Nooit bij zee weg te slaan

Teo Schoos 1953 - 2016

Als het lange seizoen was afgelopen, werd met de naderende winter voor een strandvakantie gekozen op een verre, warme bestemming. Terug thuis kon het uitpakken van de koffers wachten. Dan moest hij onmiddellijk naar zijn eigen strand, dat van Wijk aan Zee. "Je krijgt mij niet weg bij die bak water", was zijn gevleugelde uitspraak.


Teo Schoos heeft er nooit over gepeinsd om het voorbeeld te volgen van zijn broer John of zus Gerwin, die naar Canada en de Verenigde Staten emigreerden. Net zoals zijn dochter Maaike in tien jaar niet kon aarden in Portugal en met heimwee naar de Hollandse kust terugkeerde.


Het strand van zijn geboortegrond was zijn leven, het voelde zelfs een beetje als van hemzelf. Teo nam er ook zijn verantwoordelijkheid voor. Als strandvonder waakte hij over de kustlijn, lange tijd zelfs vanuit zijn hooggelegen duinpaviljoen als ideale uitkijkpost.


Daar en op het strand was hij jarenlang ook een bekend horecaman, als zodanig was hij in de voetsporen getreden van zijn vader. John Schoos senior had samen met moeder Jopie Hoogewerf na de oorlog de monumentale maar vervallen Villa Julia opgekocht, gerenoveerd en omgedoopt tot hotel De Klughte. In de zomer werd op het strand ook Badpaviljoen Schoos ('Eb of vloed, bij Schoos zit je goed') met huisjes gerund.


In die omgeving bracht Teo zijn droomjeugd door. Altijd buiten, spelend aan het strand en in de duinen en bunkers. Als het druk was, werd hij er als jong ventje met een karretje op uitgestuurd om boven in het hotel ijs te halen. In de jaren vijftig was er aan het strand onvoldoende stroom om te kunnen vriezen. Zelfs toen Teo de strandtent van zijn vader overnam, waren het andere tijden. Mensen kwamen niet uitgebreid dineren. Een drankje volstond, en er was soep, of een broodje kaas, ham of kroket.


Volgens zijn vader bood de horeca geen toekomst. Teo ging naar de detailhandelsschool en werd gediplomeerd etaleur. Dat zou van pas komen toen hij de waarschuwing van zijn vader in de wind sloeg en zijn eigen duinpaviljoen realiseerde. Toen was rampspoed al over hem gekomen, maar Teo bleef volharden.


Niets aan zee vond hij mooier dan een noordwesterstorm. Maar die uit een andere richting, de zuidwester, was er een voor problemen. Als hij de tekenen herkende op een van zijn vele barometers, kon hij het voorspellen: gedonder in de glazen. Zoals halverwege de jaren tachtig, toen strandpaviljoen en huisjes net waren opgebouwd en een voorjaarsstorm vernietigend toesloeg. De onverzekerde schade van 100.000 gulden was niet te overzien, hij ging de bouw in om zijn schulden af te betalen.


In die periode begon hij ook aan een nieuwe relatie. De Haarlemse Mary de Haan zou hij later zijn mooiste vondst op het strand noemen. Samen met haar zette hij met hard werken de schouders onder een mooie toekomst, al duurde het jaren voordat de bouwvergunning voor het duinpaviljoen werd verleend. Zijn werk in de bouw vormde zijn opleiding tot handige jongen. Als etaleur kon hij ook de inrichting voor zijn rekening nemen.


Met hulp van twee bevriende aannemers kon het paviljoen in juli 1995 open. Het zou nog jaren duren voordat het woonhuis daar onder was uitgegraven en voltooid, en ze zichzelf gekscherend 'de molletjes' noemden. Tot die tijd was 'de winkel de woonkamer' en werd geslapen tussen de koelmachines in het magazijn.


Jutters


Ondanks dat harde werken was Teo niet van het strand weg te slaan. Sinds 26 januari 1978 was hij beëdigd (hulp)strandvonder voor de gemeenten Velsen, Beverwijk/Wijk aan Zee en Heemskerk, een uit de hand gelopen hobby. Ervaring als strandbewaker had Teo opgedaan door zijn vader en oudere broer John te vergezellen. Schoos senior had in de jaren zestig een landrover waarmee hij toenmalig strandvonder Klaas Bol assisteerde. Bij veel klussen bleken die pk's praktischer dan paard en wagen van Bol. Het was de tijd dat er nog veel lading van schepen afsloeg en de jutters tot de berging ervan op afstand moesten worden gehouden.


John jr. vertrok naar Canada, Teo werd beëdigd. In zijn (vrijwilligers) functie vond hij ontspanning. Ofschoon hij als gevoelsmens regelmatig werd getroffen door treurige gebeurtenissen. Tijdens een van zijn eerste klussen vond hij nabij strandpaal 49 een lijk in verregaande staat van ontbinding. De berging daarvan eindigde met een bizarre tocht naar Beverwijk, met een kist half uitstekend achteruit de landrover, een agent daar bovenop zittend om het wankele evenwicht te bewaren, de aanvankelijke weigering van de begrafenisondernemer om het stoffelijk overschot in ontvangst te nemen en de snelle, anonieme begrafenis.


Teo was aangeslagen, nachten sliep hij er niet van. Om het te verwerken schreef hij het drama van zich af. Hij zou al zijn avonturen blijven opschrijven, hetgeen in 2004 resulteerde in het boek 'Mijn leven als strandvonder'. Daarin is te lezen dat elke keer bij het passeren van de gemeentelijke begraafplaats, hij terugdacht aan die droeve gebeurtenis.


Zeehonden


Emotioneel was hij ook bij vrolijke gelegenheden. Bijvoorbeeld als een geredde zeehond weer in zee werd vrijgelaten. Dan had hij het gevoel te hebben bijgedragen aan de instandhouding van de natuur. Hij redde meer dan honderd zeehonden, die hij niet zelden samen met Mary persoonlijk met auto, helikopter of vliegtuig afleverde bij de zeehondencrèche van Lenie 't Hart in Pieterburen.


't Hart noemde Teo haar 'ogen en oren op het strand'. Hij vond niet alleen aangespoelde dieren, maar meldde gedragingen in zee die niet klopten. Dan konden er specialisten op af worden gestuurd. Samen met zijn broer vond hij zijn eerste zeehond, een afgedwaalde klapmuts. Opvangcentra waren er nog niet, het hulpeloze dier mocht na lang rondbellen bij Artis worden afgeleverd.


Zorgen baarden hem de toenemende aantallen dode bruinvissen die aanspoelden. Teo zag een directe relatie met de windmolens. In het rendement van windmolens zag hij niets, ze vormden een excuus voor de grote bedrijven om elders meer te kunnen vervuilen. Het slaan van palen in de zeebodem en de resonantie van draaiende wieken desoriënteren de op sonar zwemmende bruinvissen, zo was zijn overtuiging.


Van problemen oplossen genoot hij. Zoals in 1984 bij het vinden van een staart-stabilisator van een Lancaster bommenwerper, die tijdens de Tweede Wereldoorlog voor Wijk aan Zee in zee was gestort. Aan de hand van het serienummer werd het vliegtuig herkend en konden de nabestaanden van de vermiste bemanningsleden over de plaats van het ongeval worden ingelicht.


Als natuurman kon hij zich storen aan ambtenaren die zich zonder praktijkkennis met zijn werk bemoeiden. Die er een kostbaar circus van maakten bij de vondst van onschuldige palmolie. Die aangespoelde gifzakjes verder verspreidden door een verkeerd geplande landing met een helikopter. Of iets hadden waarmee ze iets konden, maar er niets mee deden. Die hadden een kwade aan hem. Teo droeg het hart op de tong, zijn uitgesproken mening werd hem niet altijd in dank afgenomen.


Zo vond hij eens een vat met 25 liter afgewerkte olie. Aan de hand van het telefoonnummer van de firma op het vat, begon hij een speurtocht naar de dader van de vervuiling. Toen hij de kapitein van de bewuste boot had getraceerd, maakte een gemeenteambtenaar hem duidelijk dat hij geen opsporingsbevoegdheid had. Of hij zo vriendelijk wilde zijn het bewijsmateriaal in de prullenbak te kieperen. Nog lang daarna kon hij over zoveel onverschilligheid 'pissig worden'.


Droom


Als jongen was Teo jutter, als volwassene strandvonder. Feitelijk staan die lijnrecht tegenover elkaar. Bij de vraag wat hij onder strandvonder verstond, luidde het antwoord 'een veredelde strandjutter'. Dat hij beide uitersten in zich droeg werd bevestigd in 2012, toen na al die jaren eindelijk zijn droom uitkwam met het in stormachtig weer stranden van een schip, de Aztec Maiden, in het zicht van zijn paviljoen.


Toen kwam zijn zakelijke instinct boven. Met de kapitein had hij geen medelijden, het schip was te licht geladen en volgens hem buitengaats in problemen gekomen bij het overschakelen op een goedkopere, vuilere stookolie. Teo noemde de stranding 'een weldaad voor het hele dorp' die wat hem betreft vanwege de toestroom van ramptoeristen weken had mogen duren.


Teo Schoos werd op 1 december 1953 geboren in Wijk aan Zee en overleed plotseling op 13 december 2016 in Alkmaar.


De natuur lag hem na aan het hart, daarom kon hij zich enorm opwinden als bij werkzaamheden op 'zijn strand' zonder kennis van zaken werd gehandeld.


In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden