'Nooit een volgzaam soldaat'

Habib Souaïdia schreef over zijn tijd bij de anti terrorisme-eenheden van het Algerijnse leger. Om de wereld te alarmeren.

door Inge Dekker

Het probleem in ons land is niet de godsdienst, niet de islam. Het is de onrechtvaardigheid, waar een eind aan moet komen, als men wil dat er ooit weer vrede heerst.' Ogenschijnlijk emotieloos spreekt Habib Souaïdia over Algerije. Hij was dit weekeinde in Nederland op uitnodiging van het Steuncomité Algerijnse Intellectuelen Amsterdam (SAIA). Zijn toon is zakelijk, zijn antwoorden zijn politiek. Het lijkt een man die geleerd heeft een muur op te trekken tegen verschrikkingen uit het verleden. Als officier bij de speciale strijdkrachten deed hij drie jaar dienst in wat hij zelf beschrijft als 'de vuile oorlog in Algerije'. In zijn gelijknamige boek doet hij verslag van zijn ervaringen achter de schermen van de strijd tegen het terrorisme: het gewapende moslimfundamentalisme in zijn land. Een verontrustend beeld van een uiterst sinister en gruwelijk dubbelspel dat de Algerijnse legertop speelt om de macht maar niet te hoeven verliezen. Ten koste van het leven van tienduizenden onschuldige burgers.

Habib Souaïdia, geboren in 1969 in een middenklasse gezin, nam na zijn middelbare school vrijwillig dienst in het Nationale Volksleger: ,,Ik wilde mijn land dienen, en bovendien waren er niet zoveel alternatieven voor jonge Algerijnen. Achteraf zou ik pas beseffen dat Algerije geen leger heeft, maar dat het leger Algerije in handen heeft.'

Hij volgde een officiersopleiding en een parachutistentraining. In 1992 werd hij ingeschakeld voor de strijd tegen het terrorisme. Het gevecht van het Algerijnse regime met het gewapende moslimfundamentalisme was toen al in volle hevigheid losgebarsten. Begin 1992 was de uitslag van de verkiezingen geannuleerd, waarbij het Front Islamique du Salut (Fis) een grote overwinning behaalde. De president was onder druk van de legergeneraals afgetreden, een nieuw orgaan, de 'Hoge Staatsraad', oefende de macht uit. Een deel van de Fis-militanten zette de strijd om de macht gewapenderhand voort, maar het regime was vastbesloten het fundamentalisme de kop in te drukken.

In het voorjaar van 1993 ontdekte Souaïdia dat er dingen niet klopten. Zo moest hij op een nacht een vrachtwagen escorteren, waarin zich twintig met dolken en granaten gewapende paracommando's bevonden. Twee dagen daarna meldden de kranten dat in het dorp waar de para's hun actie uitvoerden twaalf mensen waren omgekomen bij een aanval door terroristen. Later hoorde hij dat de inwoners van het dorp met het Fis zouden hebben gesympathiseerd.

Gewapende bendes persten de bevolking af in door fundamentalisten beheerste wijken. Souaïdia vond het vreemd dat hij en zijn collega's nooit de opdracht kregen de bendes te verdrijven, ook al had het leger de wijken omsingeld. En er gebeurden meer vreemde zaken. Na een massale uitbraak van fundamentalistische gevangenen arresteerde Souaïdia vier voortvluchtigen. Twee van hen lieten na marteling informatie los over lieden die bij de uitbraak geholpen hadden. De militaire inlichtingendienst nam de mannen met de helikopter mee om de medeplichtigen te gaan zoeken, maar kort na het opstijgen van de heli werd één van de mannen overboord gegooid. Souaïdia is ervan overtuigd dat de gevangenisuitbraak door de veiligheidstroepen was georganiseerd, om achteraf zoveel mogelijk fundamentalisten uit te kunnen schakelen. De overboord gezette man was volgens hem in dit scenario alleen maar een lastige getuige.

Telkens zeiden zijn superieuren hem:,,Roei de terroristen uit, en iedereen die hen steunt!' Moesten ze dan alle Fis-stemmers, drie miljoen Algerijnen, ombrengen, vroeg Souaïdia zich af. In zijn boek schat hij dat tot half 1995 zo'n 40000 burgers zijn vermoord, het merendeel door de veiligheidstroepen.

Kon hij er dan niet uitstappen, toen hij merkte dat hij mee moest doen aan acties waar hij niet achter stond? ,,Ik had geen keus. In Algerije loop je als militair in de pas met de generaals, als je bevelen weigert, eindig je in de gevangenis. De enige mogelijkheid eruit te stappen is je aan te sluiten bij de gewapende terroristen. Heeft hij dat ooit overwogen? ,,Jazeker, maar ik realiseerde me dat geweld alleen maar meer geweld oproept.' In 1995 belandde Souaïdia in de militaire gevangenis voor diefstal van wapenonderdelen. Volgens hem een valse beschuldiging: ,,Ik stak mijn mening over wat er gaande was niet onder stoelen of banken, en men was tot de conclusie gekomen dat ik nooit een volgzaam soldaat zou worden.'

Hij praat niet graag over wat hij daar meemaakte. ,,Het ergste was de marteling, het onrecht, en de leegte.' In de zomer van 1999 kwam hij vrij. Enkele maanden later ontvluchtte hij het land en vroeg politiek asiel aan in Frankrijk. Souaïdia heeft weinig goede woorden over voor het regime in Algerije: ,,De vijf presidenten die het land in deze periode kende waren slechts marionetten van de legergeneraals. En die doen er alles aan om de macht in handen te kunnen houden. Eigenlijk worden er twee oorlogen gevoerd. Eentje tegen iedereen die het niet met hen eens is, en de andere om in de media het beeld te creëren dat de moordpartijen steevast door de gewapende terroristen worden gepleegd. Achter de rug van het volk om steken ze ondertussen de olie-inkomsten in eigen zak.'

Maar als ze zo beducht zijn voor hun machtspositie, waarom heeft die meedogenloze 'generaalsclan', zoals hij het noemt, hem dan laten lopen? Dat vraagt Souaïdia zich zelf ook af: ,,Misschien dachten ze dat ik niet zoveel kwaad kon doen, en verder, ik ben niet diepgelovig, maar ik geloof wel in het lot dat schijnbaar bepaalde dat ik de dans kon ontspringen.' Overigens heeft de generaal Khalid Nezzar tegen Souaïdia in Frankrijk een aanklacht ingediend wegens smaad. Gek genoeg niet vanwege de uitlatingen in zijn boek, maar omdat Souaïdia hem in een Frans tv-interview voor lafaard uitmaakte omdat hij vindt dat Nezzar zijn verantwoordelijkheid ontloopt in een zaak die Algerijnen tegen deze oud-minister van defensie aanspanden. De aanklacht tegen Souaïdia wordt in februari behandeld. Hij heeft het volste vertrouwen dat hij die zal winnen.

Souaïdia beseft zich dat hij door zijn betrokkenheid zelf ook bloed aan zijn handen heeft. Hoe krijgt hij die handen ooit weer schoon? ,,Door ervoor berecht te worden, in Algerije, of voor een internationaal tribunaal', zegt hij, om er gauw aan toe te voegen ,,maar ik heb nooit zelf onschuldige burgers omgebracht.'

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden