Noordzee op papier goed beschermd, maar in praktijk vogelvrij

Van een onzer verslaggevers LEIDEN - Het Nederlandse deel van de Noordzee heeft op papier een indrukwekkende status: het is een van de kerngebieden van de ecologische hoofdstructuur. Dat betekent dat de Noordzee een belangrijke schakel vormt in het samenhangend netwerk van natuurgebieden en verbindingszones.

“Je zou dan verwachten”, zegt Marc Janssen, directeur van de stichting Duinbehoud, “dat tegen de Noordzee hetzelfde wordt aangekeken als tegen andere kerngebieden, zoals bijvoorbeeld de Oostvaardersplassen, het Naardermeer en het duingebied. Niemand haalt het in z'n hoofd daar een vliegveld, een industrieterrein, een woonwijk of een baggerdepot aan te leggen. Maar als het de kustzone van de Noordzee betreft, lijkt het voor veel mensen de gewoonste zaak van de wereld daar een tweede Schiphol, een tweede Maasvlakte en iets als de kustlocatie tussen Hoek van Holland en Scheveningen aan te leggen. De status van de Noordzee is in de denkwereld van veel mensen heel anders dan in beleidsnota's is opgeschreven. Het beleid is boterzacht en de Noordzee is daardoor in de praktijk vogelvrij.”

De aanwijzing van de Noordzee tot kerngebied is neergelegd in het Structuurschema Groene Ruimte - de ruimtelijke vertaling van het in 1990 door de Tweede Kamer vastgestelde Natuurbeleidsplan. Uit de aanwijzing van de ecologische hoofdstructuur en de daarbij behorende kerngebieden vloeien beperkingen voort, waarmee de lagere overheden rekening dienen te houden en waaraan het rijk is gebonden. Zij het niet volledig, want zwaarwegende maatschappelijke belangen bieden het rijk de mogelijkheden tòch ingrepen toe te staan die de natuur wezenlijk aantasten.

Meer bescherming zou het gemeentelijk bestemmingsplan kunnen bieden, dat immers bindende bestemmingen oplegt. Janssen: “De gemeentegrens loopt tot één kilometer in de Noordzee, maar de meeste bestemmingsplannen eindigen bij de duinvoet. Het strand wordt soms wel, maar vaak ook niet meegenomen. De waterlijn is zo ongeveer de grens tot waar gemeenten nadenken. De provinciale streekplannen, die in zee met de gemeentegrenzen samenvallen, zijn vaag en bieden dus geen bescherming.”

De beste bescherming wordt echter gegarandeerd door de (onlangs herziene) Natuurbeschermingswet, op grond waarvan sinds 1967 gebieden van natuurwetenschappelijk belang tot natuurmonument kunnen worden aangewezen. Janssen: “In het Natuurbeleidsplan is vastgelegd dat het gehele Nederlandse duingebied binnen acht jaar onder de Natuurbeschermingswet zou worden gebracht. De uitvoering van dit beleid is echter aanzienlijk vertraagd. Volgens de planning uit 1992 zou dit jaar 26 000 hectare duingebied in Noord- en Zuid-Holland worden beschermd, maar we zijn nu nog niet verder dan 14 000 hectare.”

Afgezien van de vertraagde uitvoering, is het instrument van de Natuurbeschermingswet ook uitstekend geschikt om de zone vóór de kust veilig te stellen, meent de stichting Duinbehoud. De stap van de duinen naar de zee is volgens Janssen een volstrekt logische: “De zee is onlosmakelijk verbonden met het land. De duinen zijn ondenkbaar zonder het strand en de golven van de zee. Maar waar we het ene element, de duinen, willen beschermen, is het andere, de zee, vogelvrij.”

De beschermende werking van de Natuurbeschermingswet kan zich uitstrekken tot de 12 mijls-zone, die de juridische grens van de Nederlandse wetgeving vormt. Die grens vormt tevens de horizon van de strandwandelaar: negen van de tien dagen kijk je vanaf het strand tot aan de 12 mijls-zone. Zodat in ieder geval het vrije uitzicht over zee behouden blijft.

Volgens Janssen hoeft toepassing van de Natuurbeschermingswet niet te leiden tot beperkingen in het huidige gebruik van de kustzone. Recreatie kan op de huidige voet doorgaan, evenals de (kust)visserij en de scheepvaart. Dit kleinschalige medegebruik van de kustzone valt goed te rijmen met de hoofdfunctie natuur. De beschermende werking zou zich in de eerste plaats moeten richten op het weren van industrialisatie, inpoldering, geluidsoverlast, verstedelijking en dergelijke. Janssen: “Een vliegveld in zee is slechts het eerste schaap over de dam - voor je het weet is de Noordzee verbouwd tot industriegebied.”

Ook buiten de territoriale zone, tot aan de grenzen van het Nederlands deel van het continentale plat, kan Nederland op grond van het Zeerechtverdrag uit 1982 invloed uitoefenen. Dat betreft onderwerpen als de bouw van kunstmatige eilanden. Janssen: “Ook hier is de Natuurbeschermingswet een prima instrument. Het kent namelijk een zogenaamde externe werking. Daarbij is het mogelijk bij de besluitvorming over ontwikkelingen buiten het natuurmonument het belang van natuur en landschap zwaar te laten meewegen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden