'Nooit klaar met de Matthäus'

Zo'n vaak uitgevoerd en in de traditie geworteld meesterwerk als Bachs 'Matthäuspassion', kan een dirigent daar nog iets nieuws in ontdekken? René Jacobs vond inspiratie in Bachs oorspronkelijke bedoelingen.

Dirigent René Jacobs nam Bachs Matthäuspassion op, anders dan anders. Klinkt er in zijn versie te veel vibrato in de stemmen, is hij te theatraal? Of worden nu eindelijk tekst en muziek van de Passion goed met elkaar verbonden?

Welchen ich küssen werde, der ist's, den greifet - dat ene zinnetje, de hint naar Judas' verraad van Jezus in de Matthäuspassion, hoorden we zelden met zoveel nadruk voor het voetlicht gebracht. Tenor Werner Güra bewandelt de toppen van de dramatische uitvoeringskunst, daartoe aangespoord door René Jacobs.

Theatraal, gericht op muziek én tekst: dit is Jacobs de opera-expert ten voeten uit. Het interview vindt plaats tussen de repetities van Mozarts 'Idomeneo' in het Theater an der Wien, waar Jacobs vanaf het begin bij betrokken is. Hij is niet het type dirigent die bij het naderen van de premièredatum de muziek aanplakt tegen de door anderen opgezette enscenering. De intensiteit van deze Belgische dirigent is navoelbaar in al zijn uitvoeringen en opnames. In 'zijn' Matthäuspassion, vastgelegd met de puike Akademie für Alte Musik Berlin, is het niet anders.

"Van de theatraliteit van de Matthäuspassion ben ik volledig overtuigd. En ik heb mij er niet voor geschaamd om naar de geest van het stuk bepaalde onderdelen dik aan te zetten, ook als dat naar de letter niet correct was. Na de dood van Jezus scheurt het gordijn van de tempel in tweeën. Ik laat alle bassen in het orkest die scheur mee verklanken. Een eenzaam cellootje, zoals staat voorgeschreven, daar kon ik niet veel mee.

Aan de vocale solisten stelde ik twee eisen: ze moesten goede operazangers zijn én een duidelijke affiniteit hebben met spiritualiteit. Drie van hen zijn diep gelovig, veel meer dan ik, en allemaal hebben ze op de operabühne gestaan. Voor mij was het heel interessant om voor de rol van Jezus dezelfde stem te hebben de titelrol in Mozarts 'Don Giovanni' heeft gezongen, de rol van een zondaar dus."

Dat is even schakelen, of niet?
"Maar waarom?! Dat is zó Nederlands, de traditie dat je voor oratoria speciale oratoriumzangers nodig hebt die voor het orkest met een partituur voor hun neus Bach zingen. Daarmee wilde ik echt helemaal breken. Niet om te choqueren, hè, want dat ligt niet in mijn karakter."

Jacobs praat rustig, zachtaardig, buitengewoon geconcentreerd op het onderwerp: "Sensualiteit en spiritualiteit zijn twee extremen die elkaar raken. De muziek van Bach is zeer zinnelijk. Zes van de teksten zijn dialogen tussen bruid en bruidegom, weliswaar in de symboliek van het bijbelboek Hooglied, maar de muziek blijft amoureuze muziek.

En Bach zelf; we kunnen er alleen maar over speculeren waarom hij nooit opera heeft gecomponeerd. Volgens mij omdat hij wist dat hij niet kon aarden in het milieu van de opera, de ijdelheid ervan. En dat is begrijpelijk, die was toen nog erger dan nu. De zangers domineerden, werden als belangrijker dan componist en tekstdichter beschouwd. Bach wist dat hij daar niet mee kon leven, ook niet met de oppervlakkigheid van de operamuziek uit die tijd.

De Matthäuspassion is een absoluut meesterwerk. Ik heb heel wat barokopera's gedirigeerd, maar geen stuk staat op zo eenzame hoogte. Zelfs Händels beste opera's bevatten altijd enkele aria's die routine zijn, voilà."

In 1999 werden Jacobs de ogen geopend. Toen kwam de Duitse musicoloog Konrad Küster met zijn Bachhandboek, waarin hij een theorie ontvouwt over hoe Bach in de Thomaskerk in Leipzig, waar hij cantor was, zijn twee koren in de Passion had verdeeld.

Bach positioneerde de koorleden op twee galerijen, voor en achter, en niet links en rechts, zoals we van de concertzaal gewend zijn. Sinds de Matthäusrevival onder Mendelssohn in 1829 staan de koren op het podium links en rechts. "Bach heeft geweten dat de Thomaskerk veel echo kent en dat er tussen die twee orgelgalerijen 28 meter lag. Die echo's moeten voor het publiek heel moeilijk zijn geweest en maar een klein aantal van de luisteraars heeft het stuk optimaal kunnen horen.

Je zou kunnen zeggen: dan was Bach toch zeer onrealistisch als componist. Maar volgens mij moeten we er iets anders achter zoeken. Vergelijk het met de middeleeuwse kathedralen, waar op grote hoogten nog beeldhouwwerk staat dat niemand beneden kan zien.

Er is maar één iemand die dat kan zien: God zelf. Degene die de Passion kon horen zoals Bach bedoeld had, voor hem, te zijner ere, was God.

"Wanneer ik vroeger, eerst als jongenssopraan en later als countertenor, meezong in verscheidene uitvoeringen van de Passion, kon ik veel nadenken. Bijvoorbeeld: hoe komt het eigenlijk dat de solisten van koor twee zo weinig te zingen hebben in vergelijking met die van het eerste koor? En waarom laat Bach de ene aria door de alt van koor één uitvoeren en de andere aria door de alt van het tweede? Ik heb daarover gepiekerd en vond geen antwoord. Toen ik Küster las, werden veel van mijn vragen beantwoord. Wat hij zegt over een tweede koor, namelijk dat het uit de verte zingt, dat het verder van het lijdensverhaal verwijderd is en zo zijn onmacht uitdrukt dat het niet kan ingrijpen in het drama, vond ik overtuigend en ook zeer theatraal."

De echo's, de reacties op het drama, het spel met ver weg en dichtbij, ze brengen een ongekende levendigheid en intensiteit in de opname van Jacobs. "Bach was een dramaturg pur sang. De dramaturgie is verbonden met de theologische achtergrond van de teksten van Bachs librettist, zijn vriend Picander. En dat is het andere voor mij nieuwe element bij deze opname. Om me voor te bereiden heb ik veel over de theologische achtergronden van het Matthäuslibretto gelezen. Als je kijkt naar wat Picander heeft uitgegeven: een groot gedeelte van zijn poëzie is wereldlijk, soms zelfs erotisch. Bach was theologisch onderlegd en heeft Picander aangestuurd om in de preken van Heinrich Müller, waarop de tekstdichter zich baseerde, diens theologische rigiditeit te dempen, en iets meer piëtistisch te zijn."

Het piëtisme is de stroming die in die dagen de nadruk legde op de beleving van het geloof, eerder dan de intellectuele benadering ervan. Zo'n benadering ziet u graag?
"Natuurlijk zie ik dat graag! Müller had veel meer aandacht voor het goddelijke van de mens Jezus. Wat ervan overblijft in Picanders versie is een mooie tekst die goed zingbaar is, en voor het menselijke van Jezus is meer plaats, want Bach dacht bij zichzelf: dat moet het grote publiek aanspreken."

Jacobs' basis wordt gevormd door zijn ervaringen als jongenssopraan van tien jaar oud in de kathedraal van Gent. Later zong hij als alt onder Gustav Leonhardt en Philippe Herreweghe. Hij is niet uit op een historische reconstructie: "Ik gebruik vrouwenstemmen; Bach had helemaal geen vrouwenstemmen tot zijn beschikking. Ik ben flexibel, vertolk naar onze tijd. Bij onze registratie is de theologische achtergrond van Picanders teksten bepalender geweest dan het opvallend nieuwe van de opname: de radicale tweekorigheid, die Küster beschrijft."

Moeten we nu alle eerdere opnames overboord gooien?
"Er zijn zeer veel goede opnames, en die blijven. Die waar ik zelf in zing, schrijf ik ook niet af."

In de opnamestudio draaide Jacobs zich om en weer om, een lessenaar voor en achter zich, de ene keer de blik gericht op het eerste koor en dan weer op het tweede. "We hebben de Passion vastgelegd in een grote studio waar genoeg plaats was, met twintig meter tussen de koren. Een week lang vormde die ruimte een virtuele kerk. Er zijn zeer weinig kerken waar je het werk zo kunt opnemen. Het is niet uitgesloten, maar het vergt veel repetities en dat is moeilijk in kerken waar diensten plaatsvinden. Je zit dus meestal vast aan een uitvoering met een kooropstelling links en rechts."

Zou u dat dan nu nog doen, na deze overtuiging op cd? Eerder zei u dat u een idealist bent die geen compromissen wil sluiten.
"Er is geen andere mogelijkheid dan het compromis. De muziek is te geniaal en het stuk is te geliefd om een star standpunt over de opstelling te hanteren. Sommige koren en orkesten kunnen die muziek zo goed uitvoeren dat het niet eerlijk is om te zeggen: 'Zonder een radicaal tweekorige opstelling interesseert de Matthäuspassion mij niet'." Jacobs kijkt bij deze opmerking uit de hoogte en maakt een wegwuifgebaar. "Dat zou pretentieus zijn, ijdel. En ijdelheid, die mag er bij Bach nooit zijn. Bach uitvoeren is voor mij een oefening in nederigheid. Hij schrijft ook nooit zó voor instrumenten en zangers dat het makkelijk ligt, of gunstig voor de stem om briljant over te kunnen komen. Hij schrijft eigenlijk instrumentaal voor de stem. Zangers die Bach zingen, weten dat ze strategisch moeten vastleggen waar ze zullen ademhalen, want daar is meestal weinig tijd voor. Volgens mij wilde hij ook niet naar de ijdelheid van de zangers toeschrijven. Dan kom je te dicht bij de opera."

Is de betekenis van het stuk veranderd, nu u er als dirigent mee bezig bent geweest?
"Zo'n meesterwerk, ik ben er zeker van dat als ik het weer ga uitvoeren ik opnieuw van alles ontdek. Je bent er nooit klaar mee, dat is typerend voor een meesterwerk. Ik ben dichter bij de betekenis gekomen dan met de naïeve wijze waarop ik als kind mijn Matthäusreis begon. Als zanger was ik vooral met mezelf bezig, met die moeilijke altpartijen. Als dirigent ben je socialer, je kunt geven. En je moet mensen overtuigen. Ik moest eerst koor en orkest meekrijgen in mijn nieuwe ideeën! Ik ben dankbaar dat ik allebei heb kunnen doen. Als dirigent moet je veel verder gaan en heel de partituur bestuderen. Hoewel, als zanger kon ik nooit uit een klavieruittreksel zingen, maar wilde ik altijd de partituur. Ik had van die kleine zakpartituurtjes. Ik heb er mijn ogen kapot mee gemaakt, maar ik kon wel alle lijnen volgen."

Bent u geloviger geworden naarmate u dieper in het stuk kwam?
"Daar denk ik heel dikwijls over na. Ik ben zelf gelovig opgevoed, katholiek. Op een bepaald moment begon ik aan al die dogma's - waarin Bach heel duidelijk gelooft - te twijfelen, en ik twijfel er nog altíjd aan. Maar als je meegesleept wordt door iemand die er echt in opgaat, is dat zo roerend dat je eigen geloof uit je jeugd terugkomt. Ik was heel ontroerd dat Bernarda Fink en Sunhae Im dat kinderlijke geloof hebben bewaard. Je hoort het ook in hun zingen. Je hoort bij Bernarda Fink iets heel eerlijks en puurs, ze maakt haar aandeel niet per se mooi.

Bach componeerde de Matthäus tijdens de Verlichting; Leipzig was een stad van verlicht denken en twijfel aan de staatsreligie, en van de theorie dat de goden, en later God, uitvindsels zijn van mensen. Nou, dan vind ik de christelijke heilsleer toch wel een mooie uitvinding. Zéér goed gedaan, een kunstwerk. En wat is een kunstwerk? Een uitvinding - een symfonie van Mozart of Beethoven is een uitvinding. Als je van hun muziek houdt, dan is dat liefde, geen geloof. In mijn opname van de Matthäus kun je dat horen, een liefde voor wat vroeger mijn kinderlijke geloof was."

Countertenor, dirigent
René Jacobs (1946) heeft een eminente positie in de barokke en klassieke vocale muziek. Hij begon zijn vorming als koorzanger van de kathedraal in zijn geboortestad Gent. Ook studeerde hij klassieke filologie. Maar de muziek kreeg de overhand en Jacobs ontwikkelde zich tot een van de belangrijkste countertenoren van zijn tijd. Hij maakte zijn debuut als operadirigent in 1983 met Antonio Cesti's 'Orontea' tijdens de Innsbrucker Festwochen der Alten Musik; hij was er tot 2009 artistiek directeur. Jacobs' discografie telt meer dan 250 titels, vele cd's zijn bekroond. Onlangs is het boek 'Ich will Musik neu erzählen' uitgekomen, waarin Jacobs met opera- en barokexpert Silke Leopold zijn vak bespreekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden