Noodgedwongen praten met handen en voeten

MAAIKE VAN HOUTEN

Op de donkerbruine eetkamertafel ligt een hoop vitrage, wit met gouden borduursels. Greet van Vliet (69) heeft de stof gekregen van haar Turkse buurvrouw. "Zij heeft meer zilver in huis, ik heb meer gouden accenten. Hier passen ze beter", wijst mevrouw naar de ramen tussen woonkamer en balkon aan de straatzijde. Greet en haar man John (70) hebben in hun portiek al een verslaafde moeder met drie kinderen gehad en een paar gezinnen die ze 'zo-zo' vonden, maar nu hebben ze het naar eigen zeggen behoorlijk getroffen met de buren. De Marokkaanse buurvrouw brengt regelmatig vis en soep, de Turkse komt met gebakken broodjes en köfte, de Chinese buurman trakteert hen op sushi en fruit. "Het is een leuk contact", zegt Greet. "Met de Chinees praat ik met handen en voeten, met de Turkse vrouwen gaat het gesprek via de kinderen, de Marokkaanse verstaat me ook niet zo maar de kinderen wel."

Alles staat of valt met je eigen houding, vertellen de gepensioneerde amanuensis en de kantinemedewerkster in hun gezellige woonkamer, met hond Ximena in de bench. "Het ligt aan jezelf, hoe je ermee omgaat. Ik wil met respect worden behandeld, en zij ook", zegt Van Vliet.

De Van Vliets zijn in 1975 komen wonen in de toen gloednieuwe portiekwoningen aan de Koningstraat. Ze kwamen uit de naastgelegen Stationsbuurt, daar hadden ze een hofjeswoning met een bedstee en een overloop die geschikt gemaakt was voor hun zoontje. De woningbouwvereniging liet hen toe tot de nieuwbouw. Dolgelukkig waren ze met hun nieuwe driekamer-flat. "Je zei nog: Jôh klopt dit wel? Het is hier zo groot!", lacht John.

De arbeidersbuurt was destijds nog helemaal blank, maar verkleurde in rap tempo. Ze zagen de Italianen en Afrikanen komen, de Surinamers, de Turken en de Marokkanen. Omgekeerd vertrokken de Nederlanders, naar de nieuwbouwwijken Wateringse Veld en Ypenburg, of naar Zoetermeer. De autochtone Nederlanders werden een slinkende minderheid, nu nog geen 10 procent meer.

Voor oorspronkelijke Hagenaars zoals het echtpaar Van Vliet is die eenzijdige samenstelling van de wijk een gegeven. Ze hebben er op zich geen problemen mee. "Maar wij zouden wel graag meer diversiteit willen, dat mensen zich aan elkaar kunnen optrekken", vindt Greet. "Allochtone mensen hebben zelf ook liever dat er meer Nederlanders komen", weet haar man.

"De Hollanders hebben ons laten zitten met al die buitenlanders", vindt Marian Singerling, de 65-jarige leidster van de wekelijkse bingo in buurthuis De Mussen. "Ze zijn weggetrokken om beter te gaan wonen, maar ze hebben een hennepkwekerij nodig om de huizen te betalen." De bingo is een van de weinige activititeiten in de Schilderswijk waar alleen autochtonen komen, en vrijwel zonder uitzondering wonen de deelnemers inmiddels buiten de wijk. Voor autochtonen die niet van bingo houden is er niks in de Schilderswijk, zegt Wilma Hoekstra (60), die sinds haar moeder tien jaar geleden overleed, alleen woont.

Haar kinderen wonen buiten de wijk. Ze bellen elke dag even, haar Marokkaanse schoondochter komt drie keer in de week. En elke dag komt buurtbewoner Rinus van Kralingen een gratis krantje brengen. Die houdt meteen een oogje in het zeil. Zijn de gordijnen nog dicht, dan trekt hij letterlijk aan de bel.

Hoekstra zou graag een koffie-ochtend willen 'met alleen maar Nederlandse mensen'. Die is er nu niet, want alles wat er wordt georganiseerd is gericht op integratie, dus gemengd. Wilma: "Maar er komen vaak allemaal Marokkaanse en Turkse vrouwen op af. Dan praten ze in hun eigen taal. Het is heel moeilijk om daar als Nederlanders tussen te komen. Je voelt je buitengesloten."

Met anderen praten in je eigen taal, herinneringen ophalen aan vroeger met mensen die ook in de Schilderswijk zijn opgegroeid - onafhankelijk wijkverpleegkundige Margareth Korthout hoort vaak dat autochtone Schilderwijkers daar enorme behoefte aan hebben.

Eenzaamheid is in de Schilderswijk een groter probleem dan elders in Den Haag. Eén op de zes inwoners (16 procent) hier voelt zich ernstig of zeer ernstig eenzaam. Dit is meer dan in de rest van Den Haag (10 procent). De cijfers zijn niet uitgesplitst naar etniciteit, maar de 54-jarige Korthout kan zich goed voorstellen dat juist autochtone ouderen er vaker last van hebben. Vanuit het project 'Zichtbare schakels' zoeken zij en haar team de mensen op die zorg mijden en soms niemand meer zien. Zij adviseren mensen toch naar een buurthuis te gaan, soms gaan ze met een groepje naar een andere wijk, waar wel Nederlands wordt gepraat.

Onderzoekster Anja Machielse van de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht heeft evenmin statistieken van eenzaamheid onder autochtone bewoners van achterstandswijken. Maar ook zij hoort in interviews die ze in soortgelijke buurten onder ouderen houdt, dat zij zich er niet meer thuisvoelen als de vanzelfsprekende sociale structuren zijn weggevallen. "Ze voelen zich wat ontheemd." Of de Nederlanders een vergeten groep zijn, dat durft Machielse niet zo te zeggen. "De mensen voelen zichzelf misschien wel zo, maar het hangt erg van de wijk of buurt af. Ik merk wel dat ouderen zich realiseren dat er minder naar hen wordt omgekeken, dat er minder mogelijkheden zijn voor ondersteuning. Op veel plekken is geen ouderenwerk meer."

Toen al die Nederlanders de Schilderswijk verlieten, hebben Marian Singerling en haar man, die veertien jaar geleden overleed, weleens overwogen te verkassen. Ze hadden in Brabant een caravan, later een houten chaletje. "We hebben er genoten. Het was onze lust en ons leven. We wilden er wel wonen, maar het is er niet van gekomen."

Hun zoon ging in Den Haag naar de Ireneschool en dat is nu ook de school voor diens drie kinderen. "Hij zat met allemaal buitenlandse kinderen in de klas en dat is nu bij zijn kinderen nog zo. Mijn zoon heeft er niks aan over gehouden, hij zit nu bij de politie, hij is van het loket naar boven geschoven. Hij kon goed leren en is nooit zonder werk geweest."

Bij de prijzenkast voor de bingo - van mayonaise tot pluchen poppen - staat ook vrijwilligster Henny Farla (60). Haar dochter heeft de opleiding dierenverzorging gedaan. "Zo slecht is de Schilderswijk dus niet", zegt Henny, doelend op het negatieve imago van de wijk, waar zij net als de anderen die zijn gebleven, een enorme hekel aan heeft. "Vroeger stond de wijk ook slecht aangeschreven, en toen woonden er nog geen buitenlanders."

Het echtpaar Van Vliet heeft van de gemeente ook weleens een aanbod gehad om naar Zoetermeer te verhuizen. Ze zijn er nooit op ingegaan: "Ik heb een mooi huis. Daar heb je allemaal van die tuintjes zoals in een Vinexwijk, dat wilden wij niet", zegt Greet. John herinnert zich een vlakte die leek op een maanlandschap. "En je zag er overdag geen kip, iedereen is er aan het werk. Wat is daar nou aan?"

"De mensen die weggingen hadden een aversie tegen allochtone mensen", analyseert John. "Het was een besloten gemeenschap hier, als je niet aan de eisen voldeed, dan viel je er buiten."

Of het vroeger gezelliger was dan nu - Greet weet het wel zeker: "Je hoefde niet naar de Voedselbank, iedereen hielp elkaar. Het was hartstikke gezellig, met verkleedpartijen, muziek." "Je was elkaars gelijken, want je had niet veel hè", zegt John. En al die leuke winkeltjes, zegt Greet, die zijn ze ook kwijtgeraakt, in ruil daarvoor zijn de Turken en Chinezen gekomen met hun zaakjes. Marian Singerling herinnert zich met enige heimwee de heerlijke dagen bij de Indische juffen van de zondagsschool van de Julianakerk, die nu 'een soort moskee en voedselbank' is geworden. Buren dronken buiten een biertje.

Het portiek van Greet en haar buren is brandschoon, er hangen kunstbloemen en vlinders van metaal. De Turkse buurvrouw komt zuchtend naar boven, een alleenstaande moeder van vijf opgroeiende kinderen. Ze is elf jaar in Nederland, maar spreekt de taal nauwelijks. Er ontstaat een gesprek met handen en voeten over de Somalische bovenbuurman, die 's nachts leeft en overdag slaapt, en die allerlei vreemde vogels op bezoek krijgt. "Ik ben zo bang", zegt de Turkse. Dat kan best wezen, zegt Greet, maar de buurvrouw moet zelf eens in actie komen. "Want anders sta ik er bij de woningbouwvereniging steeds alleen voor met mijn klachten."

In een aanpalende wijk wonen alleen maar Nederlanders, zegt ze. Reken maar dat daar géén opvang voor verslaafden komt, daarvoor was het protest te groot. Gevolg: nu komt die in de Schilderswijk. "De Schilderswijk lijkt wel een dumpplek", zegt ze verontwaardigd. Ze benadrukt nog eens dat de Turkse moet optreden, maar het komt niet aan. "Ik zeg het vanavond wel tegen je dochter, die kan goed Nederlands", zegt Greet. De Turkse vrouw gebaart: "Die met de bril". Ja, die met de bril, knikt Greet van Vliet, díe gaat ze aanspreken.

De Albert Heijn verdween, net als Blokker en de buren links en rechts. En nu vormen autochtonen nog geen 10 procent van de Schilderswijk. Ze doen hun best, maar een gesprekje in het Nederlands zou fijn zijn.

DE ACHTERBLIJVERS

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden