Noordelijke Lustwarande langs Roodbaards parken

Utrecht en Gelderland hebben de naam maar ook de noordelijke provicies herbergen een, deels vergeten, schat aan 19de eeuwse landschapsparken en tuinen. Onderzoekers spoorden er 147 op, waarvan meer dan de helft ontworpen is door Lucas Pieters Roodbaard.

COKKY VAN LIMPT

'Eerlijk gezegd had ik nog nooit van Roodbaard gehoord", zegt landschapsarchitect Els van der Laan, "toen ik in 1987 de vraag kreeg om het landschapspark bij Ropta State in Wijnaldum in oude glorie te herstellen. Ik was onder de indruk van deze parel van Roodbaards hand, van de prachtige hoogten en glooiingen van het park in de klei aan de Zeedijk, het weiland met schapen en bomen eromheen, de vijverpartij, de brug, het prieel. Er bleek nog een tekening te zijn van het oorspronkelijke ontwerp van Roodbaard uit 1832. Op basis daarvan voerden we het herstelplan uit. Ook de verloren gegane moestuin legden we opnieuw aan."

Hoe kan het, vroeg Van der Laan zich af, dat we zo weinig van de tuin- en landschapsarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851) weten? Het duurde nog tot 2010 voor zij kon beginnen aan haar onderzoek, samen met landschapshistoricus Willemieke Ottens, naar de sporen van Roodbaard in de landschapsparken van Friesland, Groningen en Drenthe. Ook studenten uit Groningen, Wageningen en Delft hielpen bij het onderzoek, dat werd gefinancierd door het Stimuleringsfonds voor Architectuur. Met giften van een aantal noordelijke gemeenten kon de website www.roodbaardsrijkdom.nl worden gebouwd.

Het drie jaar durende speurwerk resulteerde in het overzichtswerk 'Roodbaards Rijkdom. Landschapsparken Noord Nederland 1800-1850. Friesland, Groningen en Drenthe'. Veel van Roodbaards verloren gegane groene erfenis kwam in het onderzoek boven tafel, en het aantal tuinen en parken waarbij hij betrokken is geweest als aanlegger, ontwerper of inspirator, kan nu worden verdubbeld tot ruim honderd.

De onderzoekers deden ruimtelijk onderzoek, aan de hand van oude kaarten, waarop veel buitenplaatsen stonden aangegeven, en bestudeerden Roodbaards ontwerpmethodiek. Ook deden ze historisch onderzoek. Omdat er zo weinig bekend is over Roodbaard, moesten ze daarvoor gaan spitten in archieven, dagboeken en familielijnen tussen zijn opdrachtgevers. Behalve gemeentebesturen waren dat rijke kooplieden en adellijke families, die veelal met elkaar verbonden bleken te zijn.

Van de 35 bewaard gebleven originele ontwerptekeningen van Roodbaard werden legenda gemaakt. Wat tekende hij en wat bedoelde hij daarmee? "Je ziet dan", zegt Van der Laan, "dat hij steeds frivoler wordt. Hij tekende vanuit het ruimtelijke beleven, steeds meer open en naar buiten gericht. Ook gaat hij in de loop der jaren in zijn ontwerpen steeds meer details toevoegen. Dat is bijvoorbeeld goed te zien als je twee tekeningen vergelijkt die hij maakte voor de Prinsentuin op het bolwerk van Leeuwarden. Die uit 1820 is nog tamelijk gesloten, met hoeken en grote vlakken, terwijl die uit 1842 veel meer kleine elementen bevat, geen hoeken meer heeft maar rondingen en organische vormen en opvallende vista's, zichtlijnen, die hij tekent als kattensnorren."

Roodbaard, die vóór zijn carrière als landschapsarchitect hovenier was en portretschilder, kon echt prachtig tekenen, vindt zijn hedendaagse collega. Kenmerkend voor zijn landschappelijke stijl noemt ze zijn kattensnor-vista's, reliëfs in het landschap, slingerpaden en waterpartijen, die zo zijn aangelegd dat ze oneindig lijken. "De krulletjes in het haar van Anna Habina Alberda van Menkema, een van de weinige portretten die Roodbaard maakte, lijken wel op de rondingen in zijn latere tuinontwerpen. Hij maakte in zekere zin 'portretten' van tuinen, met vormen waarin je menselijke ingewanden kunt zien, nieren, aderen, een kloppend hart."

Drie jaar onderzoek brachten 147 parken en tuinen in beeld, waarvan ongeveer tweederde met zekerheid aan Roodbaard kan worden toegeschreven. Op een kaart van de drie noordelijke provincies vormen de buitenplaatsen een brede band van Harlingen tot Winschoten. De landgoederen ontstonden op de overgangen in het landschap tussen laag en hoog, nat en droog en open en besloten, tussen de lage zeeklei van Groningen en het hoge zand en veen van Drenthe.

Nu deze vergeten groene erfenis aan het licht is gebracht, moeten we er ook iets mee gaan doen, vindt Van der Laan. "Utrecht heeft zijn Lustwarande, Gelderland zijn Arcadië langs de Rijn, Kennemerland zijn buitenplaatsen. Met zoveel rijkdom aan parken en tuinen zouden ook Friesland, Groningen en Drenthe hun historische groen moeten gaan benutten. Het wordt tijd voor een Noordelijke Lustwarande."

Ze is al in gesprek met de drie landschapsorganisaties om te zien of er partijen te vinden zijn om het idee van een lustwarande op te pakken. Landschapsbeheer Friesland zet zich actief in voor het plan, de eigenaren willen heel graag meedoen om hun oude buitens nieuw elan te geven en ook de lokale bewoners zijn enthousiast en denken en fantaseren lustig mee. "Zij worden zich bewust van de kwaliteit van de parken en tuinen en gaan zich er mede verantwoordelijk voor voelen."

Als voorbeeld noemt ze de animo van de inwoners van Oldeberkoop voor hun Koepelbos. Dit bos is in de negentiende eeuw ontworpen en aangelegd door Roodbaard, in opdracht van de familie Willinge. Jan Albert Willinge was grietman, een soort burgemeester, hij had veel grond en was ook sociaal bewogen. Het Koepelbos werd daarom een van de eerste voor publiek toegankelijke parken. Na jaren van verwaarlozing heeft NO.ORDPEIL landschap.stedenbouw, het bureau waaraan Van der Laan is verbonden, op verzoek van Landschapsbeheer Friesland een herstelplan gemaakt. En de enthousiast geworden Oldeberkopers hebben daarop hun Koepelbos 'emotioneel geadopteerd'.

"Op een informatieavond in het dorp zat de hele zaal bomvol," vertelt Van der Laan. "Wij schetsten het toekomstplan en het dorp dacht mee. Schoolkinderen maakten tekeningen en iedereen had er zo zijn fantasieën bij. Inmiddels is het hertenkamp met hulp van de dorpsbewoners opgeknapt. Landschapsbeheer Friesland heeft geld gekregen voor het opknappen van het bos. Samen met eigenaar Staatsbosbeheer en vrijwilligers uit het dorp is inmiddels veel dood hout weggehaald en zijn er struiken gerooid. Daardoor worden de zichtlijnen van Roodbaard weer zichtbaar, de glooiingen in het bos en de waterpartijen die volledig waren dichtgegroeid."

Aan de rand van het Koepelbos staat een horecagelegenheid. Met de voorkant naar de weg gericht en de - dichte - achterkant naar het bos gekeerd. "Doodzonde," vindt Van der Laan. "In onze plannen voor een Noordelijke Lustwarande willen we dit soort plekken veel meer gaan uitbaten. Het erfgoed is volop aanwezig maar veel is tot nu toe onbenut gebleven."

Het is de moeite waard, vindt Van der Laan, om alle noordelijke regio's waar zich clusters van buitenplaatsen bevinden nauwkeurig te gaan bekijken: wat zit er nu - een museum, hotel, horecagelegenheid of niets - en welke nieuwe functies kunnen er eventueel aan de landschapsparken worden gegeven. Bij dat laatste denkt ze ook aan de eventuele herintroductie van de moestuinen en boomgaarden, die Roodbaard in zijn ontwerpen opnam. "Ropta State in Wijnaldum had een prachtige moestuin, in het Koepelbos waren boomgaarden en bij de Fraeylemaborg in Slochteren tekende hij zelfs graanvelden in. Roodbaard was daar uniek in. Hij maakte eetbare parken van de buitens - een concept dat, met alle hernieuwde aandacht voor lokale voedselproductie, naar mijn mening ook goed zou passen in het hier en nu."

Een toeristische route langs een lustwarande van noordelijke buitenplaatsen kan volgend jaar zomer klaar zijn, denkt ze. "Veel parken zijn al publiek toegankelijk en ook particulieren zouden hun tuinen kunnen openstellen." Zelfs voor het toerisme langs de Waddenkust kan een Noordelijke Lustwarande interessant zijn, vermoedt ze.

"Wat willen de drie noordelijke provincies met deze kostbare groene erfenis? Om die vraag zou het moeten gaan", vindt Van der Laan. "Een mooie kans om over provinciegrenzen heen te kijken."

Els van der Laan-Meijer en Willemieke Ottens: Roodbaards Rijkdom. Landschapsparken Noord Nederland 1800-1850. Friesland, Groningen en Drenthe. Uitgave Bonas, ISBN 9789076643557, 232 pag, 30 euro.

Wie was Roodbaard?
De tuin- en landschapsarchitect Lucas Pieters Roodbaard (1782-1851), geboren als zoon van een arme hovenier in het Drentse Rolde, was een pionier op het gebied van de landschappelijke aanleg van tuinen en parken - een kunst die hij zichzelf geleerd heeft. In de voetsporen van zijn vader ging hij aanvankelijk als hovenier aan de slag, onder meer op het Groningse buiten Zandvoort.

Vanaf 1807 volgde hij zes jaar lang gratis avondlessen op de Groningse tekenacademie. In 1813 trouwde hij en vestigde zich als portretschilder. Er zijn wel enkele portretten van hem bekend, maar Roodbaard ontwikkelde zich niet verder als schilder. Hij ging zich toeleggen op het ontwerpen en aanleggen van tuinen en parken. Vanaf 1824 noemde hij zich dan ook 'aanlegger en architect van buitens'.

Het gezin Roodbaard verhuisde in datzelfde jaar van Groningen naar Leeuwarden, waar hij vier jaar eerder zijn eerste grote opdracht - de Prinsentuin - had voltooid. Vele opdrachten volgden en Roodbaard groeide uit tot een gevierd architect van buitens in Friesland, Groningen en Drenthe.

Bekende voorbeelden van zijn ontwerpkunst zijn de Engelse Tuin op het Bolwerk van Harlingen (1843), Stania State in Oenkerk (1821 en 1834), Ropta State in Wijnaldum (1827 en 1832) en de Algemene Begraafplaats in Leeuwarden (1829) waar hij in 1851 ook zelf is begraven.

Roodbaard behoorde tot de groten van zijn tijd, maar is veel minder bekend dan andere negentiende-eeuwse tuinarchitecten zoals L.A. Springer (1855-1940) en J.D. Zocher jr. (1791-1870). Waarschijnlijk omdat er weinig van hem op schrift staat. Springer was erg onder de indruk van het werk van Roodbaard. En Zocher zal hij vrijwel zeker persoonlijk hebben gekend.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden