Nooit kon ik beeter smaak besinnen, dan 't kooksel van dees Graangodinnen

De tentoonstelling 'BIER! Geschiedenis van een volksdrank in Holland' is vanaf vandaag t/m 4 september en ma t/m vr van 10 tot 17 uur, za/zo van 11 tot 17 uur te zien in het Amsterdams Historisch Museum, Kalverstraat 92. In het Drents Museum, Brink 1 in Assen, is van 28 juni tot 28 augustus een aansluitende tentoonstelling te zien onder de vlag 'BIER! Geschiedenis van een middeleeuwse volksdrank'. Di t/m zo van 11 tot 17 uur. Catalogus Fl. 36,-.

De Amsterdamse koopman-dichter Joan Six van Chandelier wilde niets weten van wijn uit de heuvels bij Rome (Montefiscone) of uit Málága en bezong de lof van zijn drie dagelijkse glazen bier aldus:

Nooit kon ik beeter smaak besinnen, Uit silver, of een gouden kop,# Aan Fiaskoons, of Malgaas sop, Dan 't kooksel van dees# Graangodinnen.# Dry sulke glaasen, alle daagh, Met dorst, en onder 't maal,# gedronken,# Daar leef ik by, dat helpt myn maagh Verduuwen boonen, kool en stronken.#

Het drinken van bier was vroeger niet alleen volslagen normaal onder man, vrouw en kind, het was ook heel verstandig. Melk en water waren bacterierijker dan bier, dat noodgedwongen altijd tot een zuiver gehalte werd gebrouwen. En over algehele dronkenschap maakte men zich niet al te druk; het alcoholpercentage lag veel lager dan nu het geval is.

De Hervormde Diaconie in Amsterdam stichtte in 1657 een weeshuis aan de Amstel, bestemd voor wezen uit eigen kring. Sinds 1688 beschikte dit weeshuis over een eigen brouwerij om de 500 wezen dagelijks een pint vrijwel alcoholvrij bier (600 ml) te schenken. Jan Victors (1620-1676) schilderde 'Het voeden der wezen', waarop te zien valt dat de maaltijd uit gruttenpap, brood en bier bestond.

Achter het Oudekerksplein, waar Brel zijn 'Amsterdam' situeerde, werd destijds het binnenlands bier dat niet in Amsterdam gebrouwen was, gelost. Gabriël Metsu (1629-1667) kende deze plek maar al te goed: in de jaren 1650 woonde hij naast brouwerij Het Rode Hert op de 'Princengracht, in de gangh van de gecroonde Hert'. Aan een balk op zijn schilderij 'De oude drinker' (1655) hangt een bordje waarop de genoten consumpties staan geturfd.

Dat de grote brouwers als spinnen in elkaars web gingen zitten, blijkt goed uit het schuttersstuk van Hendrik Gerritsz. Pot (1585-1657). De kolonel van deze militie was Pieter Jacobsz. Olycan (1572-1658), zoon van de Amsterdamse handelaar in olie en granen Jacob Olycan. Pieter Jacobsz trouwde met de Haarlemse brouwersdochter Maritge Cleasdr. Vooght. Hij bezat twee brouwerijen aan het Spaarne, 'De Vogelstruys' (nog steeds te koop en te nuttigen bij de Amsterdamse brouwerij 'Het IJ'!) en ”t Hoeffeyser'. Door zijn huwelijk werd hij opgenomen in het Haarlems regentenpatriarchaat. Acht van hun kinderen huwden met een telg uit een der invloedrijke en vermogende Haarlemse brouwersfamilies. De sergeant op het schuttersstuk is Nycolaes Olycan, zoon van Pieter Jacobsz en brouwer in 'het Scheepje'. Rijke brouwers lieten zich door schilders portretteren, via scheepsjournalen viel te achterhalen dat brouwer Rendorp een gigant onder z'n klanten telde, namelijk de VOC. “De behoefte aan bier was enorm. Het personeel aan wal dronk bier tijdens het werk, en voor het scheepsvolk waren jaarlijks duizenden tonnen scheepsbier nodig. Niet iedereen dronk hetzelfde: er werden bijvoorbeeld 2872 tonnen à 2,5 gulden per vat (goedkoop, dun scheepsbier) gekocht en 1 ton bier à 8 gulden 'voor de Jagten'. Onder de kop 'Bier tot Coopmanschap' staan de verschillende bieren die in Indië werden verkocht, waaronder het dure Princesse Royaal à 12 gulden per ton.”

Er zijn op de biertentoonstelling prachtige pullen, voorraadkruiken en glazen te zien, waaronder een pasglas dat ook als weddenschapsglas werd gebruikt: dronk iemand niet precies het bier tot de afgebakende glazen cirkel, dan moest hij het glas ad fundum legen of een rondje geven. Ook is een kan te zien, die in 1971 werd geborgen uit het wrak van de Oostindiëvaarder 'Hollandia'. Het schip zonk in 1743 bij de Scilly-eilanden voor Zuid-Engeland. Het deksel van de kan draagt het wapen van Amsterdam en het monogram van de VOC.

Door de opmars van cacao en van thee begon het biermonopolie te wankelen. Bovendien werd als gevolg van een dalende graanprijs de jenever goedkoper, zodat men zich sneller en goedkoper dronken kon drinken. De brouwers zelf lieten - het slotstuk van de tentoonstelling - een spotprent maken waarop bierdrinkers letterlijk en figuurlijk hun minachting voor thee demonstreerden door gezamenlijk in theepotten te wateren.

Aan het slot van de Amsterdamse tentoonstelling kan men, op de binnenplaats van het oude weeshuis, hedendaags bier van de sponsor - tien keer raden wie - proeven. Op de biertentoonstelling in Assen worden vaten Cluyn-bier aangeslagen: origineel Gronings bier van hoge gisting.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden