Nooit meer zoeken naar een Ganesha met een iPad

Het Tropenmuseum blijft bestaan, maar de komende reorganisatie is funest voor onze kennis van India en het hindoeïsme, vreest conservator Ben Meulenbeld

En dit alles zal straks langzaam verkommeren", zegt Ben Meulenbeld, conservator bij het Amsterdamse Tropenmuseum, terwijl hij de door hem opgebouwde collectie 'Rondom India' laat zien.

Vanuit een vitrine luistert Ravana, de demonenkoning van Sri Lanka mee. Hij is de slechterik in het epos Ramayana. Hij ontvoert Sita, de echtgenote van Rama. Maar slecht is nooit helemaal slecht in het hindoeïsme, legt Meulenbeld uit: "Want hij heeft Sita niet onwelvoeglijk aangeraakt." En evenmin is goed altijd helemaal goed, want de edele Rama schiet wel laf iemand van achteren dood. In verschillende culturen duiken soms dezelfde motieven op. Meulenbeld: "De Ramayana beschrijft een zwerftocht, net als de Griekse Odyssee, en de Mahabharata heeft als thema een episch gevecht, net als de IIias."

Binnenkort zal het Tropenmuseum niet meer profiteren van Meulenbelds kennis en enthousiasme, want hij verliest zijn baan, net als ongeveer dertig collega's. En het publiek zal evenmin nog langer om informatie over hindoeïsme of India kunnen vragen. Meulenbeld: "Ze bellen, mailen, of vragen naar me bij de portier. Datzelfde overkomt de eveneens ontslagen collega's voor Afrika of Indonesisch textiel."

De afdeling India van het Tropenmuseum draagt uitdrukkelijk Meulenbelds persoonlijke stempel. Hij wil als conservator een beeld geven van het huidige India en zijn godsdiensten. De museumstukken hoeven niet per se unieke, kostbare kunstwerken te zijn, ook alledaagse gebruiksvoorwerpen zijn welkom. Die filosofie, vreest Meulenbeld, zal verwateren als hij er niet meer is, en ook zal de collectie verouderen. Niemand zal haar actualiseren, terwijl India ondertussen wel verandert. Meulenbeld: "De levensduur van een afdeling is vijftien jaar." De veroudering kan snel gaan. Nu is er bijvoorbeeld een afbeelding van de god Ganesha, die met een mobieltje belt. Hindoes vinden zo'n uitbeelding niet oneerbiedig. Maar op de modernste posters in India gebruiken de opperwezens misschien inmiddels iPads.

Na zijn vertrek zal in het museum niemand meer op jacht gaan naar dit soort afbeeldingen. Verbaasd was Meulenbeld over de jubelberichten over de 'redding' van het Tropenmuseum: "De ontslagen gaan gewoon door. Het lijkt nu alsof het Tropenmuseum zal blijven bestaan, maar het is ernstig geamputeerd." In 2011 kondigde het ministerie van buitenlandse zaken aan de subsidiëring te zullen staken. Een interim-manager hanteerde het snoeimes. De bibliotheek sluit. Het museum zal het moeten doen met drie conservators, in plaats van zeven nu.

Zijn kennis, die hem via een kronkelweg zijn baan bij het Tropenmuseum zou opleveren, verwierf Meulenbeld deels op de universiteit. Hij studeerde in de jaren zeventig, toen veel studenten het ongepast vonden hun studiekeuze te laten bepalen door zoiets plats als de arbeidsmarkt. Intellectuele nieuwsgierigheid gaf de doorslag. Op de Universiteit van Amsterdam (voorheen de Gemeente Universiteit, GU) studeerde hij klassieke archeologie. Volgens de zeden van die tijd bereisde hij bovendien met een rugzak, een pruik vol lang haar en een schraal gevulde portemonnee de wereld.

Een van zijn tochten voerde hem naar India en Nepal. Meulenbeld: "India was nog echt straatarm. Als je ziek was moest je zelf maar zien hoe je beter werd. Eén ding wist ik, nooit ga ik naar dat vreselijke land terug." Hij is er sindsdien vele tientallen malen geweest, want zijn interesse was toch gewekt. Terug in Amsterdam koos hij als tweede studie kunstgeschiedenis en archeologie van Zuid- en Zuid-oost-Azië. Meulenbeld: "Ik las stapels boeken, die ik prachtig vond, hoewel ik er eerst niets van begreep. Ik hoopte met die dubbele studie op betere beroepskansen, maar het waren allebei luxestudies en ik eindigde kansloos werkloos."

Terracotta paarden
Hij ging werken bij de PTT, maar bleef zijn praktijkkennis over zijn vakgebied uitbreiden. Reizen naar verre uithoeken van India verdiepten zijn inzicht in de veelvormigheid van het hindoeïsme. In de zuidelijke deelstaat Tamil Nadu kwam hij in aanraking met een weinig bekende maar zeer populaire cultus. Aan de kant van de weg zag hij twee terracotta paarden staan. Later hoorde hij dat er in dorpen veel kleine, terracotta paarden zijn te vinden, meestal bij de waterplaats. Ze zijn gewijd aan de godheid Ayanar. Vaak zijn ze kapot, soms spelen kinderen ermee. Meulenbeld: "Het moment van wijding, waarop het geschenk aan de godheid wordt aangeboden, is beslissend. Wat er daarna met zo'n paardje gebeurt is minder belangrijk. Ik vond het prachtig om aandacht te besteden aan zo'n onbekende cultus, in plaats van steeds maar Krishna of Ganesha."

In een bos trof hij duizenden terracotta paardjes aan. Hij bestelde vijftig exemplaren bij een pottenbakker die tevens priester is, maar het duurde even voordat hij kon leveren. De gouverneur van de deelstaat had de olifanten van het dorp op vakantie gestuurd. Daardoor was er geen olifantenmest, een belangrijk bestanddeel van de terracotta. De god Ayanar is vegetariër, maar de paardjes voor het Tropenmuseum zijn gewijd met het bloed van een bokje, dat de dorpelingen smakelijk opaten. Meulenbeld heeft tot zijn verrassing ook een truck van terracotta gesignaleerd: "Misschien zijn over vijftig jaar wel alle paarden vervangen door trucks. Door veldonderzoek zie je dit soort cultuurontwikkeling."

Ook andere voorwerpen hebben hun eigen, niet altijd hindoeïstische verhaal. Er zijn in en rondom India meer godsdiensten. Het boeddhisme ontstond in India maar verdween daar. Het handhaafde zich in buurlanden zoals Tibet, het Himalayastaatje Bhutan en Sri Lanka. In de beleving van velen zijn boeddhisme en Tibet onafscheidelijke woorden. Meulenbeld brak met die trend: "Ik dacht: niet altijd Tibet, niet altijd dalai lama. De dalai lama's gelden als vredesapostelen, maar zeker een van hen was een agressieveling. In de zeventiende eeuw joeg hij geloofsgenoten op de vlucht. Ze vestigden zich in Bhutan. Ik vond het leuk om een Bhutaanse altaarkamer in te richten. In Bhutan hadden de dalai lama's weinig invloed."

Soms gaat het gruwelijk mis tussen die verschillende godsdiensten, vooral hindoeïsme en islam. Maar India heeft ook een rijke traditie van syncretisme. Bij zijn rondreizen zag Meulenbeld daarvan veel voorbeelden. In de noordelijke deelstaat Rajasthan vereren hindoes en moslims samen een vergoddelijkte held, Ramdeoji. Volgens de islamitische leer zou die cultus verfoeilijke afgoderij moeten zijn. Maar de moslims van Rajasthan lossen dat soepel op. Ze geven Ramdeoji een islamitische titel, noemen hem Ram Sjah Pir, veranderen hem van een god in een heilige en kunnen daarom zonder wroeging meedoen aan de vieringen.

Keukenmoorden
Een ander voorbeeld van syncretisme, nu binnen de islam tussen sjiieten en soennieten, is de Asjoeraplechtigheid. Sjiitische moslims eren daarmee de edele Hoessein, die in 680 zou zijn gesneuveld tegen een overmacht van geloofsgenoten in de Iraakse stad Kerbela. Hoessein is het prototype van de edelmoedige sjiitische martelaar, die altijd de strijd tegen onrecht zal aanbinden, zelfs als de nederlaag bij voorbaat vaststaat. Hoessein gaf zijn dorstende vijanden water. In processies voor Hoessein dragen sjiitische gelovigen taziyya's. Een taziyya ziet eruit als een mausoleum en lijkt wel wat op de beroemde Taj Mahal in Agra. Na afloop van de herdenking drukken sjiieten de taziyya's plat en begraven ze op een plek die ze Kerbela noemen. Vroeger legden ze de taziyya's in een rivier, een praktijk die hindoeïstisch aandoet. Het syncretistische element is dat de makers van de taziyya's geen sjiitische maar soennitische moslims zijn.

Zijn belangstelling voor India is intens, maar is zijn weerzin helemaal verdwenen? Meulenbeld: "Nee. Neem de positie van vrouwen. Elk jaar worden er duizenden verbrand. Het zijn de zogeheten keukenmoorden, uitgevoerd met kerosine door de schoonfamilie, omdat de bruidsschat tegenvalt of te laat wordt geleverd. Tegen de politie zeggen ze dat het een ongeluk was. In het hindoeïsme betaalt de familie van de vrouw de bruidsschat, die kan bestaan uit een koelkast en een scooter, voor veel mensen een kapitaal. De man trouwt na de moord op zijn vrouw met een ander, in de hoop dat haar familie de bruidsschat wel kan voldoen. Vanwege die bruidsschat zijn meisjesbaby's niet gewenst. Op zeker moment reden er veel autootjes rond, mobiele kliniekjes voor echoscopie. Daardoor konden ouders weten of er een meisje of een jongen op komst was. Er zijn deelstaten waar 800 meisjes worden geboren op 1000 jongetjes. Wat is er dan met die ontbrekende meisjes gebeurd?"

Terracotta paardjes in de Indiase deelstaat Tamil Nadu, gewijd aan de godheid Ayanar. Het Tropenmuseum bestelde vijftig van deze dieren bij de plaatselijke pottenbakker/priester.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden