Noord-Ierland vreest geweld in weekeinde van Oranjemars

BELFAST, AMSTERDAM - Alles wijst erop dat met de brandstichtingen over en weer in katholieke en protestantse kerken in Noord-Ierland ook de geest van Goede Vrijdag en de euforie na het geslaagde referendum over het vredesakkoord in vlammen is opgegaan. En aan de vooravond van de belangrijkste Oranjemars van het seizoen, morgen in Portadown naar de kerk van Dumcree, liggen alle ingrediënten voor een gewelddadig weekeinde klaar.

Op de valreep tracht de Britse premier Tony Blair de gemoederen nog te kalmeren. Hij bezoekt een van de tien getroffen katholieke kerken, de uitgebrande St. John's Church in Crumlin - werk hoogstwaarschijnlijk van de protestantse terreurbeweging Loyalist Volunteer Force - en doet daar bijna wanhopig een beroep op “de stem van de rede” om het broze Noord-Ierse vredesproces niet om zeep te helpen en de Britse provincie terug te werpen in die uitzichtloze, sektarische geweldsspiraal van weleer. Maar, zegt hij, “ik kom hier niet om over Dumcree te onderhandelen”. Daar immers heeft de Parades Commission, de onafhankelijke instantie die moet oordelen over omstreden marsen van de fanatiek-protestantse Oranje-ordes, haar vonnis al over uitgesproken.

Paraderen, oké, vindt de commissie, maar niet over Garvaghy Road, niet provocatief door katholiek territorium. Het besluit werkt als een rode lap op een stier bij de Orangisten die, onverzoenlijk en koppig als ze zijn, zweren zich niets van het verbod aan te trekken en met z'n duizenden desnoods tot Sint Juttemis de politie te 'belegeren' om met hun Oranje sjerpen, bolhoeden, martiale vaandels en Lambeg-drums door katholiek gebied te kunnen paraderen. “Ook al duurt het een dag, drie dagen, 365 dagen, het zal zo zijn”, verzekert David Burroughs, vice-grootmeester van de Oranjeorde. Zodat Portadown voor het vierde achtereenvolgende jaar toneel van geweld dreigt te worden.

- Vervolg op pagina 4

Noord-Iers vredesproces staat of valt met Dumcree VERVOLG VAN PAGINA 1

“In Portadown heerst een gevoel wat je niet aantreft elders in Noord-Ierland. Het is de bakermat van de Oranjeorde, de hoeksteen, de ziel, daar is ze opgericht”, zegt Richard Gordon, lid van de Parades Commission. In Portadown, bij de kerk van Dumcree, herdenken de protestantse Orangisten morgen de slachting uit 1641 onder hun voorvaderen, de Engelse en Schotse kolonisten, door de autochtone Ierse katholieken. Breekpunt in de Orangistentraditie, het lont in het kruitvat. De eerste Orangistische herdenkingsdienst in de kerk van Dumcree vindt al plaats in 1807. En anno nu zijn veel protestantse politieke leiders lid van een van de vele Oranje-ordes die Noord-Ierland inmiddels telt. Zoals de huidige eerste minister David Trimble, zij het low profile.

Portadown is het verzamelpunt voor alle Orangisten, de toetssteen, de maat aller dingen. Gordon: “En het ligt daarbij in het centrum van het land, als daar dan de steen in het water plonst, deinen de rimpels over het hele land uit.”

Richard Gordon is een van de zes leden die de non-gouvernementele commissie, naast voorzitter Alistair Graham, officieel telt. Officieel, want een maand of twee geleden zijn er twee opgestapt. Twee leden van de protestantse Apprentice Boys, de 'Leerjongens' - ook al berucht om hun Orangistische marsen - zodat de commissie in afwachting van uitbreiding nu nog bestaat uit vier. Reden van hun vertrek: “Ze meenden dat ze beter tot hun recht konden komen in de beweging op straat dan in de commissie”, zegt Gordon.

In maart vorig jaar is de commissie opgericht, nog onder de Conservatieve premier John Major. In dat eerste jaar beperkt het werkterrein van de commissie zich tot bemiddeling en 'educatie', en dus kan ze nog geen besluiten nemen, of advies geven aan regering of politie, de Royal Ulster Constabulary.

Nadat 'Portadown' in 1997 voor de derde keer fors uit de hand is gelopen - de verboden marsen in 1833, 1834 en 1866, en de rellen in 1869 en 1892 niet meegerekend - en de rekening voor het marsseizoen van 5 tot 11 juli in de rest van de provincie uitkomt op 1500 incidenten met molotov-cocktails, 837 aanvallen op de politie en enorme materiële schade, krijgt de commissie meer armslag. En beslissingsbevoegdheid over de parades. “Was het oude criteria om marsen te verbieden of om te geleiden nog enkel en alleen het gevaar voor de openbare orde, nu is daar bijgekomen het effect van een mars op het reilen en zeilen van de gemeenschap die met de mars wordt geconfronteerd”, zegt Gordon. Een stuk breder dus, en beslissend voor het besluit over de mars.

Hij verzet zich overigens tegen 'demonisering' van de Oranjemarsen, die meestal zonder noemenswaardige incidenten verlopen. Vorig jaar zijn er ruim 3 000 parades geweest, en slechts in één procent van de gevallen werd de parade omgeleid.

Een andere, 'vertekenende' factor is dat de marsen al eeuwen lang via dezelfde, traditioneel bepaalde route lopen. Maar door demografische invloeden gaan sommige routes nu door katholiek gebied dat vroeger protestants was.

Gordon tilt overigens niet al te zwaar aan het 'provocatieve' van de marsen, in het verleden is het nooit anders geweest. “Wel zijn de laatste jaren de drumbands agresssiever geworden in hun spel, elke afdeling heeft zijn eigen band. Ze jutten de deelnemers op met hun buitensporig zwaar geroffel op hun diepe Lambeg-drums”, zegt Gordon. “En dan hebben ze ook de neiging om juist voor een katholieke kerk pas op de plaats te maken, en daar keihard en krijgshaftig te gaan trommelen. Dat is behoorlijk intimiderend.”

Wat ook nog wel eens is gebeurd, zegt Gordon, is dat de marcherenden halverwege de pub induiken, en daar twee uur staan te hijsen. Waarna het vaak stevig uit de hand loopt, in zo'n dronkemanssfeertje, mede door kroegbezoekers die zich 'spontaan' aansluiten.

Daarom heeft de Parades Commission strenge voorschriften opgesteld waaraan elke Oranjemars moet voldoen. Over het type muziek en de geluidssterkte. Over het aantal drumbands per mars en het totaal aantal deelnemers. Over de rol van de stewards, de ordedienst. Over de kleding die niet van paramilitaire snit mag zijn. En over het openbaar gedrag van de Orangisten zelf natuurlijk. Kroegbezoek tussendoor is niet toegestaan en de ordedienst moet er tegen waken dat mensen zich bij de mars aansluiten. Overtreding van de voorschriften is strafbaar, een delict, en de verantwoordelijke afdeling van de Oranje-orde kan op zijn minst de mars voor het volgende jaar vergeten.

Maar ook het (katholieke) protest tegen de Oranjemarsen ligt aan banden. Gordon: “Je mag volgens de wet paraderen. En je mag volgens de wet tegen de marsen protesteren. Maar niet op de openbare weg, niet op de route die is aangewezen voor de mars. En een blokkade is ook een delict.”

Gordon verzucht dat de commissie weinig goeds kan doen, en als semi-legaal lichaam weinig vrienden heeft aan beide kanten. Hier wreekt zich, zegt hij, het gebrek aan een geschreven Britse Grondwet, alles moet ad hoc en via jurisprudentie worden opgelost en beslist. En via overleg. Gordon: “En we hebben te maken met starheid, met onbuigzaamheid. In het dagelijkse leven kunnen protestanten en katholieken vaak prima met elkaar overweg, ook in Portadown. Alleen, als de marsen aan de orde komen, als de oranje sjerpen om gaan en de bowler hat op, dan breekt de hel los.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden