Nooit het veilige thuis geworden

Vrede betekent vrijheid, zegt de Israëlische schrijver David Grossman. 'Wij die onvrij zijn, weten welke mogelijkheden vrede te bieden heeft.'

Toen de Israëlische schrijver David Grossman een jaar of acht oud was, stopte zijn vader hem een klein rood boekje van Sholem Aleichem toe: Neem, lees, dit is hoe het vroeger was.

Grossman: "Ik kroop in de vensterbank, sloeg de eerste bladzijde open en werd in een oogwenk opgenomen in het verhaal. Over de Shoah en wat daardoor in Europa verloren ging, werd bij ons thuis niet gesproken. Mijn ouders en grootouders deden hun best om niet terug te kijken. Maar ik realiseerde me dat dit de manier was om iets te weten te komen over de jeugd van mijn vader. De verhalen waren de sleutel tot wijsheid en kennis. Dat ik schrijver ben geworden, heeft alles te maken met Sholem Aleichem. Ik dacht dat ik door te schrijven beter zou kunnen begrijpen hoe het vooroorlogse jodendom eruitzag en dat ik zou inzien hoe het kon gebeuren dat die wereld werd verwoest. Inmiddels ben ik 61, ik heb veel geschreven, boeken gelezen en gesprekken gevoerd, maar nog steeds sta ik hulpeloos tegenover die vraag."

Sholem Aleichem, een van de grote drie van de Jiddische literatuur, trof bij de jonge Grossman nog een snaar. Hij las over mensen die slachtoffer waren en raakte er diep van doordrongen dat je als mens en als gemeenschap totaal afhankelijk kunt zijn van de willekeur van anderen.

Grossman: "Mijn hele leven is een strijd tegen het slachtofferschap. In veel van mijn boeken vind je het thema 'vrijheid-onderworpenheid' terug en tref je individuen aan die proberen zich te verzetten tegen een overheersend en bedreigend systeem. Het kan gaan om een kind dat probeert het 'nazibeest' te temmen, of om de moeder van een soldaat aan het front die van huis wegvlucht omdat ze niet bereid is te wachten op slecht nieuws. Ook persoonlijk weiger ik me als slachtoffer te beschouwen. Iedereen heeft in zichzelf een kern van vrijheid en alleen al het onderhouden van die kern maakt dat je geen slachtoffer wordt."

"Ook een samenleving moet zich hoeden. Wij in Israël meten ons gemakkelijk de rol van slachtoffer aan. We hebben een minister- president die er als een ware tovenaar in slaagt om mogelijke gevaren te koppelen aan vroegere angsten en trauma's. De tragedie van de oorlog van 1967 is dat we langzaam maar zeker de hoop op een normaal leven hebben opgegeven. De Israëlische bezetting heeft niet alleen gevolgen voor de Palestijnen, ook de Israëlische maatschappij wordt geïnfiltreerd door het geweld en de wanhoop. We zijn een grootmacht in de regio, en toch lukt het ons niet om voluit te leven. We zijn een onafhankelijke en soevereine staat, maar vrij zijn we helemaal niet."

Zijn zoon kwam om in de Israëlisch-Libanese oorlog van 2006, op een moment dat die oorlog volgens Grossman zinloos was geworden. Daar praat hij niet over. Het is waar, zegt Grossman, het is een wonder wat Israël in de loop van zeventig jaar heeft gepresteerd en wat er ondanks de oorlogen is opgebouwd. Maar Israël is nooit het veilige thuis geworden dat het beloofde te zijn. Grossman: "Het is moeilijk om je hier veilig en vrij te voelen. Je weet wat Brecht schreef: 'Hij die lacht, heeft nog niet het laatste nieuws gehoord.' Zo is het maar net, we leven niet, we overleven, van de ene ramp naar de andere. En het was nooit anders, ook niet voor 1967. Ik denk dat we de sfeer van het jonge Israël idealiseren. Er kwam in die vroege jaren van de staat een enorme energie vrij, en de euforie over de oprichting ebde nog lang na. Maar als kind voelde ik me ook angstig en onveilig. De woorden van de Egyptische president Nasser, die dreigde dat hij Israël zou binnenvallen en de Joden de zee in zou drijven, maakten op mij diepe indruk. Dagelijks hoorde je op de radio over aanslagen en gevaren, en je kon je niet aan het besef onttrekken dat het land omringd was door vijanden."

Spreekt het thema 'vrijheid' Grossman dus wel aan? Grossman: "Dat is nog matig uitgedrukt. Ik constateer dat ik honger naar vrijheid. Daarom ben ik ingegaan op de uitnodiging om in Nederland op 5 mei de Van Randwijk-lezing te houden. Het geeft me de kans om te begrijpen wat voor mij de betekenis is van het begrip 'vrijheid'. Door te formuleren krijg je vat op een vraag. Bovendien mag ik in Zeeland even de lucht van rust en onbevreesdheid inademen.

"Het resultaat van mijn overdenkingen is eenvoudig. Vrede betekent vrijheid. Voor de Nederlandse lezer is het misschien een vreemde conclusie. Maar wij die onvrij zijn, weten welke mogelijkheden vrede te bieden heeft. Vrede zou ons in Israël bevrijden van allerlei soorten slavernij. We hebben net Pesach achter de rug, het feest waarmee we de uittocht van het Joodse volk uit Egypte herdenken. Ik ben niet gelovig. Maar de Joodse geschiedenis, de humor, zelfs onze lotsbestemming, daar voel ik me sterk mee verbonden. Ik zit al jaren in een groepje dat met een vergrootglas de Bijbel leest en schrik er niet voor terug om parallellen te zoeken tussen toen en nu. Nou dan, slavernij is niet alleen het moeten werken met leem en tichelstenen, en een zweep over je rug krijgen als je niet genoeg produceert. Slavernij is ook vastzitten in je eigen angst. Slavernij is de angst om te durven hopen dat het in de toekomst beter zal worden. Wanhoop is een vorm van slavernij.

"Het begin van vrijheid zullen we in Israël pas meemaken als we echte vrede sluiten met onze buren. Als schrijver probeer ik de hoop levend te houden. Ik probeer steeds op een nieuwe manier de situatie te beschrijven, met woorden waarvoor de lezer zich nog niet heeft leren afschermen. De menselijkheid van beide partijen moet zichtbaar zijn. Dat vraagt om een taal die rijk is aan nuances en waarin geen plaats is voor generalisaties en sentimentaliteit. Emoties mogen, het hart mag spreken, maar sentimentaliteit mag niet, want dat verhindert je om de realiteit onder ogen te zien."

Samen met elf vertalers heeft Grossman kortgeleden wekenlang rond de tafel gezeten om zijn laatste boek te vertalen, 'Komt een paard de kroeg binnen', dat na het bevrijdingsfeest in Nederland wordt gepresenteerd. Tijdens die sessies werd duidelijk hoezeer het Hebreeuws doordrenkt is van legertaal. Bij Grossman schudde de vaststelling opnieuw de ambitie wakker om de taal te zuiveren, net zoals de jonge held in een van zijn romans, die een ziekenhuis heeft voor zieke woorden en ingewikkelde ceremonies uitvoert om ze beter te maken.

"Je zoekt naar woorden die onthullen en demilitariseren, en die jezelf blootleggen. Als ik mezelf wil beschermen, moet ik een ander beroep kiezen. De kwetsbaarheid die een schrijver toont, is tegelijkertijd zijn kracht. Want als de lezer jouw kwetsbaarheid voelt, staat hij zichzelf misschien ook toe om zijn schild te laten zakken. De verleiding om ons steeds maar te pantseren, zoals wij dat doen in Israël, is per slot van rekening behoorlijk uitputtend, en misschien nodeloos."

*1954

David Grossman werd geboren in Jeruzalem, op 25 januari 1954. Hij is getrouwd en vader van drie kinderen. Zijn zoon Uri sneuvelde in de Tweede Libanonoorlog in 2006. Na zijn opleiding filosofie en theater-wetenschappen in Jeruzalem schreef hij in 1983 zijn eerste roman 'De glimlach van het lam'. Zijn beroemdste non-fictieboek dateert uit 1987: 'Over de grens. Zoeklicht op de Westelijke Jordaanoever'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden