Nooit meer slapen

De meeste mensen in mijn omgeving hebben een gezonde nachtrust. Sommigen zijn zo gezond dat ze zich zelfs tijdens hun werk nauwelijks overeind kunnen houden. Die bieden op ieder uur van de dag een suffe aanblik, alsof ze juist hun bed hebben verlaten en popelen om er weer in te kruipen. Ze verkeren in een voortdurende toestand van halfsluimer. Zodra ze gaan zitten, hetzij in de trein of de bioscoop, vallen hun ogen dicht. De wereld is vol zakkenrollers en messentrekkers, maar zij doen een dutje. Slapend slaan ze zich door het leven heen. Zulke gelukzaligen benijd ik fel.

Ikzelf ben het rusteloze type. Voor slapen heb ik hoegenaamd geen talent. Terwijl anderen in zoete vergetelheid verzinken, blijf ik in bed klaarwakker. Van mijn rechterzij wentel ik me op mijn linker en weer terug. Bij iedere beweging worstel ik met mijn ledematen. Eén arm plaats ik onder mijn hoofd, de tweede hangt er maar zo'n beetje bij. Niet alleen mijn armen liggen dwars, ook mijn benen werken tegen. Als ik ze optrek, raken mijn borsten in de verdrukking. En slinger ik ze weg, dan steken mijn voeten onder het dek uit.

In bed blijkt hoe slordig wij zijn gefabriceerd. Eerst maakte God hemel en aarde, land en water, zon en maan, vissen en vogels, reptielen en andere prioriteiten. Pas op het laatste moment, in een bevlieging, werd de mens in elkaar geflanst. Onze soort is niet meer dan een bijproduct van de schepping. Zelfs over het pantoffeldiertje en de regenworm is beter nagedacht. Dat wreekt zich nog steeds, vooral wanneer we ons bevinden in horizontale positie.

Na verloop van tijd hijs ik mijn voeten binnenboord, maar ze blijven ijzig. Ook mijn billen willen niet op tempe ratuur komen. Met spijt denk ik aan mijn gewezen echtgenoot. Overdag was hij onmogelijk, maar ach, wat hield hij mij 'snachts heerlijk warm. Ik slaak een weemoedige zucht. Daarbij word ik me bewust van de elastiek in mijn pyjamabroek. Zat die gisteren ook al zo strak? In liggende houding ontdoe ik me van de broek. Niet lang daarna breekt het koude kippevel me aan alle kanten uit. De broek moet weer áán. Waar heb ik hem gelaten? Ik ga overboord hangen en betast de vloer naast mijn bed, maar de broek is door het donker verzwolgen.

Nu niet in de verleiding komen om licht te maken, want dan is alles verloren! Ik rol me stijf in het dek. Roerloos als een mummie probeer ik me te ontspannen. Ik adem door mijn buik en zeg speciale slaapgedichten op.

Zo kom tot rust. Vertrouw u aan de nacht,

te slapen gaat nu alles op de aarde -

en geef verloren wat uw hart bezwaarde,

langs verre stromen wordt het thuis gebracht.

Mijn hele repertoire werk ik af, waaronder veel Duitse gedichten, barstensvol Ruhe en Schlummer. Wanneer dat niet helpt, denk ik aan het eentonige geluid waarmee de zee aanspoelt op het strand en aan het kalmerende ruisen van de golven. Maar geen spoelen of ruisen kan mij nog redden.

Op de wekker is het inmiddels halfvier. Met het dekbed om me heen strompel ik naar de woonkamer, waar ik plaatsneem bij het raam. De huizen rond het plein zijn in duisternis gehuld. Ik stel me voor hoe achter de gevels hun bewoners zich bevinden in een staat van opperste bewusteloosheid. Vaders, moeders, kinderen, jonggeliefden en ouden van dagen: een heerschare van ineengedokenen en uitgestrekten, van snurkers en zuchters. Hun gemeenschappelijke ademhaling doet als het ware de muren trillen. Tevergeefs speur ik de hemel af. Er is geen ster te zien. Ook de maan houdt zich lafhartig schuil. Ik ben aan mezelf overgeleverd. Eenzaam doe ik de lampen aan en eenzaam ga ik zitten achter mijn bureau. Daar, verdiept in mijn boeken, vind ik eindelijk de rust die mijn bed me weigert te verschaffen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden