht het jaargetijde ernstige gevolgen hebben.

Dat olie boren bij Lofoten en Vesterålen een risicovolle onderneming is, is geen inzicht dat net is ontstaan. Kort na de ramp in de Golf van Mexico in 2010 zei de toenmalige minister van Milieuzaken Erik Solheim: "We hebben het over een ramp van bijbelse Armageddon-dimensies als we een dergelijke olielekkage in Noorwegen meemaken." Het recente rapport van het IMR onderstreept die stelling nog eens.

Dat weerhield de regerende Arbeiderspartij (AP) er niet van om kort na het verschijnen van die studie in te stemmen met een milieu-effectrapportage voor olie-exploratie in gebied. Dat wordt algemeen gezien als een eerste stap richting daadwerkelijk boren.

Zowel lokaal als landelijk blijkt uit peilingen dat meer Noren tégen oliewinning rond de Lofoten en Vesterålen zijn dan vóór. Veel Noren beschouwen de Lofoten als de parel van hun land en de visindustrie is bepaald niet onbelangrijk. Die meerderheid vindt gek genoeg geen steun bij één van de drie grote politieke partijen. Zijn de meningen binnen de AP nog wat verdeeld, bij de twee andere grote partijen aan de rechterkant in het parlement, Rechts (Høyre) en de populistische Vooruitgangspartij (Fremskrittspartiet), is veel minder twijfel.

Het zijn na de verkiezingen van vandaag vooral de kleine partijen die het verschil moeten maken. Van links tot rechts zijn diverse partijtjes uitgesproken tégen olie boren bij de Lofoten en Vesterålen.

Opiniemakers proberen in de media de discussie breder te trekken. Zij betogen dat er met het oog op klimaatverandering geen andere keuze is dan een belangrijk deel van de gas- en olievoorraden in de bodem te laten zitten. Commentator en econoom Kathrine Aspaas: "Wij zijn bang in Noorwegen en willen niet dat er een eind aan het olietijdperk komt. Toch zal dat gebeuren. Deze eeuw zal de energievoorziening dramatisch veranderen. Groene technologie is de weg en als Noorwegen daar nu voor kiest, kunnen we de toekomst met optimisme tegemoet zien. Maar we moeten het ons niet laten overkomen."

Aspaas en haar geestverwanten wijzen op beursanalisten en economen die ook een dergelijke wending in de energieproductie verwachten en stellen dat daarom de voorraden van oliemaatschappijen sterk overgewaardeerd zijn. Een 'carbon-luchtbel' dreigt en daarmee een nieuwe wereldwijde financiële crisis. "Nog een reden", zegt Aspaas, "om innovatief te zijn en buiten de bestaande kaders te denken."

De huidige generatie politici lijkt nog niet zover. Het debat kort voor de verkiezingen ging vooral over scholen, de zorg en wegenbouw. En de oude oliebronnen, die langzaam opdrogen, brachten Noorwegen enorme welvaart. Het land heeft tot nu nog geen druppel olie onberoerd gelaten.

De doorgaans brave Noorse jeugd dreigde begin augustus met 'burgerlijke ongehoorzaamheid' vanwege de dreigende boringen.

40 lekkages in 1 jaar
Volgens cijfers van Kystverket, de Noorse dienst voor kustbeheer, zijn vorig jaar veertig lozingen met olie geregistreerd rond olieplatforms in Noors vaarwater. Oliestrepen van honderd meter breed en een paar kilometer lang zouden geregeld voorkomen.

De meeste lozingen zijn niet illegaal. Oliemaatschappijen mogen jaarlijks een zekere hoeveelheid met olie vervuild 'productiewater' lozen. De Noorse Natuurbeschermingsbond zegt van één platform te weten dat het 600 liter olie per etmaal mag lozen.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden