Noord-Holland: 77 diersoorten gaan vooruit, 69 achteruit

geteld | Voor het eerst heeft Noord-Holland de soortenrijkdom aan dieren op eigen grond bekeken. Het gaat goed, maar nog lang niet goed genoeg.

Het goede nieuws: de sterke neergang van soorten, die de periode van voor 1990 kenmerkte, is ook in Noord-Holland gestopt. De situatie is stabiel. Het minder goede nieuws: "We zijn er nog niet", zegt Adnan Tekin (PvdA), gedeputeerde natuur en milieu.


Sommige soorten in Noord-Holland profiteren merkbaar van het herstel van de waterkwaliteit, zoals de krooneend. Andere dieren hebben last van verslechtering van de kansen om nesten te maken of voedsel te vinden, zoals de spreeuw en de duinparelmoervlinder.


Noord-Holland heeft voor het eerst inzicht in de provinciale soortenrijkdom. "Hier kunnen we beleid op baseren", aldus Tekin. Hij wil dat de inventarisatie van de biodiversiteit periodiek wordt uitgevoerd.


In de provincie zijn 219 soorten dieren beoordeeld op basis van de Living Planet Index van het Wereldnatuurfonds. Die index is onderdeel van het VN-verdrag inzake Biologische Diversiteit, dat in 1992 door bijna 200 landen, waaronder Nederland, is aangenomen. De gegevens van de index zijn gebruikt voor de berekening van de biodiversiteit per provincie.


Van de soorten in Noord-Holland gaan er 77 vooruit, 69 gaan achteruit, de rest is stabiel. IJkpunt voor de ontwikkeling van de biodiversiteit is het jaar 1990. Noord-Holland is niet de enige provincie die de soortenrijkdom gedetailleerd in kaart brengt. Zuid-Holland deed het al eerder, Friesland is er mee bezig. Provincies zien de noodzaak van monitoring, nu het natuurbeleid een provinciale verantwoordelijkheid is geworden.


"Er is goede informatie beschikbaar van het Centraal Bureau voor de Statistiek", vertelt Mira Heesakkers, beleidsmedewerker natuur, in het provinciehuis in Haarlem. "Maar het gaat nu alleen nog om data over dieren. Het CBS wil volgend jaar ook planten toevoegen. We werken aan een compleet programma voor het monitoren van de natuur in de provincie. Zo hopen we beleid en beheer te kunnen verbeteren. Veel beheersmaatregelen worden door de provincie gesubsidieerd, het is mooi als je dan ook de effecten van dat beheer goed in beeld kan krijgen. We willen de burger laten zien wat er rond biodiversiteit in Noord-Holland gebeurt."


Uit de cijfers blijkt dat de achteruitgang is gestopt. "Maar het is stabilisatie op een laag niveau", aldus Heesakkers. "In de jaren voor 1990 zijn er heel veel soorten verloren gegaan. Je spreekt dan over een daling van veertig tot vijftig procent sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw. We hebben de afgelopen jaren veel geïnvesteerd in de ecologische hoofdstructuur, het huidige Natuur Netwerk Nederland, waarin natuurgebieden met elkaar worden verbonden. Nu moeten we zorgen dat we de biodiversiteit weer gaan herstellen. Er is beslist geen reden om stil te gaan zitten. Het verhaal van de biodiversiteit is voor mij toch overwegend positief: ontzettend veel vrijwilligers steken tijd en energie is de natuur en dat heeft beslist effect."


De provincie investeert in meetnetten voor weidevogels, voor flora en voor agrarisch natuurbeheer. Heesakkers: "Het aantal ijsvogels neemt toe, mede doordat vrijwilligers oevers geschikt maken voor nestelen. We hebben een kerkuilenwerkgroep die in boerenschuren nestkasten ophangt. Een groep vrijwilligers pluist braakballen van kerkuilen uit, om te zien welke soorten ze eten.


"We komen resten tegen van de noordse woelmuis en de zeldzame waterspitsmuis, twee soorten die voor Noord-Holland heel belangrijk zijn."


In Noord-Holland zit de grootste stabiele populatie van de noordse woelmuis van heel West-Europa. Nederland rapporteert aan de EU over de staat van deze soort.


De provincie werkt verder aan drie natuurbruggen tegen barrières die de verspreiding van dieren belemmeren, twee wegen en een spoorlijn. Er is al een natuurbrug gebouwd over de weg naar Zandvoort. Dit jaar worden nog twee natuurbruggen geopend over de spoorlijn Haarlem-Zandvoort en de Bloemendaalse Zeeweg.

undefined

Sterke dalers en fikse stijgers

Sterke dalers bij de vogels zijn baardman, matkop, buidelmees, spreeuw, patrijs, watersnip, zomertortel en veldleeuwerik. Bij de vlinders gaat het slecht met de duinparelmoervlinder, terwijl het met het bont zandoogje juist weer opvallend goed gaat.


Sterke stijgers bij de vogels zijn de lepelaar, brandgans, appelvink, krakeend, krooneend, havik, buizend, kleine mantelmeeuw, aalscholver, ijsvogel en oeverzwaluw. Een vleermuis, de franjestaart, doet het ook heel goed in Noord-Holland.


Soorten als de huismus, spreeuw en kuifleeuwerik gaan waarschijnlijk achteruit omdat de steden steeds meer worden dichtgebouwd, waardoor hun fourageer- en broedgebied verdwijnt. Soorten van het landelijk gebied, zoals zomertortel, patrijs, kemphaan, watersnip en veldleeuwerik hollen achteruit door de intensieve landbouw en veeteelt.

undefined

de Tapuit heeft het erg lastig

De tapuit is in 20 jaar van een in Nederland algemeen voorkomende zangvogel, een zeldzame verschijning geworden. De vogel geldt als één van de snelst afnemende soorten van Europa. Staat al jaren op de Rode Lijst: rond 1975 waren er nog zo'n 2000 paartjes in Nederland, inmiddels zijn het er misschien nog 250.


Grootste bedreiging: verruiging van het leefgebied door stikstofvervuiling én de grote teruggang van konijnen. De tapuit jaagt rennend over de bodem op voedsel. De vogel heeft korte vegetatie nodig om insecten en larven te vinden. Konijnen houden de bodembegroeiing kort. Bovendien broeden tapuiten graag in verlaten konijnenholen.


Noord-Holland is belangrijk voor de tapuit. In de Noordduinen, een langgerekte strook duinen tussen Callantsoog en Den Helder, zit één van de meest stabiele populaties van Nederland, vijftig tot zestig paartjes. Boswachter Tim Zutt van Landschap Noord-Holland is één de vogelliefhebbers die zich bekommeren over het lot van de tapuit.


"We zijn hier een jaar of tien bezig met onderzoek naar de populatie. We proberen er achter te komen hoeveel er zitten, wat ze eten, hoe ze leven. Er is in die jaren heel veel gebeurd. We hebben eerst gezien dat door de teruggang van het konijn, de vos ging jagen op de tapuit. Inmiddels is gebleken dat ook de hermelijn, de bunzing en wellicht de wezel op tapuiten jagen."


Sinds kort worden nestplaatsen, verlaten konijnenholen, afgedekt met gaas, om broedende tapuiten te beschermen tegen predatoren. Dat werkte goed, maar het gaas hield alleen de vos tegen, andere roofdieren glipten met gemak voor de mazen. "We zagen dat marters de nesten leegroofden. Iedere keer stuitten we op nieuwe verrassingen. Maar we kunnen dit niet blijven volhouden. We zullen moeten inzetten op het herstel van de konijnenpopulatie in het gebied", aldus de boswachter.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden