Nooit boog senator Helms voor zwarten of homo's

Patsy Clarke, een nu 72-jarige weduwe uit Asheville (North Carolina), schrijft op 5 juni 1995 een brief aan Jesse Helms, senator voor de staat en vriend van haar man. Helms heeft zojuist gezegd geen cent te willen spenderen aan de slachtoffers van aids, omdat ze hun ziekte over zichzelf hebben afgeroepen. Clarke heeft een jaar eerder haar zoon Mark aan aids verloren.

In de indringende brief getuigt Clarke van de liefde voor haar zoon, doet ze een beroep op de vriendschapsbanden en vraagt ze om compassie met aidspatiënten. Twee weken later komt het antwoord van de senator, waarin hij zich beklaagt over 'militante homoseksuelen', die een reusachtig condoom van schilderslinnen op zijn huis hadden gezet. ,,Wat Mark betreft, ik wilde dat hij geen Russische roulette had gespeeld in zijn seksuele activiteiten...Ik heb met hem te doen. En met jou. Maar je kunt de realiteit niet ontlopen.''

Het is Helms, die zich volgend jaar niet meer herkiesbaar stelt voor de Senaat, ten voeten uit: kwaadaardig en bekrompen, met de botte bijl strijdend tegen alles wat in zijn ogen vies en voos is. En dat is een hele waslijst: van abortus tot homoseksualiteit en gelijkberechtiging van homo's en lesbiennes, kunst met een erotisch karakter en het verbranden van de Amerikaanse vlag. Hij is tegen een voorkeursbehandeling van minderheden en tegen de meeste internationale verdragen. De Verenigde Naties hoeven van hem ook niet, net zomin als subsidies. Behalve dan natuurlijk die voor de tabaksteelt, de belangrijkste bron van inkomsten van de boeren in North Carolina.

Senator No, zoals zijn bijnaam is geworden, is ook nog wel voorstander van een paar zaken: de waarden en normen uit een ver verleden, het weer invoeren van het gebed op school. En hij is voor boycot van Cuba en Fidel Castro. ,,Ik zal niet rusten voor hij weg is, in verticale of horizontale houding'', zei Helms enkele jaren geleden met zijn bijna onverstaanbare zuidelijke accent.

Dertig jaar zit Helms in de Senaat als hij eind volgend jaar, 81 jaar oud, vertrekt. Er waren de laatste weken al sterke aanwijzingen dat hij om gezondheidsredenen geen nieuwe termijn van zes jaar zou zoeken. Door een aandoening aan zijn benen beweegt hij zich al een paar jaar in een wagentje door de gangen van het Capitool, minzaam lachend naar geestverwanten. Houdt hij een toespraak dan verontschuldigt hij zich iedere keer weer bij de voorzitter van de Senaat voor het feit dat hij niet gaat staan, zoals gebruik is. De senator is een gentleman, van het soort dat ze in het oude zuiden van de Verenigde Staten gewend waren, en hij houdt van manieren. Toen een van de Democraten hem interrumpeerde toen hij nog voorzitter was van de commissie voor buitenlandse zaken hamerde hij hem verontwaardigd af en snerpte: ,,Laten we wel het decorum handhaven!''

Zijn hele politieke loopbaan heeft Helms persoonlijke kruistochten gevoerd voor een keur aan oerconservatieve zaken, te beginnen in de jaren zeventig met zijn poging het Panamakanaal in Amerikaanse handen te houden. Roberto d'Aubuisson, de man van de doodseskaders in El Salvador, had in de jaren tachtig zijn steun. Slachtoffers van het optreden van de contra's in Nicaragua hadden als aanhangers van het communisme alleen zichzelf iets te verwijten, vond hij. Ook toen de achtertuin van Amerika politiek stabiliseerde wist Helms altijd wel een zondebok of een stokpaardje te ontdekken. Vorig jaar nog maakte hij zich grote zorgen over het lot van Chili's voormalige dictator Augusto Pinochet.

Aan Helms' afkeer van Castro heeft Amerika sinds een aantal jaren de Helms-Burtonwet te danken, die niet-Amerikaanse bedrijven die zaken willen doen met Cuba wil straffen met maatregelen tegen vestigingen in de VS.

De afkeer van het Castro-regime deelt hij met Madeleine Albright, de Democratische oud-minister van buitenlandse zaken. De twee hebben altijd heel goed met elkaar kunnen opschieten en ze wedijverden wie wie in het openbaar de mooiste complimentjes kon maken. 'Iemand op het State Department houdt van mij' staat er op een T-shirt dat Helms eens van Albright heeft gekregen. Zijn grootste buitenlandse succes heeft Helms waarschijnlijk ook aan haar te danken: de hervorming van de Verenigde Naties. Wat niemand ooit voor mogelijk hield gebeurde vorig jaar: de senator sprak de Algemene Vergadering van de VN toe.

Homo's en lesbo's hoeven niet op zijn sympathie te rekenen. Keer op keer trekt hij van leer tegen hun 'onnatuurlijke, verwerpelijke en stuitende' manier van leven. En daarom keerde hij zich ook tegen de benoeming van de openlijk lesbische Roberta Achtenberg op een lagere post in de regering van Bill Clinton. ,,Ze is een vervloekte lesbienne en ik ga niet aan haar benoeming meewerken. En als jullie dat discriminatie willen noemen, dan doe je dat maar.'' Iedere maatregel die de positie van homo's en lesbo's wilde verbeteren valt voor hem onder de homoseksuele agenda, of het nu gaat om het voorkomen van geweld tegen jongeren op scholen, de discriminatie bij de scouting of het gedogen van homo's in het leger. Voor dat laatste besluit van Clinton in 1993 adviseerde hij de president bij zijn volgende bezoek aan een basis maar een kogelvrij vest te dragen. David Smith van het Amerikaanse COC: ,,In het hele Congres is geen grotere homohater te vinden dan Helms.''

Een andere eigenschap van Jesse Helms die niet onvermeld mag blijven is zijn door de jaren heen stug volgehouden racisme. Zijn radiopraatjes tussen 1960 en 1972 waren eerst vergeven van steun aan de rassenscheiding in het zuiden en vanaf Lyndon Johnsons burgerrechtenwetgeving in 1965 heeft hij nog nooit een maatregel gesteund die de positie van minderheden versterkte. Martin Luther King en zijn medewerkers waren destijds volgens hem 'zwart gajes' en hij heeft zich altijd verzet tegen de viering van de verjaardag van de vermoorde zwarte leider. Onder Helms' medewerkers op Capitol Hill zijn geen zwarten of latino's en hij heeft zich tot voor kort verzet tegen de aanstelling van een zwarte rechter in het hof van beroep, dat de zaken van North Carolina afhandelt. Zijn laatste twee verkiezingscampagnes (tegen de zwarte burgemeester Harvey Gantt) stonden bol van racistische insinuaties.

In de loop der tijden hebben voormalige aanhangers van rassenscheiding zoals wijlen gouverneur George Wallace en senator Strom Thurmond hun mening gewijzigd. Zo niet Jesse Helms, stelden verscheidene politieke waarnemers gisteren. Tekenend is de observatie van Christopher Scott, de leider van de overkoepelende vakcentrale AFL-CIO in North Carolina, die het doen en laten van Helms al jaren volgt. ,,Zijn raciale opvattingen zijn diep geworteld. Hij heeft een beeld van een fundamentalistische christelijke samenleving waar niet voor iedereen een plek is. Als hij het Zuid-Afrika van 25 jaar geleden kon oppakken en naar Amerika verplaatsen, zou hij het meteen doen.''

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden