Noordrijn-Westfalen lokt groene bedrijven

Een eenzame windmolen werpt zijn schaduw over het oude mijnbouwcomplex in het Duitse Herten. Lange hallen, opgetrokken uit rode baksteen, herinneren aan de industrie die daar tot 2000 floreerde. Nu staan de gebouwen grotendeels leeg, de ruiten zijn gebroken.

„De kolenwinning op het terrein heeft plaatsgemaakt voor de ontwikkeling van duurzame energietechnologie”, vertelt Jens Kuhlman van EnergieAgentur NRW, het energieagentschap van de deelstaat Noordrijn-Westfalen waarvan Herten deel uitmaakt. „Er wordt onder andere duurzame waterstof geproduceerd.”

Een bewuste keuze, legt hij uit. „Onze deelstaat staat bekend als de kolenpot van Duitsland. Van dat beeld willen wij af. Nu veel mijnen dicht zijn, willen wij ons groene gezicht laten zien.”

Nederlandse bedrijven moeten daarbij een grote rol spelen, vervolgt hij vanuit het nog nieuw ruikende kantoorgebouwtje op het terrein, dat bijna wegvalt tegenover de massieve fossielen van de kolenindustrie. Noordrijn-Westfalen wil de Nederlandse bedrijven niet alleen als klant – het Amsterdamse openbaar-vervoerbedrijf GVB koopt een aantal waterstofbussen uit Herten – maar moedigt duurzame ondernemingen ook aan zich er te vestigen.

In totaal hebben al meer dan 370 Nederlandse bedrijven – niet allemaal uit de duurzame industrie – een plaats in de Duitse deelstaat, blijkt uit een onderzoek van de Nederlands-Duitse Handelskamer. Eén van die bedrijven is zonnecelproducent Scheuten Solar, gevestigd vlakbij Herten. In zijn fabriek, lopend tussen de ritmisch sissende robotarmen en de geur van smeulend plastic, legt directeur Frans van den Heuvel uit waarom Duitsland zo interessant is als vestigingsplaats.

„De belangrijkste reden is de grootte van de markt. Deze fabriek heeft een capaciteit van 200 megawatt. Als wij alleen de Nederlandse markt zouden voorzien, dan zou ruim 90 procent van deze fabriek staan weg te stoffen. Willen wij de hele Duitse markt van zonnepanelen voorzien, dan moet de fabriek twintig keer zo groot worden.”

Dat komt niet alleen doordat Duitsland een stuk groter is dan Nederland, zegt hij. „Ooit was Nederland koploper in duurzame energie. Die positie zijn we door regeringsbeleid kwijtgeraakt. De zonnesector in Nederland heeft bij lange na zijn potentieel niet gehaald.”

Zeker in vergelijking met Duitsland is Nederland achtergebleven, legt hij uit. Wie duurzaam opgewekte stroom levert aan het elektriciteitsnet, krijgt daar in Duitsland een vaste vergoeding voor. Daardoor werd de productie van duurzame energie rendabel en de aanschaf van zonnepanelen betaalbaar. Dat zorgde in Duitsland voor een enorme groei van de zonne-energiesector de laatste vijf jaar: van 1,9 gigawatt naar 15,3 gigawatt. Nederland moet het doen met een groei van 51 naar 76 megawatt in dezelfde periode.

„Daarbij merken wij dat de samenwerking met de overheid hier gemakkelijker verloopt”, vervolgt Van den Heuvel. „In Nederland is de afstand tussen de landelijke politiek en het duurzame bedrijfsleven veel groter. Hier is dat anders. Je merkt dat de deelstaat zijn best doet om jou als ondernemer aan te trekken.”

Dat komt onder andere door projecten als de ’zonnedorpen’, een streven van Noordrijn-Westfalen om vijftig dorpen grotendeels op zonne-energie te laten functioneren. Daar is capaciteit voor nodig en dat merken ondernemers als Van den Heuvel. „De overheid helpt met nadenken over een goed industriebeleid en over exportmogelijkheden. Ze willen echt dat jij de onderneming hier vestigt.”

Jens Kuhlman van het energieagentschap legt uit hoe de overheid ondernemers probeert te helpen. „Een van de problemen waartegen bedrijven, ook in Nederland, vaak aanlopen, is de stroperigheid bij het verlenen van vergunningen. Ondernemers worden van het kastje naar de muur gestuurd en dat kan jaren duren. Wij hebben vastgelegd welke instanties waarvoor verantwoordelijk zijn. Dat versnelt het verlenen van vergunningen en het goedkeuren van projecten aanzienlijk.”

Of dat voldoende is voor een ’vergroening’ van de deelstaat is nog de vraag. Slechts enkele kilometers buiten Herten torenen grijze schoorstenen met rookpluim en zwarte bergen kolen nog uit boven de geluidswal langs de snelweg. Een blik op de statistieken leert dat het gebied goed is voor een derde van Duitslands energieverbruik, voor 83 procent van de steenkoolproductie en voor 55 procent van de bruinkoolproductie. De komende jaren komen er nog zeker vijf kolencentrales bij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden