NOORDERLICHT

De Amerikaanse fotografe Hope Wurmfeld volgde in 1993 en 1994 een groep vrouwelijke kunstenaars die voorafgaand aan de presidentiële verkiezingen hun krachten bundelden in de Women's Action Coalition, met als doel het politieke klimaat voor vrouwen in de Verenigde Staten te verbeteren. Haar serie 'In the streets' gaat over het recht op abortus, erkenning van homoseksuelen, gelijke rechten op de werkvloer, verkrachting als oorlogsinstrument. De kleurrijke groep bestaat inmiddels niet meer, maar Wurmfeld legde hun demonstraties vast met een groothoeklens op een immer bewegende camera. Het zijn vegen, bonte dynamische beelden, waarin soms alleen nog maar kreten - 'don't censor sex' - op de meegetorste billboards te onderscheiden zijn. De serie van Wurmfeld is de enige in de tentoonstelling 'Unbeschreiblich weiblich' die in de buurt komt van wat als reportage-fotografie betiteld zou kunnen worden.

“Dat is moeilijkste wat er is, om demonstraties te fotograferen. In dat opzicht is het interessant wat deze fotografe doet. Ze probeert het te verlevendigen.” Amsterdam, het Vondelpark, het terras voor het Filmmuseum in de nazomerzon. Met dezelfde zorgvuldigheid die ze voor de overige foto's aan de dag legt, bestudeert Eva Besnyö (87) een selectie uit de serie van Wurmfeld. De Hongaarse Besnyö kwam in de jaren dertig uit Berlijn naar Nederland kwam. Vanuit de vooroorlogse jaren met fotografen als Carel Blazer en Cas Oorthuys de voorhoede vormde van de fotografische vernieuwing in Nederland, ontpopte zich later, in de jaren zeventig, als de fotografe van de Dolle Mina-beweging. Jaren waarin ze de zorgvuldig gekozen vorm en compositie die haar stijl zo kenmerkten ondergeschikt maakte aan een meer dienstbare vorm van recht-toe-recht-aan reportage-fotografie. Een gegeven dat de reactie van Besnyö op de foto's van Wurmfeld des te interessanter maakt.

Het vage, het onscherpe. Eind jaren tachtig hield Besnyö op met fotograferen omdat haar ogen te slecht werden. Haar hele leven vocht ze met scherpstellen. Vlak na de oorlog heeft Besnyö, samen met Carel Blazer, belangrijke negatieven weggegooid omdat ze niet haarscherp genoeg waren, schrijft ze in een inleiding bij het boekje met een selectie uit haar werk dat Willem Diepraam samenstelde. Dat uitgangspunt is niet veranderd. “Ik vond ook toen, ruim 25 jaar geleden, dat het zo scherp en zo duidelijk mogelijk moest zijn. Iemand als Wurmfeld probeert expressionistisch te werken, wil juist meer zeggen door het onscherp te maken. Daar valt wel wat voor te zeggen, het is een poging.”

Als Besnyö een ding wil vermijden, dan is het wel om een waardeoordeel te vellen over de moderne 'vrouwenfoto's' die er op Noorderlicht te zien zijn. Besnyö: “Ik ben vroeger en dit is nu, en ik vind het boeiend wat er op de foto's van Wurmfeld gebeurt, alleen al gezien het feit dat deze vrouwen nu vechten voor dingen die wij hier allang bevochten hebben. Ik ben eigenlijk altijd voor zwart-wit fotografie, maar in deze serie vind ik die kleur wel passend. Of de esthetiek het sociale aspect van de foto's overwint? Ja, daarom heb ik zelf destijds gezegd dat het niet mooi moest zijn, maar moest weergeven wat er gebeurt. Wurmfeld gebruikt het gegeven voor het esthetische experiment. Dat mag ook wat mij betreft, maar het sociale is weg, het zijn kreten en wonderlijke vormen. Het kan zijn dat je het gegeven voor jezelf wilt gebruiken, en niet in dienst van de demonstratie wilt stellen. Dat heb ik destijds wel gedaan. Ik wist heel goed wat ik deed. Waarschijnlijk weet Wurmfeld dat ook.”

De serie die de Duitse Bettina Flitner onder de titel 'Mein Denkmal' maakte, draagt ook een duidelijk sociale component. Flitner sprak vrouwen aan op straat met de vraag of ze vonden dat er voor hen een standbeeld opgericht zou moeten worden en zo ja waarom. Vervolgens plaatste ze ze op een sokkel en liet ze hen symbolische attributen kiezen om hun verhaal kracht bij te zetten. Zo heeft Flitner de vrouwen vereeuwigd, in alledaagse kleding, soms met het boodschappennet nog in de hand, maar voorzien van engelen-vleugels, een vlag, een helm of een koningsscepter. “Ja...het is een idee”, zegt Besnyö. “De vrouw hoort altijd een heldin te zijn, dat zijn ze in het leven meestal ook wel. Maar het is heel surrealistisch wat hier gebeurt. Het mág wel, maar het gaat een kant uit die ik niet zou kiezen. Ze legt het er zo dubbel op dat het afbreuk doet aan de ernst van het idee, het wordt een beetje lachwekkend, met die vleugels, het verdiept de gedachte niet, integendeel. Het zou beter zijn de vrouwen af te beelden zoals ze zijn, zonder de atributen maar met een tekst erbij. Het idee is sterker dan de uitwerking.”

Wat Besnyö vooral opvalt zijn de ingewikkelde omwegen die de fotografen bewandelen om hun ideeën uit te drukken. De 'kunstjes', zoals ze het noemt, het ensceneren. Hellen van Meene fotografeerde vrouwelijke adolescenten 'in al hun kwetsbaarheid en kracht', aldus de begeleidende tekst. In wonderlijke japonnen en hemdjes (weer een elfjes-kostuum met vleugels) plaatst ze de meisjes in groene, half-idyllische landschappen: op een polderweg, bij een sloot, in een zinken teil. Hun blikken laveren tussen ernst en dromerigheid, tussen volwassenheid en kindertijd. Besnyö: “Die foto's zouden heel expressief kunnen zijn zonder die rare kleren, dat is dat toneel weer. Het is niet de werkelijkheid, en dat is iets waar op dit moment heel veel fotografen toe neigen. Alsof ze de werkelijkheid niet meer voldoende vinden. Als je het kind afbeeldt in een gewone jurk zou het hetzelfde, beetje hulpeloze meisje zijn. Het is het zoeken naar een manier om dingen anders te doen. Dat is natuurlijk ook begrijpelijk. Ik spreek genoeg jonge fotografen om te weten dat ze van alles proberen om nieuwe wegen in te slaan. Maar ik ben het er niet mee eens dat al het oude afgetrapt is. Als het allemaal zo vreselijk gezocht is, dan vind ik het niet meer interessant.”

De klassieke vrouwenportretten van Leo Divendal, de met sieraden getooide voeten van Indiase vrouwen van Venus Veldhoen, het werk van Diana Blok: hoe meer de foto's haar aanspreken, hoe minder woorden Besnyö er voor nodig lijkt te hebben. “Het wonderlijke bij Leo Divendal is dat hij vaak een vrouwelijk gevoel uitdrukt, het is typisch iemand die erg goed kijkt en zich inleeft. Wat is het verschil tussen een mannelijke en een vrouwelijke fotograaf? Hoewel het niet voor iedereen geldt denk ik dat een vrouwelijke fotograaf toch nog meer vanuit het gevoel werkt. Vrouwen hebben ook meer oog voor detail, dat geldt zowel voor hun fotografie als voor het leven in het algemeen.”

In de vrouwenportretten van Diana Blok die in de Der Aa-kerk hangen staat de vergankelijkheid van het lichaam centraal. Het getekende decolleté van een oudere vrouw krijgt in de registratie van Blok eenzelfde soort kracht en schoonheid als het nog onontloken bovenlijf van een jong meisje. “Diana Blok heeft een aantal foto's gemaakt die voor eeuwig in mijn geheugen staan, ze zijn echt klassiek. Dat portet van haar ouders aan tafel, het lange haar van haar moeder dat op de schouders van haar vader rust. Ik begrijp ook precies wat ze met deze foto's wil zeggen, het is niet symbolisch, ze zegt wat ze zegt en dat laat ze zien. ”

Dan zijn er de vierluiken van Adrienne van Eekelen over zwangere en zogende vrouwen, en de serie van Ute Behrend over opgroeiende jonge meisjes. Deze maken - evenals de 'Holy feet' van Venus Veldhoen overigens - deel uit van de hoofdexpositie van Noordlicht met interpretaties van de hof van Eden. Toch zouden ze net zo goed in 'Unbeschreiblich weiblich' een plek hebben kunnen vinden. Een kindervingertje drukt op de tepel van een met dikke aders doorlopen vrouwenborst, een dikke buik, een hand op een kruis: met haar bruinig getinte foto's lijkt Van Eekelen eerder indrukken, impressies te willen sugggeren dan vastomlijnde beelden. Besnyö: “Het grappige is dat hier dat scherpe en vage je misschien de mogelijkheid geeft om er zelf iets van te maken, maar ik voel dat niet zo. Het zijn een paar mooie momenten, het heeft iets van een film, maar ik vraag me af of je het zo moet doen. Dat vind ik het interessante, de meeste series die ik hier zie zijn zo gemaakt dat ze één idee in een heleboel beelden uitdrukken. Voor mij gold juist altijd dat je er met één beeld naar streefde heel veel uit te drukken. Dit is meer filmisch dan fotografisch.”

De serie van Ute Behrend 'Girls, some boys and other cookies' vindt Besnyö daarentegen intrigerend. Een blond meisje van een jaar of drie, vier, gehurkt in het gras. Grote blauwe ogen staren uitdrukkingsloos in de lens. “Wat is dit...oh een zakmes, en dat kleurtje zit in haar trui, het ziet eruit alsof ze het vasthoudt. Het gaat er niet om of dit geënseceneerd is, dat mág ook wel als fotograaf, dat heb ik ook gedaan. Je wilt iets maken van zo'n kind, en langzaam ga je dat verder uitwerken. De combinatie met die landschappen zie ik niet zo, maar je ziet die vraagtekens en dat vind ik op zichzelf wel interessant, waarom heeft dat kind dat mes in de hand, en dat jongetje die kever?”

VERVOLG OP PAGINA 16

'Het streven was om met een beeld alles uit te drukken' VERVOLG VAN PAGINA 15

“Gewone vrouwenportretten hebben we al zo vaak gezien maar ik kan er nog steeds van genieten. Als je dit thema 'doodgewoon' had aangepakt dan was er een heel ander soort fotografie uitgekomen. Van vrouwen in allerlei soorten situaties of beroepen, maar dat vindt men niet meer interessant. Ik wel, nog steeds, absoluut, we zijn nog lang niet uitgepraat over de positie van vrouwen, terwijl het hier een gepasseerd station lijkt te zijn. Het gaat bij deze expositie duidelijk om de vrouw met haar emoties, maar dan het liefst zo vaag mogelijk. Dat vage spreekt mij niet zo aan, een jongere fotograaf zou daar misschien anders naar kijken.”

Eva Besnyö strekt haar linkerarm over haar hoofd naar haar rechteroor. “Kijk, je kunt zo aan je oor krabben...of zo”, zegt ze, en demonstreert hoe datzelfde oor onderlangs veel makkelijker bereikbaar is. “Het is moeilijk om te zeggen dat het pas interessant wordt als het ingewikkeld en onnatuurlijk is. Ik heb natuurlijk makkelijk praten, ik stond aan het begin van de Nederlandse fotografie, alles wat je deed was nieuw. Nu moet iedereen zo vreselijk nadenken over wat nieuw is of anders. Ik denk ook dat veel van wat je hier ziet erg aan de tijd gebonden is, dat is over een paar jaar weer anders, gaat het weer terug richting eenvoud. Veel echt goede fotografen hebben heel lang gezocht en zijn uiteindelijk bij de reportage uitgekomen. Mensen als Koen Wessing of Ad van Denderen bijvoorbeeld, die blijven dicht bij de realiteit. Die is namelijk nog steeds interessant en variabel genoeg.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden