Nooit meer de laatste vraag?

Parlementaire pers | Waar is hij gebleven, vraagt politiek Den Haag zich af aan het einde van het parlementaire seizoen: Julius Vischjager, de merkwaardige hoofdredacteur van het al even merkwaardige periodiek The Daily Invisible.

Julius Vischjager: journalist, uitgever, fotograaf, hoofdredacteur en enige medewerker van The Daily Invisible. Foto Inge van Mill

Tijdens een staatsbezoek van de Britse premier Margaret Thatcher in 1978 mocht hij ook de laatste vraag stellen

Met welke vraag het begon kan hij zich niet herinneren. Net zo min heeft hij nog herinnering aan de antwoorden. Niet van Joop den Uyl, niet van Dries van Agt, niet van Wim Kok, van Ruud Lubbers, van Jan Peter Balkenende. Hij weet alleen nog dat Mark Rutte zijn herhaalde uitnodiging om samen piano te spelen steevast afwees. "Hij durft niet", zegt Julius Vischjager (79). "Terwijl hij het toch heel goed kan. Dat heb ik tenminste gehoord."

Hij is al maanden niet meer bij de persconferentie van de minister-president gezien. De minister-president vroeg al twee vrijdagmiddagen aan het eind van zijn wekelijkse persconferentie licht bezorgd: 'waar is Julius?' De parlementaire pers bleef stil. Niemand wist waar Julius Vischjager uithing, de knotsgekke hoofdredacteur van de The Daily Invisible. Al bijna veertig jaar stelde hij op die persconferenties de laatste vraag. Hij was er altijd. Hij, zijn fototoestel, zijn plastic tassen en zijn meestal onbegrijpelijke kwestie -meestal iets over een vertederings- of een verzoeningsconcert, òf over het pianospel van Rutte.

Er waren tijden dat de collega's verzuchtten dat Vischjager 'over een bovennatuurlijk soort alomtegenwoordigheid' leek te beschikken: het waren de jaren zeventig, en Vischjager was werkelijk overal. "Politieke avonturen en culturele gebeurtenissen voltrekken zich zelden buiten zijn presentie", schreef NRC in 1977.

Die tijd is voorbij. Zijn alomtegenwoordigheid werd allengs minder, maar lang bleef de vrijdagse persconferentie nog in het repertoire van Vischjager. Tot dit jaar: De laatste Daily Invisible verscheen op 12 januari op internet, maar de laatste keer dat Rutte er een vraag in beantwoordde was op 20 november 2015. Rutte maakte zich die dag zichtbaar druk over de vluchtelingenstroom, het journaille stelde vragen over de begroting. Als laatste kwam Vischjager aan het woord: "Vindt u dat de minister-president ook in zijn kleding moet uitdrukken dat hij Nederlander is?". "Maar hoe?", was de wedervraag van Rutte. "Ik kan moeilijk een vlag aantrekken."

Hij weet het niet meer, zegt Julius Vischjager thuis, in zijn eenvoudige éénkamerwoning in Amsterdam-Oost. Er staat een bed, een tafeltje, een televisie, drie stoelen, een buffetkastje met daarop een bruin pluchen eendje. "Dat eendje", zegt hij, "nam ik altijd mee naar Den Haag. Ik heb de laatste vraag op de persconferentie van de minister-president. Dat is eigenlijk heel bijzonder", zegt hij. Hij herhaalt het en herhaalt het. Zijn benen trillen. Het lijkt op klappertanden - klapperbenen. Net zo min als hij zich dingen herinnert, weet hij dat Rutte dit voorjaar naar hem vroeg. Het doet hem deugd. "Hij mocht mij denk ik wel."

Een paar dagen eerder heeft bij hem thuis een vriendin zijn telefoon opgenomen. Zelf was hij op dat moment niet thuis. Ze was open. Het gaat hem goed, zei ze, wat gezondheid betreft. Maar verder is het zaak de dagelijkse taken overzichtelijk te houden. Want Vischjager, de man die zijn leven lang geen gebaand pad bewandelde, is een man van gewoontes geworden. Om twaalf uur eten, medicijnen nemen. Lukt dat, dan gaat het heel aardig. Hij vergeet veel. Daardoor, zei ze, hoe spijtig ook, lukt het niet meer. Ze is stellig: Vischjager zal de Daily Invisible niet meer maken. En zonder krant heeft hij geen reden om bij de persconferentie te komen.

Zo stellig is hij zelf niet. "O, ik ga binnenkort wel weer", zegt hij. "Misschien volgende week."

Het kan waar zijn. Twee jaar geleden leek hij er ook al eens mee te zijn uitgescheiden, maar toen verscheen hij toch weer. Toch is met enige zekerheid wel te stellen dat de roemruchte dagen van de zonderlinge journalist Julius Vischjager, de man die menig minister-president even in verlegenheid bracht, voorbij zijn. Rutte overkwam het vier jaar geleden nog.

Vischjager: "Weet u wat de Hollandse Schouwburg is?"

Rutte: "ehh..In Haarlem?" (2012)

Monomaan

Een spraakwaterval is hij, wat monomaan misschien. Wijlen Hugo Brandt Corstius beschreef ooit hoe de mensen in Amsterdamse café's onder hun tafeltje plachten te duiken als Vischjager zijn entree maakte, erop hopend dat zij niet degene hoefden te zijn tegen wie Vischjager zijn betogen afstak. Maar er is evengoed ook een liefdevolle beschrijving. 'hij maakt radeloos, wekt vertedering, tovert een andere wereld', zo beschreef NRC hem in 1987.

"De meeste journalisten beschouwen Julius Vischjager als de dorpsgek van het Binnenhof", schreef Arendo Joustra in 1993, de jaren van Lubbers. "Diens laatste vraag is meestal langdradig en onsamenhangend. Het antwoord van Lubbers gaat meestal verloren in het geroezemoes van journalisten die hun tas aan het inpakken zijn."

De krantenarchieven leren dat het niet vanzelf is gegaan. Dat Vischjager de laatste vraag stelde was een recht dat hij steeds opnieuw moest bevechten, bij zowel journalisten als de Rijksvoorlichtingsdienst. De Parlementaire Pers Vereniging weigerde hem als lid omdat hij zijn dagelijks brood niet met journalistiek verdiende. De Rijksvoorlichtingsdienst deed allerhande pogingen om hem van persbijeenkomsten te weren. Maar werd hij gedwarsboomd, dan deed hij luidkeels zijn beklag, zich beroepend op de persvrijheid. Zo was Vischjager uiteindelijk langer dan ieder ander aan het Binnenhof.

In zijn boekenkast ligt zijn archief: vier volgestouwde grote zwarte mappen in de kast. Het zijn originelen. Veertig jaar kopieën, met pritt-stift op elkaar geplakt, met foto's. 'Zeer onregelmatig verschijnend dagblad voor eerlijke en intelligente politici en mensen die eerlijk en aardig zijn' staat er op ieder nummer gekrabbeld, in datzelfde bijna onleesbare handschrift als waarin de rest van het tijdschrift geschreven is. Vaak was het rijkgeïllustreerd. Want Julius Vischjager was niet alleen overal bij, hij fotografeerde ook alles. De afdrukken droeg hij jaren in plastic tassen met zich mee. In de leggers zitten foto's van Den Uyl, Van Agt, Lubbers.

Juni 1988, bij een foto van Lubbers: 'Minister-president Lubbers trekt zijn broek op naast zijn collega Peres'.

Zo helder was de boodschap lang niet altijd. "Mijn krant heeft een ongeschreven redactiestatuut en mijn krant is een krant die niet in situaties komt maar situaties het hoofd biedt door erover te schrijven. Mijn krant is het bewijs van de democratie" -zomaar een citaat uit 1987, dat naadloos overging in "na deze wat zware kost komt nu voor mij het laatste en belangrijkste nieuws. Mijn bijna twintigjarige kat en ik leven omdat de lamp van het plafond is gevallen en mijn poes nog nasiddert."

Julius Vischjager was eigenlijk concertpianist. Hij studeerde aan het conservatorium in Amsterdam. Maar al snel na zijn afstuderen veranderde hij zijn beroep in 'PvdA-kabouter' - dat stond althans achter zijn naam in het telefoonboek. In die dagen droeg hij een vuurrode cape, met een puntmuts. Een man zonder familie, omdat iedereen behalve hij in de oorlog omkwam. Een man die in Amsterdam op zijn plaats was toen het daar nog doodgewoon was om rondjes rond het Lieverdje te huppelen. 'Iedereen is mijn familie', zei hij graag.

Dat was Amsterdam. In Den Haag, op vrijdagen, was Vischjager een man die te pas en te onpas zijn toestelletje afdrukte, over een onderwerp weken kon doorzaniken en uren piano speelde in Nieuwspoort. Die deed alsof zijn eigen, handgeschreven krant, reuze belangrijk was. Die zijn eigen rol nog veel belangrijker vond.

Ging Van Agt naar de Verenigde Staten om daar een eredoctoraat op te halen, stond Vischjager met zijn toestel op het vliegveld. Of hij drong zich tegen de zin van de pers op bij een persreis. Hij ging niet alleen met Lubbers en Van den Broek naar Israël, maar ook naar Moskou. Daar volgde hij, 'uitgeloot' voor het persprogramma, het damesprogramma met Ria Lubbers en Josée van den Broek. Hij rapporteerde dat de rol van echtgenote van een bewindspersoon veel groter is dan menigeen denkt.

"Julius Vischjager is een geniaal oplosser van niet bestaande problemen", schreef De Telegraaf in de jaren tachtig. "Ik ben eigenlijk de dissident van Nederland", zei hij zelf in die tijd.

Beroemd is de anekdote waarin hij tijdens een staatsbezoek van de Britse premier Margaret Thatcher in 1978 óók de laatste vraag mocht stellen. Het duurde een minuut of wat voor hij ermee klaar was. Toen hij eenmaal zover was, zei zij geamuseerd, blijkbaar gewaarschuwd: 'could you please repeat the question?' Dat ging dus niet.

Hij weet het nog. Dat hij zich voorstelde, en Thatcher toen zei: 'The daily what?'. "Ze snapte het niet", grinnikt hij.

Het was allemaal begonnen met een column in Hollands Diep, een tweewekelijks cultureel tijdschrift. Het bestond maar even, midden jaren zeventig. Er schreven auteurs als Carmiggelt, Campert, Hermans en Mulisch in, en ene Julius Vischjager. Het columnistendom verschafte hem prettige privileges: hij kreeg opeens persberichten, werd lid van sociëteit Arti en kon naar persconferenties. Toen het blad ophield met bestaan, zocht hij een manier om dat te kunnen blijven doen.

Hij schijnt gesolliciteerd te hebben, maar bij andere media te zijn afgewezen. Er zat niets anders op dan zijn eigen krant te beginnen. Het werd de Daily Invisible. Hij schreef hem met de hand, foto's plakte hij erbij. Kopieën verkocht hij op straat, in het café en in de trein.

Wanneer het precies begonnen is, is niet te achterhalen. Zijn eigen archief begint bij nummer acht, uit 1977. In de Koninklijke Bibliotheek zijn exemplaren te vinden vanaf 1979. Vaak gaat het over hemzelf - over zijn studie rechten, die jaren en jaren voortduurt, over een ruzie met de een of de ander, over bijeenkomsten die hij bezocht. Maar steeds ook de vaste vraag aan de minister-president.

Vischjager: "Hoe gaat u om met spanningen in Israël, nu misschien een boycot?"

Van Agt: "Het is net een huwelijk" (1980).

In die dagen moet hij nog dat kabouterpak gedragen hebben, of zijn peignoir vol buttons, die hij zijn 'Kamerjas' noemde. Later vertelde hij journalisten dat hij bij het aantreden van het eerste kabinet Lubbers een pak kocht, met streepjes. Het jasje ervan draagt hij nog.

"Vischjager is een voortdurend genoegen", zei minister-president Ruud Lubbers in 1984. In een boekje, geschreven voor Vischjagers 50ste verjaardag in 1987, schreef hij: "Er is altijd een extra dimensie, en dat is de Vischjager-dimensie. Hij stelt originele, onverwachte en soms ook bizarre vragen."

Verzoeningsconcert

Die vragen gingen vaak over een 'verzoeningsconcert', de Vischjager-panacee voor alle kwalen. Het zou de betrekkingen tussen Israël en de Palestijnen vlottrekken, de betrekkingen met Poetin, het zou vele problemen kunnen oplossen. En toch begonnen de premiers er niet aan.

Balkenende: "Vertederingsconcerten zijn altijd nuttig maar in bepaalde omstandigheden niet altijd functioneel" (2003).

Het was in het eerste decennium zo gewoon dat hij ernaar vroeg, dat Balkenende schrok toen het een keer niet gebeurde.

Vischjager: "Wat vindt u ervan dat uw minister tijdens een persconferentie een sigaret heeft opgestoken?"

Balkenende: "Als u een vraag had gesteld over een verzoeningsconcert was die sigaret ongetwijfeld niet opgestoken" (2005).

"Julius, wat er ook gebeurt, vertel me later hoe jij alles hebt ervaren", schreef Balkenende eind 2005 op de krant. Het is er nooit van gekomen.

Sinds Rutte is aangetreden heeft Vischjager het eigenlijk alleen nog maar over diens pianospel gehad.

Vischjager: "Meneer Rutte, u hebt de laatste keer gezegd dat u hobby's en werk niet door elkaar moet halen. Maar op zeker moment ligt daar toch een grens die niet helemaal scherp is. Zou u hem scherp kunnen maken?"

Rutte: "Alles doen om pianospelen in het openbaar te voorkomen." (2014)

Alles verandert, niet alleen de vrijdagse persconferentie. Twee weken geleden zagen bezoekers van het Centraal Station in Den Haag opeens Mark Rutte achter de piano. Hij speelde Schuberts Impromptu No. 3 in Ges groot.

The Daily Invisible werd in Vischjagers onleesbare handschrift geschreven. De laatste editie verscheen op 12 januari.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden