Noorse zalmindustrie moet naar het land

Het gaat niet goed met de wilde zalm in Noorwegen. Met de gekweekte zalm gaat het beter, maar de kweekzalm vormt een grote bedreiging voor zijn wilde broer. Ingrijpende maatregelen zijn daarom nodig. Er is zelfs een idee om 50 procent van alle gekweekte zalm te slachten. Dat gaat de Noorse regering veel te ver.

Noorwegen heeft een Wetenschappelijke Raad voor Zalmbeheer en die schrijft elk jaar een rapport. Het rapport van dit jaar bevatte weinig goed nieuws over de wilde zalm.

In 2009 was het aantal zalmen dat in de rivieren terugkeerde het laagst sinds 1983 – naar schatting 370.000 exemplaren. In 137 van de 196 onderzochte waterlopen wordt het zalmbestand niet meer als ’duurzaam’ beschouwd. 45 Unieke zalmstammen zijn al uitgestorven. Op veel rivieren geldt een visverbod, maar helpen doet het niet.

Met de kweekzalm daarentegen gaat het uitstekend. Jaren achtereen worden nieuwe hoogtepunten bereikt. Al in oktober jongstleden werd de jaarproductie over heel 2009 overtroffen: Noorwegen exporteerde tot medio oktober 628.000 ton gekweekte zalm met een waarde van meer dan drie miljard euro.

Die groei heeft ook een keerzijde. Milieuminister Erik Solheim ziet een verband tussen de toenemende kweek en de afnemende aantallen wilde vissen. Solheim staat bepaald niet alleen in die gedachte. Hij sprak zijn zorgen over de wilde zalm nog niet uit of de directeur van de Dienst Natuurbeheer stelde een ’noodslachting’ voor van maar liefst 50 procent van de kweekzalmen.

Zo’n drastische maatregel zal in Noorwegen niet gauw worden genomen. Zalmkwekerijen zijn relatief grote werkgevers en belastingbetalers. Ze zijn een economische factor van belang. Er zijn burgemeesters die hardop uitspreken dat het jammer is van die wilde zalm, maar dat de schoorsteen wel moet roken.

Op hoger politiek niveau, in de ministerraad, klinken zulke harde woorden niet. Solheims collega op Visserij, Lisbeth Berg-Hansen, is schatrijk geworden met kweekzalm en heeft nog steeds grote belangen in die sector. Hetzelfde geldt voor de directeur van haar departement, Liv Holmefjord. Ondanks constructies die belangenverstrengeling moeten voorkomen, geloven maar weinigen in Noorwegen dat daar géén sprake van is en dat harde maatregelen tegen de sector daarom uitblijven.

Kweekzalm bedreigt haar wilde familie op diverse manieren. Kweekzalmen zwemmen in netten in fjorden, in open water dus. Van daaruit verspreiden ze ziektes en parasieten. De hoeveelheid zalmluis, die leeft van bloed en huidweefsel, is even als vorig jaar weer groot.

Dit jaar zijn ontsnapte kweekzalmen gevangen met meer dan duizend luizen, sommige met half weggevreten koppen. Het Instituut voor Zeeonderzoek signaleerde eerder dat jonge wilde zalmpjes in de Hardangerfjord, die tijdens hun trek naar open zee vele zalmkwekerijen passeren, aan het eind van de fjord vol luis zitten. De vissen raken daardoor zo verzwakt, dat naar verwachting meer dan de helft sterft. Met een noodslachting van kweekzalm zouden direct veel zalmluizen opgeruimd worden.

Hoewel het aantal ontsnappingen van kweekzalmen niet meer zo extreem is als vroeger, verdwijnen er ieder jaar weer honderdduizenden. Begin oktober ontsnapten uit een kwekerij in het zuiden 70.000 exemplaren – een veelvoud van de wilde zalm in dat gebied.

Ze waren besmet met een virus dat vissen belemmert te eten waardoor ze sterven. „Als men deze vissen in de bassins slacht, dan verliest de kweker 10 miljoen kronen (1,2 miljoen euro, red.) en is het beter ze te laten ontsnappen en verzekeringsgeld te vangen,” brieste Kurt Oddekalv van het Natuurbeschermingsverbond in de media. Of kwekers dat daadwerkelijk doen of niet, ook zonder kwade bedoelingen kiezen regelmatig tienduizenden kweekzalmen in één keer het ruime sop, ook uit de netten van de kwekerijen van de minister en uit die van haar directeur op Visserij.

Ontsnapte vissen dragen niet alleen ziektes over, ze trekken ook de rivieren op om zich met wilde zalmen te mengen. Er zijn rivieren waar meer dan de helft van de paaiende zalmen uit kwekerijen komt. Door genetische vervuiling, zo is wetenschappelijk aangetoond, hebben wilde vissen een kleinere overlevingskans. Voor sommige bijna uitgestorven stammen wilde zalm lopen speciale projecten om ze genetisch zuiver te houden.

Riviereigenaren en sportvissers die steen en been klagen over de toestand van de wilde zalm mogen de hand ook in eigen boezem steken. In de jaren zeventig besloten zij zalm en regenboogforel uit Zweden in Noors water uit te zetten.

Daarmee werd ook gyrodactylus salaris geïntroduceerd, een parasiet die de laatste decennia wordt gezien als één van de grootste oorzaken van zalmsterfte in Noorwegen en waarvan de dreiging pas sinds kort ’gestabiliseerd’ zou zijn. De parasiet houdt nu nog huis in 25 waterlopen.

Op zee zit het de zalmen ook niet mee. Volgens Noorse zeeonderzoekers is tussen 1995 en 2009 de hoeveelheid plankton – voer voor kleine zalmpjes – in de Noorse wateren met 70 tot 75 procent afgenomen. Over de reden wordt nog getwist, maar dat de afname slecht is voor de zalmen staat vast.

Op plankton is lastig greep te krijgen, maar de ellende die kwekerijen veroorzaken, zou toch aan te pakken moeten zijn, menen critici. Dat is niet alleen nodig om te voorkomen dat de wilde zalm en de zeeforel het loodje leggen, maar ook om te voorkomen dat Noorwegen Chili achterna gaat. Daar kreeg de zalmindustrie te maken met ziektes en parasieten. Ze is geen schim meer van wat ze was.

Minister Berg-Hansen zegt de problemen serieus te nemen en is er van overtuigd dat de sector ze aan. Diezelfde overtuiging had zij vorig jaar, maar het probleem met zalmluis is onverminderd groot. De parasiet blijkt snel immuun te worden voor de middelen die tegen hem worden ingezet. Net als vorig jaar besloot de minister verdere groei van de sector wat te beperken, maar van een noodslachting kan geen sprake zijn.

Kurt Oddekalv van het Natuurbeschermingsverbond is zijn geduld verloren en verklaarde de sector de oorlog. Deze zomer won hij de steun van supermarkten die hij met acties dreigde. Vier grote Noorse supermarktketens willen dat de zalmindustrie binnen drie jaar duurzaam produceert.

„Ideaal zijn gesloten systemen die hun omgeving niet vervuilen,” zei Antonio Soares, algemeen directeur van ICA, dochter van Albert Heijn, deze zomer op tv. Zalm kweken op het land wordt door velen als een oplossing gezien, maar wordt door de industrie als te duur afgewezen.

Het lijkt Soares menens te zijn. „Ons moederbedrijf kan besluiten de verkoop te beperken of overgaan tot krachtiger maatregelen zoals eerder met andere producten is gebeurd. Wij zullen dan volgen.” En: „Bedrijven die verantwoord opereren, kijken verder dan de huidige wetten. Ze moeten naar de horizon kijken. Naar wat ze voor de volgende generatie achterlaten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden