Nooit af

Op de Wadden begint de geschiedenis elke dag opnieuw

Een geschiedenis van de Wadden laat zich lastig schrijven. Het gebied heeft eigengereide bewoners, en eilanden of zelfs delen ervan met een eigen historie. Mathijs Deen probeerde het toch en koerste daarbij vooral op gevoel.

Nooit lagen de Waddeneilanden verder van de vaste wal dan halverwege de negentiende eeuw. In de rest van Nederland deed beetje bij beetje de moderne tijd zijn intrede. De eilanden waren barre stroken grond op de horizon geworden. De inwoners probeerden, overgeleverd aan de luimen van de natuur en het weer, een boterham bij elkaar te scharrelen. De vooruitgang zagen ze slechts vanuit de verte, in de vorm van passerende stoomschepen.

Buitenstaanders beschouwden de streek haast als iets exotisch. Ook Frederik van Eeden senior, de vader van de latere schrijver, moest zich over iets heen zetten, toen hij in 1867 samen met de botanist Hugo de Vries naar Texel afreisde. "Menigeen gevoelt een zekere huivering als hij hoort gewaagen van de eilanden, en acht ze niet meer dan barre, onherbergzame zandbanken te midden van een onstuimige en gevaarlijke zee. Bij mijzelven was er zelfs eenige geesteskracht noodig om tot het bezoeken van deze streken te besluiten."

Van Eeden senior was een kind van zijn tijd, volop besmet met de ideeën van de Romantiek. Hij zocht de idylle van de natuur en liefst ook nog de nobele wilde, de mens in zijn meest oorspronkelijke onbedorven vorm. Op Texel leken plant en dier nog werkelijk vrij spel te hebben en de bewoners kwamen in al hun isolement misschien nog wel het dichtst bij de oer-Nederlanders, onze voorouders. Van Eeden raakte verkikkerd op de Wadden. Hij vond het van levensbelang "om met alle kracht het oorspronkelijke element voor verdere ontaarding te behoeden, dat daar nog leeft, en dat ons naar natuur en waarheid hijgende bezoekers, met nieuwe veerkracht, weet te bezielen".

Mathijs Deen, auteur van 'De Wadden. Een geschiedenis', kent dat vermogen sinds hij als kind voor het eerst met zijn familie naar Vlieland afreisde. Ze gingen op aanraden van de huisarts. Deens oudste broer, die longproblemen had, zou er baat bij hebben. De vader des huizes had moeite met de bestemming, maar liet zich door zijn vrouw overhalen. Eenmaal op het eiland leek diezelfde aanvankelijk zo aarzelende man bevrijd van het keurslijf van het leven van alledag. Mathijs Deen geloofde nauwelijks wat hij zag: in de duinen van Vlieland maakte zijn vader een huppeltje.

Vele bezoeken later is de liefde voor de Wadden en voor de noordelijkste regio van Nederland nog altijd groot bij Deen - in het dagelijks leven redacteur en presentator van 'OVT', hét radioprogramma over geschiedenis van de VPRO. Dat gevoel lijkt hem niet in de weg te hebben gezeten bij het schrijven van het boek waarin hij antwoord probeert te geven op de vraag wat de eilanden zo anders maakt dan het vasteland.

Ooit was het onderscheid tussen die twee nog onduidelijk, laat Deen zijn lezers goed zien. In het noorden van de Lage Landen lag een modderige schemerzone tussen land en water. De Romeinen bijvoorbeeld waagden zich er wel, maar werden in dit onland ook vaak lelijk verrast door de bewoners die alle nukken van de natuur kenden. De Allerheiligenvloed van 1170, ook verantwoordelijk voor het ontstaan van de Zuiderzee, gaf de zee ruim baan. In de jaren daarna werden de eilanders definitief eilanders, geografisch maar ook sociaal. Min of meer aan hun lot overgelaten ontwikkelden de bewoners een typerende onverstoorbaarheid, eigenzinnigheid en vindingrijkheid. Die eigenschappen bleven, of het geld nu verdiend werd met walvisvaart, jutten of toerisme.

Mensen van buiten kwamen en gingen. Bijvoorbeeld in de Gouden Eeuw, toen het Marsdiep en het Vlie voor de florerende handel cruciale toegangen van Holland naar de wereld en vice versa waren. De Nederlands vloot kwam in 1673 op adem bij Vlieland nadat onder leiding van Michiel de Ruyter en Cornelis Tromp bij Kijkduin zowel de Franse als de Britse vloot was verslagen. Daarna trok de geschiedenis als afgaand tij weer net zo makkelijk bij de eilanden vandaan.

Zelfs Franse (eind achttiende en begin negentiende eeuw) en Duitse bezettingstroepen (1940-1945) vonden het prettig toeven op de eilanden. Al zal daar ook mee hebben gespeeld dat een verblijf op de Wadden hen vrijwaarde van gruwelijke veldtochten elders. De Duitsers waren trouwens met velen. De eilanden waren onderdeel van de verdedigingslinie tegen mogelijke geallieerde invasies.

"De Waddenzee is een slapeloos, betoverend, niet-aflatend heden", schrijft Deen. "Ze verzet zich met alle middelen die ze heeft tegen geschiedenis. Ieder etmaal opnieuw wist ze haar eigen sporen uit en begint ze haar hele verhaal weer van voren af aan."

Met dat inzicht wijdde de auteur zich ook aan zijn klus. Hij concentreert zich veelal op de grote lijnen en vermijdt de details. Anekdotiek en relatief kleine gebeurtenissen op de afzonderlijke eilanden dienen vooral als illustratie bij zijn betoog. Deen waait als het ware over de geschiedenis van het gebied. Ook als chroniqueur van het verhaal van de Wadden lijkt hij het gevoel van de eilanden vast te willen houden. Soms ontaardt dat in ietwat doorgeschoten mooischrijverij. Dan verlang je als lezer naar een iets grotere informatiedichtheid. Maar voor het boek als geheel werkt het toch. Het huppeltje van vader Deen heeft een historisch eerbetoon gebaard.

Mathijs Deen: De Wadden. Een geschiedenis. Thomas Rap, Amsterdam; 336 blz. euro 19,90

Blik op de Waddenzee

Thijsse over Texel
"60 jaar geleden dacht niemand er aan dat 'woeste gronden' voor het heil van ons volk nog wel eens even veel waard zouden kunnen zijn als eersteklas tarweland. Indien Texel in zijn volle schoonheid behouden blijft, zullen zeer binnenkort de baten van het vreemdelingenverkeer ruimschoots opwegen tegen eventueele derving van winst door het nalaten van ontginning en bebossching. En dan tellen we het moreel effect op de bezoekers nog niet eens mee en dat is juist het voornaamste."

Jac P. Thijsse (1865-1945) in De Groene Amsterdammer, juni 1924.

De pionier op het gebied van natuurbescherming en -educatie was ruim dertig jaar eerder een tijd lang onderwijzer op Texel. Het eiland zou een bijzondere plaats in zijn hart houden: "Al heb ik er maar twee en een half jaar gewoond, Texelaar zal ik blijven tot het eind."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden