Nooit klaar met die dijken

Nederland gaat opnieuw flink investeren om overstromingen te voorkomen. Minister Schultz presenteert vandaag het nieuwe Deltaprogramma, dat reikt tot het jaar 2100. Hoe verhoudt dit waterprogramma zich tot het lopende programma Ruimte voor de Rivier?

Op een zonnige nazomerdag wemelt het op de dijk bij Lent van de nieuwsgierigen. Extra pijlers voor het verlengen van de Nijmeegse Waalbrug, metershoge damwanden die de grond in gaan, de nevengeul die stapje voor stapje vordert en een nieuw stadseiland laat ontstaan, het is een indrukwekkend schouwspel dat ook vanuit het buitenland veel bekijks trekt. Nederland verwezenlijkt bij Nijmegen weer een sterk staaltje waterveiligheid.

De nevengeul bij Lent, die de flessenhals in de Waal verruimt zodat bij hoogwater minder snel gevaar ontstaat, is een van de belangrijkste projecten van Ruimte voor Rivier. Bij Lent komt de dubbele doelstelling van dit waterprogramma voorbeeldig tot uiting: bevordering van de doorstroming in de rivieren en versterking van de landschappelijke waarde. Niks geen hoge dijken, het water mag zijn gang gaan en tegelijk ontstaat een aantrekkelijk nieuw recreatiegebied.

Ruimte voor de Rivier is nog niet af; volgend jaar wordt het merendeel van de 34 projecten opgeleverd, het laatste project, de IJsseldelta bij Kampen, is pas over vijf jaar klaar. Toch presenteren minister Melanie Schultz van Haegen (VVD, infrastructuur en milieu) en deltacommissaris Wim Kuijken vandaag het nieuwe Deltaprogramma, met financiering tot 2050 en plannen tot het jaar 2100. Net als vroeger ligt het accent weer op dijkverzwaring.

En dat is hard nodig. Een op de drie dijken, duinen en dammen voldoet niet meer en bijna de helft van alle sluizen, stuwen en keringen schiet tekort, zo staat in het vorige week gepresenteerde tweejaarlijkse rapport van het Planbureau voor de Leefomgeving.

"We zijn nooit klaar met onze waterveiligheid", zegt Ben Broens, programmadirecteur Ruimte voor de Rivier bij Rijkswaterstaat. Dat programma is gericht op beteugeling van de waterstand. Uitgangspunt is dat de capaciteit om water af te voeren via de rivieren moet stijgen van 15.000 kubieke meter per seconde naar 16.000 kuub.

"Volgens de voorspellingen op basis van onder meer de klimaatverandering is een toename van de afvoer noodzakelijk", aldus Broens. "In 1995, toen het water tot aan de randen van de dijken stond, hebben we gemerkt dat zandzakken niet genoeg zijn. In plaats van hogere dijken hebben we toen gekozen om het water de ruimte te geven."

Maar dat blijkt niet genoeg. "Nederland heeft nu eenmaal dijken nodig", zegt Broens. "En naast de waterstand zijn er drie mechanismen die tot falen kunnen leiden: piping, verzadiging en bekleding. Bij piping gaat het water in plaats van eroverheen onder de dijk door, waardoor een gat ontstaat. Bij verzadiging kan de dijk gaan schuiven, zoals elf jaar geleden in Wilnis is gebeurd. En als de bekleding aan de kust niet blijft liggen is de dijk kwetsbaar."

Het putje van Nederland

Daarbij vraagt de afvoer van meer water ook om maatregelen aan het einde van de rit. Dat water kan minder makkelijk weg als naar verwachting de zeespiegel stijgt. De stormvloedkeringen van de Deltawerken zijn daarop niet berekend en daarom in de verdere toekomst minder betrouwbaar. Het putje van Nederland is het gebied tussen Dordrecht en Rotterdam, waar rivieren en zeearmen samenkomen. Daar moeten de dijken worden versterkt, menen de minister en de deltacommissaris.

Het nieuwe Deltaprogramma draait dus vooral om veiligheid, al levert de opvang van zoet rivierwater ook voordelen op voor de landbouw. Als bij stormvloed de keringen in Zeeland en Zuid-Holland worden afgesloten, zal het zoete water worden opgevangen in het Volkerak-Zoommeer.

Eric Luiten, rijksadviseur voor landschap en water, hoopt dat intussen ook is geleerd van Ruimte voor de Rivier. "Overstromen is eigenlijk niet zo erg, als je het gebied daarvoor inricht met nevengeulen en slimme dijken. Kijk wat de dijk beschermt: hoe snel kunnen mensen weg zijn, wat gaat er naar de knoppen als een gebied overstroomt? Door dat te combineren met landschap, natuur, erfgoed, stedelijke kwaliteit kun je een gebied opknappen."

Maar de ambitie van het kabinet is wat beperkter, stelt Luiten. "Dat past in deze tijd. Het kabinet zegt: 'we gaan het niet allemaal zelf doen'. De vraag is: beperken we ons tot dijken en zoetwatervoorziening of doen we nog meer? Ik hoop dat andere partijen, regionaal en lokaal, hier een rol in gaan spelen, zoals ze dat ook doen bij Ruimte voor de Rivier. De actieve en assertieve opstelling van Nijmegen is een goed voorbeeld. Zonder Nijmegen was de dijkverlegging bij Lent niet zo'n succes geworden."

Nijmegen is er in geslaagd om alle elementen samen te knopen, beaamt Ben Broens. "De gemeente was ook de enige partij die dat kon. Wij van Rijkswaterstaat hadden de stedelijke inpassing van dat nieuwe eiland, de natuur en de recreatie, niet voor onze rekening kunnen nemen. Nadenken met andere partijen geeft altijd nieuwe inzichten."

Ook Deventer nam zelf de regie, bij projecten langs de IJssel, zegt Broens, net als de provincie Overijssel en de gemeente Kampen in de IJsseldelta. Voor de bypass van de IJssel, die Kampen tegen overstroming moet beschermen, is een alternatief plan gemaakt. "Daar zit de provincie ook financieel in. De samenwerking gaat zover dat we gezamenlijk risico dragen."

Toch mag het Rijk wel wat meer doen, meent rijksadviseur Luiten. "Het Rijk heeft zelf ook nog wel enkele programma's die kunnen worden gekoppeld aan het Deltaprogramma, met name bij Economische Zaken. Kijk eens naar de natuurambitie van staatssecretaris Dijksma met de grote wateren en de energietransitie van minister Kamp, daar valt met waterstromen en waterwerken nog wel wat synergie te bedenken. Het kan niet zo zijn dat we alleen naar waterveiligheid kijken als ook de ruimtelijke orde van Nederland op de schop gaat."

Ruimte voor de Rivier

34 projecten, waarvan eind dit jaar 8 voltooid; volgend jaar worden 19 projecten opgeleverd en in 2016 nog eens 6. De IJsseldelta komt als laatste RvR-project in2019 gereed.

Totale kosten 2,3 miljard euro. Dit staat los van 3,2 miljard voor het Hoogwaterbeschermingsprogramma, waarin tot 2017 in 88 projecten kwetsbare waterkeringen, dijken, duinen, sluizen en stuwen worden aangepakt.

Ongeveer 60 procent van Nederland zou regelmatig onder water staan als er geen waterkeringen zouden zijn. In dit gebied wonen 9 miljoen mensen en wordt 70 procent van het bruto nationaal product verdiend.

Drie bijna-rampen, drie grote waterprogramma's:

1916, overstroming Zuiderzeegebied en noordelijk Nederland (19 doden), leidde tot de bouw van de Afsluitdijk in 1932;

1953, watersnoodramp (1836 doden), leidde tot de Deltawerken (aanleg tussen 1958 en 1985);

1993/95, hoogwater in de rivieren (kwart miljoen mensen geëvacueerd), leidde tot Ruimte voor de Rivier.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden