Nooit meer zaterdag

Michel Boerebach verloor medio 2003 bij een auto-ongeluk zijntwee zoontjes, Lesley (12) en Sven (9). De oud-voetballer leefdein een wereld van glitter en glamour, hij 'degradeerde' naar dehel.

Hij is 39 jaar en weet dat het nooit meer leuk wordt. Hij zalnooit meer écht lachen. Echt nooit meer. Gisteren heeft ie zijnzoontjes weggebracht. Voor het laatst. Definitief.

Ze waren na afloop van de begrafenis naar het huis van zijnmoeder gegaan. Haf 27, zijn huis in Lelystad, was geen optie. Datis toch vooral het huis van Lesley en Sven. Daar is de klok stilblijven staan om tien voor twee.

Daar ruikt het beddengoed naar jongensharen. Daar ligt hunspeelgoed, daar slingeren hun kleren. Daar hoort het zwarteNike-balletje van Les het servies te terroriseren, moeten dedrumstokkies-met-adhd van Svennie onophoudelijk trommelen. Nu ishet er veel te veilig én oorverdovend stil.

Meteen na het overlijden van de jongens moest er een hoopworden geregeld voor de begrafenis. En ook de eerste dagen ernawas het nog druk in het huis van zijn moeder. Soms veel te druk,maar afleiding hielp in ieder geval nog een beetje. Want als ereven niemand op bezoek was, wierp de klok zich op als eenaartsvijand. De tijd vliegt voorbij, hoor je wel eens. Maar toenniet. ,,Als je op de bank zit te wachten, blijkt dat de tijdhelemaal niet voorbijgaat.“

Angela was de gastvrouw, zij vloog op en neer naar desupermarkt. Want voor bezoek uit het 'verre' oosten, devoetballers uit Hengelo, familie, vrienden en kennissen uitDeventer, moest wel iets te eten en drinken in huis zijn. Zijmoest rouwen met een afwasborstel in de hand en schort voor.

Nog even met het bezoek een bloemetje op de begraafplaatsleggen. Ze leefden niet, in de dagen na de begrafenis werden zegeleefd. Hij vond het wel oké, al die afleiding.

Maar de belangstelling nam langzaam maar zeker af. Op eenzondag, negen dagen na de begrafenis, sloeg de stilte keihardtoe. ,,De eerste dag dat mijn broer niet langskwam Vreselijk!De hele dag gebeurde er helemaal niets, kwam er helemaal niemand.Dan weet je dat het leven voor al die anderen wél gewoondoorgaat.“

Postzakken vol lieve brieven kwamen er dagelijks. Maar ook dedeurmat had op een ochtend een slechte boodschap. Die eerste dagdat er geen kaartje lag: te verschrikkelijk voor woorden.

Nu begon de echte stilte, dit was de echte leegte. Nu begonde rest van zijn leven. Het leven-zonder. Zonder kanjers, zonderlol, zonder lach, zonder hoop, zonder uitzicht. Als kinderlozevader.

Angela, z'n moeder en hij: vanaf toen moesten ze het samengaan doen. Drie volwassenen met dezelfde gedachten, pijn enverdriet, maar niet in staat om het met elkaar te delen. Hetgrote verstoppertje spelen is begonnen. Er was geen verledentijd. ,,Je bent aan het ontkennen, aan het wegstoppen. Je wilter niet over praten. Ze waren er nog. Ze zijn er nog.“

,,Ik speel m'n rolletje. Als ik helemaal alleen op de bankzit, kan ik mezelf zijn. Mezelf? Nee, toch niet. Ik ben mezelfniet meer. De enige echte Michel Boerebach is gelijk met zijntwee mannetjes overleden.“ ,,Ik besef het nog steeds niet. Datkan ook niet. Want als je er echt bij stil staat dat je ze nooitmeer ziet Als je bedenkt dat je ze niet zult zien opgroeienZou Les zijn geslaagd als prof? Was ie goed genoeg? Hoe zou Svenzich verder ontwikkelen? Wanneer zouden ze met vriendinnetjesthuiskomen? Dat je geen opa wordt Daar probeer je dus maarniet aan te denken.“

,,Ik heb me eens laten vertellen dat je lichaam een soortantistoffen aanmaakt“, zegt Angela. ,,Dat het daardoor voeltalsof je hart lam is. Dat er slechts af en toe pijnprikkelsworden doorgelaten. Zo moet het inderdaad werken. Want als je dehele dag de pijn van het gemis zou voelen, dan zou je krankzinnigworden.“

Al die goedbedoelde adviezen: je moet praten, je moet huilen.,,Sommige mensen willen de hele dag huilen, die vinden daartroost in. Ik niet. En ik móet al helemaal niets. Als ik probeerer niet aan te denken, als ik er niet over praat en als ik niethuil, dan voel ik me het minst slecht. Het is voor iedereenanders. En dit is mijn manier.“

De dokter, de psycholoog, de psychiater: ze weten hetallemaal zo goed. Hij kan zich er zo verschrikkelijk kwaad overmaken. ,,Ik ben twee keer bij een psycholoog geweest. Daar zitje dan. Vraagt ie: hoe kan ik je helpen? Ja, weet ik veel?Daarvoor ging ik juist naar hem toe. Omdat ik het niet meerwist.“

,,Je zoekt naar hulp. Maar niemand kan je helpen. Je moet hethelemaal zelf doen. Eigenlijk kunnen al die anderen je alleenmaar een beetje steunen.“

Hij is een binnenvetter en ook altijd al geweest. Eeneigenwijze binnenvetter zelfs. ,,Je hebt bij die psychiater inArnhem twee keer anderhalf uur aan een stuk door gekletst. Datwas meer dan de rest van je leven alles bij elkaar opgeteld“,zegt Angela, die het betreurt dat hij zo snel met de sessies isgestopt.

Er kwam een computer in Huize Boerebach. Voor zinloostijdverdrijf, als afleiding voor dat uurwerk dat zo verdraaidlangzaam loopt. Hele nachten zit hij in de blauwe weerschijn vanzijn computer te klaverjassen of andere digitale kaartspelletjeste spelen. En dat ondanks dat hij stijf stond van de slaappillen.

Dankzij de nieuwe computer kon hij ook de boodschapjes in hetdigitale condoleanceregister bijhouden. Dat register was opzondagavond 27 juli door Achilles '12 geopend. Bijna 2000berichtjes kwamen er in een paar dagen tijd binnen. Het warenstuk voor stuk hartverwarmende reacties, desondanks bleef zijnhart ijzig kil.

Een condoleance uit Leeuwarden: ,,Ik las net het AD, decolumn van Hugo Borst. Toen werd het heel erg stil in mij.Rillingen liepen over mijn rug.“

Dan uit Vlaardingen: ,,Woorden hebben nu geen waarde.Verschrikkelijk dat deze twee jonge knapen geen toekomst meerkrijgen door het roekeloze rijgedrag van een ander.“

Ajax-fan Sander: ,,Ben zelf net vader en zou gek worden alser wat met die kleine gebeurt.“

Deelt de pagina met Ron: ,,Verschrikkelijk! Heel veelsterkte! Feyenoord Forever.“

Sander Westerveld uit San Sebastian, Ronald Waterreus, EdwinZoetebier. Hoezo zijn het Einzelgünger, die keepers? Ze hebbenhun hart in ieder geval op de goede plek.

Zimbabwaan Kalusha en fans van Burgos meldden zich ook: ,,Unsaludo desde Burgos“ en ,,You was one of the most valuableplayers“. Soms zijn de boodschappen heerlijk onhandig ofsuperknullig, maar altijd goedbedoeld en welgemeend.

Soms persoonlijk en uitgebreid zoals die van Theo: ,,Wijverloren zelf een kind van tien jaar, inmiddels twaalf jaargeleden, een voetballertje in hart en nieren. Nog dagelijksvoelen we de pijn. Die pijn moet bij jullie nagenoeg ondraaglijkzijn. De pijn en het gemis zullen altijd blijven. Wat echter ookblijft, zijn de herinneringen aan je kind, die naarmate de tijdverstrijkt steeds sterker en mooier worden. Laat dit een heelkleine troost zijn.“

Of kort, zoals Eric: ,,Heel veel sterkte. Een fan, eenvader.“

Ook reacties van scheidsrechters, zoals Blankenstein en Vander Ende. De laatste schrijft: ,,Wie zal de zin doorgronden vanleegte?“

Guus Meeuwis reageert vanuit Eindhoven, oud-ploeggenoot bijRoda Eric van der Luer schrijft: ,,Dit was een van de slechtstedagen uit mijn hele carrière. Ik heb de hele dag aan je moetendenken.“ Zelfs Jan van Halst, die bij FC Twente geen vriend vanhem was, tikt een lief berichtje in.

De fles was wel zijn vriend. Hij dronk niet altijd, somszóóp hij. ,,Niet omdat het lekker was, maar omdat hetverdoofde.“ Drie, vijf, zeven flessen wijn. ,,Ik had steeds meernodig.“

Soms besloot hij, bijna noodgedwongen, de fles een tijdje tenegeren. ,,Dan was ik kots-, kotsmisselijk en hield ik zelfs eenslokje water niet binnen.“ Dan zat hij onophoudelijk te trillen.Dan bleek een glaasje wijn uiteindelijk altijd weer hetallerbeste medicijn.

Hij was niet altijd ladderzat, zegt ie. Hij hield er rekeningmee als er bezoek kwam. Niemand mocht het merken, althans,niemand van buiten. ,,Ik kon lichamelijk niets meer. De trap op,dat was te veel gevraagd. Die wijn Die was goed als verdovingvan het verdriet, maar zorgde ook voor inspiratie bij hetschrijven van gedichten.“

,,Die gedichten, dit boek, schrijven: dat is zijn manier vanpraten“, zegt Angela.

Hij wilde ze niet zien toen ze dood waren, ook niet toen zein hun kist lagen. Maar hij ontloopt ook de confrontatie metmooie foto's, vermijdt heerlijke herinneringen. ,,Ik durf nietnaar ze te kijken. Niet aan ze te denken. Thuis bij mijn moederstaan overal foto's. Ik heb de neiging al die lijstjes om tedraaien.“

,,Ik wil me ze niet dood herinneren, en ook niet hoe mooi hetmet hen was. Da's extra pijnlijk voor me.“ Dan zegt hij boos:,,Ik wil ze me sowieso niet herinneren. Ik wil ze hebben!“

,,Ik kan er niet over praten“, zo verontschuldigt hij zich.Niet met zijn moeder, met Angela of zijn broer. Hij is bang hunverdriet te zien. Hij is bang voor hun tranen. Hij is bang voorwat dat bij hen teweeg zal brengen. Dus als hij hart en mondopent, is dat bij Hugo Borst, columnist van het Algemeen Dagbladen vaste gast van 'Studio Sport'. Of bij andere journalisten. Bijwildvreemden, die zich de pijn wel kunnen voorstellen, maar dieslechts een fractie ervan kunnen voelen. Die wel eens vochtigeogen van het verhaal krijgen, maar dan snel hun Fisherman'sFriend de schuld geven. Sterk spul, hè?

Hij kwam die eerste weken na de begrafenis wel eens buiten,maar een succes was het niet. Zijn conditie was niets meer, diewas hard achteruit gehold. De pillen, de poeders en de procentenin het rode drankje hadden hun sporen snel achtergelaten. Daarommocht hij tijdelijk ook geen auto rijden.

Hij was kortademig én opvliegerig. ,,Die gozer met diebrommer, die de hele dag maar keihard door onze straat heen enweer reed. Als ik die toch eens te pakken had gekregen Diewilde ik van z'n bromfiets aftrekken.“

Angela vertelt hem over de automobilist die wel een dreunkreeg. Hij kan het zich niet meer herinneren. De man reed tehard, het was warm en het autoraam stond open, waardoor debestuurder zijn 'welverdiende' oorvijg kreeg. ,,Was het een OpelKadet?“, vraagt hij ineens. Er begint bij hem langzaam iets tedagen.

Er zat zoveel woede, zoveel frustratie in hem. Hij was eentikkende tijdbom. Hij moest en zou naar de kerk om daar naar deleugens luisteren en dan vervolgens de waarheid te vertellen.Zíjn waarheid. Dat hún God een bedrieger is, dat ieeenvoudigweg niet kan bestaan: ,,Ik wilde al die gelovigen verrotschelden.“

Angela had hem gevolgd, waarschuwde wat ouderlingen en gingtoen snel naar huis. Want ze schaamde zich soms verschrikkelijkvoor hem. Hier wilde ze niet bij zijn.

,,Ineens stonden er drie mannen voor m'n kerkbankje en werdik naar een ander zaaltje geleid. Ze toonden begrip voor desituatie en we hebben met z'n vieren voor de jongens gebeden.Moet je nagaan hoe wanhopig ik was: ik zat daar met wildvreemdemensen, van een geloof waar ik niets mee te maken wilde hebben,te bidden Later bezorgde een van die mannen thuis nog eenbijbel.“

Hij gelooft niet in God en al helemaal niet in de hemel. Welin de hel. ,,Dít is de hel“, zegt hij. ,,Als ik zeker zou wetendat de jongens met mijn vader nu in de hemel zouden zijn, dan wasik hier allang niet meer.“

Zelfmoord: hij heeft er wel eens over nagedacht. Natuurlijk.Denk na: logisch toch? Als je niets meer wilt en als je nietsmeer voelt? Als je bij alles wat je nog wel doet denkt: 'lekkerbelangrijk allemaal'. Als je nooit meer hun vrolijke gezichtjeszult zien en van hun aanstekelijke lachen alleen nog maar kuntdromen. Als je niet meer kunt juichen, genieten of lachen?

,,Hij zei wel eens dat ie dood wou“, zegt Angela. ,,Maar dievrijdagavond, toen we uit het VU kwamen nadat Sven was overleden,kreeg hij verschrikkelijke last van hyperventilatie. Toen zag ikhoe bang hij voor de dood was. Dáár hoef ik me dus geen zorgenover te maken.“

,,En die zondag daarna“, zo vertelt hij zelf, ,,had ikweer zo'n last. Toen dacht ik echt dat ik kapot ging. Maar ik bente laf om ermee te stoppen. Ik weet dat het nooit meer leukwordt, maar ik ben een Boerebach. Ik heb nog wat te doen hier.Voor mijn kanjers. Het klinkt misschien tegenstrijdig, maar voormijn gevoel zou zelfmoord óók laf zijn.“

,,Mijn ex Dora gelooft dat de jongens nu in het Paradijszijn. Maar dit was volgens mij hun Paradijs. Ik wou dat ik datook kon geloven. Maar ik word laaiend als ik zoiets hoor. Er ishier wel eens een Jehova aan de deur geweest die begon met zo'nmooi verkooppraatje. Maar toen ik 'm over mijn jongens vertelde,schrok hij zich dood. Toen wist ie het ook opeens niet meer. Hijdrukte me snel twee van die boekies in m'n hand en ging er alseen haas vandoor.“

Zeven weken lang was hij onuitstaanbaar voor zijn omgeving.De fles was zijn beste vriend en zijn vriendin de klos. Ruimvijftig slapeloze nachten, tientallen pillen, honderden flessen.Opgekropte woede, verwaarloosd verdriet, ondraaglijk veel pijn.

In de nacht van 10 op 11 september barstte de bom. Hij zoopzich een delirium en liep totaal verdwaasd door het huis.Rusteloos boos, onbereikbaar en raar. Er was geen land met hemte bezeilen. Er kwam een dokter die hem een kalmeringsmiddel gaf.Later volgde de huisarts, maar zelfs met de zwaarste middelenkregen ze hem niet rustig.

Hij heeft haar geschopt en geslagen.

,,Ze zeggen wel eens dat ze zich in dit soort gevallenafreageren op degene van wie ze het meest houden“, zegt Angela.,,Als dat klopt, dan had hij best een beetje minder van me mogenhouden.“

Na de zwartste nacht van de zwartste periode wilde zijn tanteWil, de lieve, zorgzame zus van zijn moeder - die regelmatig eenpaar daagjes op bezoek was - naar huis. Ze had in die slopendenacht last van haar buik gekregen. Het was natuurlijk despanning, die was om te snijden.

Angela bracht haar naar haar huis in Almere. Daar belde zeEijkelkamp. Ze wilde niet meer terug naar Michel, naar deledigheid in Lelystad. Ze kon het even niet meer aan. Eijk zetteAngela af bij haar ouders.

Hij hield per e-mail Hugo Borst op de hoogte: ,,Ik heb hetvoor elkaar: mijn vriendin is vertrokken. Wat een lul ben ik ook.Vanochtend is de dokter langs geweest en heb ik een spuit in mijnkont gehad. Normaal gesproken slaapt een olifant daar drie dagenop. Ik heb het één uur volgehouden. Knap, hè?“

Hij hield zich een paar dagen gedeisd. Hij had heus welgevoeld dat ie veel en veel te ver was gegaan. Met de drank, énmet Angela.

Ze schreef hem een brief waarvan hij niets begreep, maardesondanks kwam ze gelukkig weer bij hem terug. Hij deed weereven goed zijn best. Maar het was een spel, en hij de acteur.Alcoholisten zijn er meesters in om de boel voor de gek tehouden. Maar uiteindelijk houden ze alleen zichzelf voor de gek.

,,Ik voelde me de godganse dag een politieagent. Ik kon liefvragen of hij nu niet eens genoeg drank achter de kiezen had. Ofkwaad worden. Het hielp allemaal niets“, zegt Angela.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden