Noodzakelijk dat rechters wetten aan de Grondwet kunnen toetsen

Het is een mooie, principiële stelling. VVD-Kamerlid Joost Taverne toont zich een ware zoon van Thorbecke. De wet, aldus Thorbecke, is onschendbaar. Vandaar dat het in zijn grondwet van 1848 de rechter uitdrukkelijk verboden werd wetten aan die grondwet te toetsen. Dat moet vooral zo blijven, vindt Taverne. Sterker, hij kondigde vorige week een initiatiefwet aan, waarin hij de rechter ook wil verbieden de wet te toetsen aan internationale verdragen.

Zoals gezegd, mooi principieel van Taverne. Er is in liberale ogen maar één lichaam in de rechtsstaat dat wetgeving mag toetsen aan de belangrijkste wet en dat is Taverne's eigen parlement. Anders dan rechters zijn leden van Eerste of Tweede Kamer wel afrekenbaar op hun afwegingen. De toetsing gaat ook in het openbaar, waardoor de controleerbaarheid slechts toeneemt. Thorbecke had hem niet kunnen verbeteren.

1848 is echter 2015 niet. Elf (!) jaar geleden keurde de Tweede Kamer een initiatiefwet goed van het toenmalige Kamerlid voor GroenLinks Femke Halsema, waarin het de rechter wel werd toegestaan wetten aan de Grondwet te toetsen. Vorige week kwam de grondwetswijziging opnieuw in de Tweede Kamer, maar, anders dan in 2004 en in 2008 in de Eerste Kamer, is dit keer de VVD tegen de wet. Waarmee de vereiste tweederde meerderheid ver weg is.

En dat is, ondanks het mooie authentiek liberale geluid van de man die de stekker uit de wet haalde, eeuwig zonde. Martin Bosma, de trouwe rechterhand van Geert Wilders in de PVV, gaf in hetzelfde debat scherp aan waarom het jammer is dat de beoogde doorbraak van Halsema er niet komt. Rechters, aldus Bosma, zijn disproportioneel vaak lid of sympathisant van D66 of, nog erger, veel linksere partijen. Hij is bang voor het politieke element in een oordeel van een rechter. Kennelijk is dat veel erger dan de politieke beoordeling die de beide kamers van de volksvertegenwoordiging geven.

Constitutionele toetsing komt vaker voor dan je zo op het eerste gezicht zou denken. Wat te denken bijvoorbeeld van de taaleis in de bijstandswet. Al jaren ijveren sommige partijen voor uitsluiting van de toegang tot de sociale zekerheid van degenen die het Nederlands niet of slechts weinig machtig zijn. Kan dat wel, gezien de bepaling in de Grondwet dat alle Nederlanders voor de wet gelijk zijn? In de Grondwet staat niets over de eis om het Nederlands machtig te zijn. Is zo'n wet daarmee in strijd?

Mag je het ritueel slachten verbieden, of gewetensbezwaarde ambtenaren van de burgerlijke stand ontslaan terwijl de Grondwet vrijheid van godsdienst garandeert? De toets aan de Grondwet van dergelijke dilemma's is totaal afhankelijk van toevallige politieke meerderheden.

In theorie is daarvoor een veiligheidsklep ingebouwd. Bij gebrek aan een echte bestaansreden is in de loop van de jaren bedacht dat daarvoor de Eerste Kamer geschikt is. Wijze mannen en vrouwen, gepokt en gemazeld door levenservaring, zouden in alle onafhankelijkheid en los van de politieke waan van de dag een gedegen oordeel kunnen geven over de verhouding tussen wetten en de Grondwet.

De gedachte was altijd al te kunstmatig, maar wordt nu toch echt steeds meer een fictie. Naarmate de Eerste Kamer een politiek orgaan wordt, wordt constitutionele toetsing door de rechter noodzakelijker.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden